digibetocratie

geplaatst in: Woord van de dag | 2

Afgelopen zaterdag schreef De Telegraaf al over de eenzijdige achtergrond van Kamerleden – meer dan 100 Kamerleden hebben een vergelijkbare achtergrond en zijn afkomstig uit de politiek (bijvoorbeeld als fractiemedewerker), de Rijksoverheid, het onderwijs of de advocatuur – en afgelopen zondag bevestigde Arjen Lubach dat beeld door erop te wijzen dat er vrijwel geen ICT’ers of althans digitaal onderlegde Kamerleden zijn of komen. Daarvoor introduceerde hij het woord digibetocratie, een staatsvorm die geleid wordt door digibeten.

Twintig of dertig jaar geleden zou dat misschien niet zo’n probleem zijn geweest, maar tegenwoordig heeft alles – van energie en klimaatverandering (denk aan groene stroom die verkocht wordt aan techreuzen) tot internationale veiligheid (denk aan datalekken) en economische ontwikkeling (cyberspionage) – te maken met ICT. Dat maakt het zo merkwaardig dat er maar weinig Kamerleden met een ICT-achtergrond zijn.

Digibetocratie benoemt een serieus probleem en kan daarom weleens een woord met toekomst zijn, waarbij vooral te hopen is dat uiteindelijk meer Kamerleden niet alleen zelf digivaardiger worden, maar bovendien geschoold zullen zijn in de ICT.

Definitie

digibetocratie (de, -ën) land dat, economie die sterk leunt op digitale technieken en vaardigheden, terwijl het bestuurd wordt door digibeten, gevormd van digibeet + het achtervoegsel -cratie

2 Antwoorden

  1. Wim van Kuijk

    De definitie gebruikt het woord digibeten terwijl menigeen niet zal digiweten wat dat zijn. Ik stel een definitie voor die digibeten omschrijft als digitale stuntelaars of computerstuntelaars.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *