hugowoning

geplaatst in: Woord van de dag | 0

Op 21 maart debuteerde het woord hugowoning in De Telegraaf, die het overigens met een hoofdletter en een koppelteken spelde. Toen had

een bouwbedrijf er een hard hoofd in dat de ’Hugo-woningen’ er snel zullen staan.

Die spelling is begrijpelijk, want destijds verwees Hugo-woningen naar de vele nieuwe woningen die volgens de plannen van minister Hugo de Jonge op korte termijn zouden moeten worden gebouwd.

Vandaag staat het woord opnieuw in de Krant van Wakker Nederland, maar meer als een soortnaam voor een klein appartement:

Denk aan kleine appartementjes in hoogbouw in steden, eigenlijk kippenhokjes. Als starter prima, maar als ze een kind krijgen, kunnen ze de volgende stap naar een groter appartement of gezinswoning niet maken. Want die is te duur of niet beschikbaar.” De ‘Hugo-woningen’ moeten binnen bestaande stadsgrenzen gebouwd worden, terwijl bouwen in een weiland goedkoper is. Een plan voor bouwlocaties in het groen, werd door de minister vooralsnog niet overgenomen.

Of hugowoning werkelijk een soortnaam wordt voor een ondermaats appartement? Misschien. Dan is het als eponiem vergelijkbaar met oudere, reeds ingeburgerde woorden als melkertbaan, balkenendenorm en zalmsnip. Maar misschien is het – met het oog op de leefbaarheid van de steden – maar beter als er helemaal geen hugowoningen komen.

Definitie

hugowoning (de, -en) klein stadsappartement, bedoeld voor woningstarters, genoemd naar Hugo Mattheüs de Jonge (1977), die in het kabinet Rutte-IV (2022-  )minister van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening was)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.