burgerfluisteraar

geplaatst in: Woord van de dag | 0

Fluisteraars, vroeger hielden ze zich bezig met paarden (paardenfluisteraars!) of honden en katten. Maar vandaag moeten we constateren dat ze hun werkterrein hebben uitgebreid. Maar liefst twee soorten fluisteraars debuteren vandaag in de Nederlandstalige media: de burgerfluisteraar en de Trump-fluisteraar.

Trump-fluisteraars

Eerst maar die Trump-fluisteraar. Met dat woord duidt De Telegraaf Trumps schoonzoon Jared Kushner aan, vastgoedtycoon van beroep, die door de aanstormende president is benoemd tot senioradviseur van  zijn regering. Kushner zou een van de weinigen zijn naar wie Trump echt luistert en wordt daarom in het Engels Trump whisperer genoemd. Eerder werd Kellyanne Conway, die Trump adviseerde bij zijn verkiezingscampagne, trouwens ook al Trump whisperer genoemd.

In het Amerikaans-Engels is de combinatie van een presidentsnaam en whisperer al langer gewoon – er was in het verleden ook weleens sprake van Obama whisperers en Bush whisperers – maar in het Nederlands vind je niets als je zoekt op Obama-fluisteraar of Bush-fluisteraar. Het sleche imago dat Trump in de Nederlandstalige media heeft, zal er ongetwijfeld voor zorgen dat we het woord Trump-fluisteraar de komende tijd vaker gaan aantreffen als ongunstige benaming voor een adviseur van de nieuwe machtigste man ter wereld.

Trumpotisme

Dat Trump zijn schoonzoon tot topadviseur benoemt, wordt algemeen als een vorm van nepotisme (vriendjespolitiek) beschouwd. Dat nepotisme lijkt onder Trump zelfs een nieuwe dimensie te hebben gekregen, want er is een speciaal woord voor bedacht: trumpotisme, een porte-manteauwoord van de eigennaam Trump en nepotisme.

Burgerfluisteraars

In De Volkskrant schrijft Margriet Oostveen vandaag over het Haagse gemeentehuis. Daar word elke bezoeker persoonlijk verwelkomd ‘door een glunderende gastheer in pak met feloranje das.’ Die gastheer heet Ben Taal en hij is ingehuurd om bezoekers van het gemeentehuis op te vangen en naar de ticketzuil en/of de balie door te verwijzen. Door iedereen meteen vriendelijk en begripvol tegemoet te treden, zorgt hij ervoor dat de bezoekers van het gemeentehuis zich welkom en serieus genomen voelen. Hij is dus een soort oliemannetje tussen de burgers en de ambtenarij. Of, zoals het in De Volkskrant staat: ‘Hij is de burgerfluisteraar. Sust alles en iedereen, al is het maar heel even.’

Als we burgerfluisteraar naar analogie van paarden– en hondenfluisteraar moeten definiëren, komt er zoiets uit als ‘iemand die beroepsmatig op een innemende wijze met burgers  kan communiceren, waardoor hij hun gedrag gunstig weet te beïnvloeden’. Mooi natuurlijk, zo’n functionaris, maar in feite zou elke ambtenaar natuurlijk een burgerfluisteraar moeten zijn: een dienaar des volks die snapt dat zijn bestaansgrond louter en alleen bestaat uit het op een altijd vriendelijke wijze bijstaan van burgers.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.