werkprostitutie

geplaatst in: Woord van de dag | 0

In zijn Telegraaf-column schrijft Jeffrey Wijnberg vandaag over werkidentiteiten. Dat woord komt sinds het begin van het huidige millennium met een zekere regelmaat in het enkelvoud voor in de betekenis ‘(aspect van de) identiteit die iemand ontleent aan de aard en reputatie van zijn (betaalde) werk. Wijnberg onderscheidt onder meer ‘gewone arbeiders’ en ‘echte vakmensen’, maar daarnaast mensen met wat gewoonlijk hamburgerbaantjes wordt genoemd:

Dan is er natuurlijk die grote groep van mensen die wel werken, maar dan ook alleen maar omdat zij wel moeten. Zij komen vaak terecht in baantjes die niemand anders wil hebben, zoals koffersjouwen, lopendebandwerk, callcenterarbeid of kersenplukken. Het is een groep die vaak wordt uitgebuit, waardoor sprake is van werkprostitutie, terwijl een enkeling toch beweert het werk wel aangenaam te vinden.

Is hamburgerbaan al geen vleiend woord voor de banen van werknemers die door het grootkapitaal worden uitgebuit, werkprostitutie is dat al helemaal niet.  Wel is het een nieuw woord. Een woord dat je ook even op het verkeerde been kan zetten, zeker wanneer je bekend bent met het incidenteel aangetroffen woord hobbyprostitutie (waar werkprostitutie dus het antoniem – woord met een tegenovergestelde betekenis – van zou kunnen zijn). Werkprostitutie is dan ook een beladen woord, zoals feitelijk alle samenstellingen met prostitutie.

Definitie

werkprostitutie (de, g.mv.) (ongunstig) het verrichten van onaantrekkelijk laagbetaald werk door (flexibele) werknemers die worden voorgesteld als slachtoffers van uitbuiting door het grootkapitaal

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.