Wat is/was een lekkertong?

Wat is/was een lekkertong?

geplaatst in: Geen categorie, Verdwijnwoorden | 0

Een lekkerbek is iemand die van lekker eten houdt, een smulpaap. Het woord is een samenstelling met lekker in de oude betekenis ‘van smakelijk eten houdend’ , ‘kieskeurig’ of ‘verwend’, zoals we dat woord misschien nog kennen van het oude kinderrijmpje:

Bim bam beieren,
de koster lust geen eieren.
Wat lust hij dan?
Spek in de pan.
O wat een lekkere koster dan.

Je zou een lekkerbek kunnen parafraseren als ‘iemand die een lekkere bek’ heeft, waarin met de oude uitdrukking een lekkere bek hebben ‘van lekker eten houden’ wordt bedoeld.

In lekkerbek kun je bek echter ook als pars pro toto (deel voor het geheel) voor een persoon opvatten. Op die manier worden namen van lichaamsdelen (zoals bek, muil en neus) immers wel vaker gebruikt. Denk maar aan woorden als lafbek (iemand die laf is), zuurmuil (nors mens) en wijsneus (betweter).

Vroeger heette zo’n lekkerbek ook wel een lekkertong. Logisch, want onze smaakpapillen zitten nu eenmaal niet zomaar overal in onze mond, maar juist op de tong.

Lekkertong was een eeuw geleden zelfs zo’n gewoon woord, dat het destijds in de Dikke Van Dale stond. Vanuit hedendaags perspectief is lekkertong een typisch 19de-eeuws woord, wat niet wil zeggen dat het in de 20ste eeuw nooit meer is aangetroffen. Een van de meest recente vindplaatsen dateert uit 1960. Toen publiceerde de socialistische krant Het vrije volk een ‘haringlied’, dat gezongen werd door ‘het bejaardenkoor van de UVV’:

‘Haring, haring, nieuwe haring heb ik in mijn mand. Groter, vetter en goedkoper vind je niet in ’t land. Lekkertongen, komt en ziet, kleine dingen heb ik niet.’

Op dat moment was het woord lekkertong overigens al uit de Dikke Van Dale verdwenen. Het woord stond voor het laatst in 1924 in dat woordenboek, dat het beschreef als een synoniem van lekkerbek. De editie daarna, uit 1950, vermeldde het woord al niet meer.

Vergelijkbare oude synoniemen van lekkerbek zijn: lekkerbakkes, lekkerbuik, lekkerkeel, lekkermond, lekkermuil en lekkertand. Van deze synoniemen is alleen lekkertand nog – naast lekkerbek – in de Dikke Van Dale te vinden.

Laat een reactie achter