telefoonhoorn

telefoonhoorn

geplaatst in: Verdwijnwoorden | 0

In 1950 dook het nu alweer bijna verdwenen woord telefoonhoorn op in het woordenboek. Dat beschreef hoorn als ‘trechter op een telefoon (microfoon), en vervolgens de hele houder met hoor- en spreekplaat’. U  moet zich voorstellen dat telefoons in het eerste deel van de 20ste eeuw voorwerpen met een apart spreek- en hoorgedeelte waren. En er zat een slinger aan: aan die telefoonslinger moest je draaien om contact te krijgen met de telefoniste in de telefooncentrale.

Vervolgens riep je in de hoorn met welk nummer je wilde bellen, waarna de telefoniste op een telefoonpaneel de kabeltjes van beide toestellen aan elkaar verbond. Vergiste de telefoniste zich, dan was je ‘verkeerd verbonden’.

‘Verkeerd verbonden’ zeggen we daarom nog steeds als we zelf een verkeerd nummer hebben ingetoetst. Toen moderne telefoons compacte toestellen met een geïntegreerd spreek- en hoorgedeelte kregen, wisselden woorden als hoorn en telefoonhoorn hun eigenlijke betekenis is voor een vage figuurlijke betekenis (spreekgedeelte), waardoor uitdrukkingen als ‘duidelijk in de hoorn praten’ nog lange tijd begrepen werden. Dankzij de voortgeschreden telefonietechnologie zullen telefoonhoorn en hoorn in de specifieke telefoonbetekenis op termijn echter onherroepelijk verdwijnwoorden worden.

Laat een reactie achter