Coronawoordenboek

geplaatst in: Actueel | 41

1,5 meter- voorvoegsel waarmee zelfstandige naamwoorden worden gevormd die betekenen dat het door het tweede lid genoemde afgestemd is op en ingericht is voor het bewaren van anderhalve meter tot anderen ter voorkoming van virusbesmettingen en met name virusepidemieën: 1,5 metercafé, 1,5 meterklas, 1,5 metertrein, 1,5 meterwerkplek

1,5 metercirkel (de) zie anderhalvemetercirkel

1,5 metereconomie (de) zie anderhalvemetereconomie

1,5 metersamenleving (de) zie anderhalvemetersamenleving

1,5 metersyndroom (het) dwangmatige behoefte om 1,5 meter afstand ten opzichte van elke andere persoon te bewaren in combinatie met paniekerige angst als iemand de 1,5 metercirkel dreigt te overschrijden

5G-coronacomplottheorie (de) complottheorie die een verband legt tussen de introductie van een stan­daard voor mo­biel te­le­foon- en da­ta­ver­keer (5G) en de uitbraak van een besmettelijk virus (corona)

50-pluslockdown (de) gedeeltelijke lockdown waarbij personen tot 50 jaar aan het publieke leven mogen deelnemen, maar 50-plussers zoveel mogelijk thuis moeten blijven vanwege hun kwetsbaarheid voor een virus

60-minmaatschappij (de) maatschappij waarin tijdens een virusuitbraak 60-minners zich onbeperkt kunnen bewegen, maar ouderen, bij wie een virusbesmetting een ernstig beloop kan hebben, beperkingen in hun bewegingsvrijheid opgelegd krijgen ter voorkoming van overbelasting van het zorgsysteem

aanhoesten (overgankelijk werkwoord; hoestte aan, h. aangehoest) hoes­ten in de rich­ting van iemand, met name als ma­nier waar­op vi­rus­sen wor­den over­ge­dra­gen, synoniem aankuchen

aankuchen (overgankelijk werkwoord; kuchte aan, h. aangekucht) aanhoesten

aanloopleren (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) (in België) tijdens een lockdown via digitale hulpmiddelen nieuwe leerstof doornemen die later in de klas herhaald zal worden, synoniem preteaching

aanlooples (de) (in België) tijdens een lockdown via digitale hulpmiddelen gegeven les over leerstof die later in de klas herhaald zal worden

aanniezen (overgankelijk werkwoord; niesde aan, h. aangeniesd) niezen in de rich­ting van iemand, met name als ma­nier waar­op vi­rus­sen wor­den over­ge­dra­gen

aansteken (overgankelijk werkwoord; stak aan, h. aangestoken) besmetten, bv. met een virus: een ander aansteken met corona zonder dat je zelf ziekteverschijnselen hebt

aan-uitlockdown (de) lockdown waarbij de maatregelen afwisselend strenger en soepeler zijn, afhankelijk van het reproductiegetal van het (corona)virus

AC 1 na de corona-uitbraak, tegenover BC; afkorting van Engels after corona 2 voor de corona-uitbraak, tegenover PC; afkorting van Latijn ante corona

aerosol (de) fijne nevel van zeer kleine vochtdeeltjes en andere deeltjes (bv. virussen) die mensen en dieren uitademenen en die zich door de lucht verspreidt; verspreiding van een virus via aerosolen; geleerde vorming van aëro [lucht-] + Latijn solvere [oplossen]

aerosolinfectie (de) infectie met een virus via aerosolen

aerosoloverdracht (de) aerosolinfectie

afgrendeling (de) -> lockdown

afhaalfile (de) file voor een drive-thrurestaurant

afsluiting (de) -> lockdown

afstandsalarm (het) apparaatje dat voortdurend de afstand tot andere personen meet en een signaal geeft wanneer die afstand te klein is, synoniem afstandsmeter

afstandsbezoek (het) bezoek waarbij de bezoeker(s) ten minste anderhalve meter afstand bewaart tot de persoon of personen bij wie hij op visite gaat

afstandschaamte (de) schaamte die iemand ervaart wanneer hij of zij tijdens het boodschappendoen vergeet om anderhalve meter afstand te houden ten opzichte van winkelpersoneel en andere klanten

afstandseconomie (de) economie die zo is ingericht dat beroepsbeoefenaars bij alles wat samenhangt met de uitoefening van hun bedrijf of beroep voldoende afstand tot anderen kunnen bewaren, m.n. ter voorkoming van virusepidemieën

afstandsetentje (het) gelegenheid waarbij mensen virtueel samen aan het eten zijn, bv. door rond etenstijd met elkaar te beeldbellen via FaceTime of Skype dan wel te appen, m.n. in tijden van (zelf)isolatie en quarantaine

afstandsgesprek (het) gesprek waarbij de spreker ten minste anderhalve meter afstand bewaren ten opzichte van elkaar

afstandsgroet (de) groet waarbij je op afstand van iemand blijft en in elk geval geen fysiek contact (bv. d.m.v. een handdruk) maakt

afstandshamen (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) een ander luidkeels tot de orde roepen of diens gedrag op de sociale media aan de kaak stellen omdat hij de regel heeft overtreden om ten minste anderhalve meter afstand tot elkaar te bewaren

afstandsmaatschappij (de) afstandssamenleving

afstandsmeter (de) afstandsalarm

afstandsregel (de) regel dat je ter voorkoming van infecties in een periode dat er een besmettelijk virus rondwaart een bepaalde fysieke afstand tot anderen moet bewaren

afstandssamenleving (de) samenleving die zo is ingericht dat je bij je werk, het winkelen, de besteding van je vrije tijd steeds voldoende afstand tot anderen kunnen bewaren, m.n. ter voorkoming van virusepidemieën, synoniem afstandsmaatschappij

afstandsvisite (de) afstandsbezoek

afvlakken (overgankelijk werkwoord; vlakte af, h. afgevlakt) vlak maken, m.n. in de uitdrukking de curve afvlakken ervoor zorgen dat het aantal met een virus besmette personen, ziekenhuisopnamen of sterftegevallen zo min mogelijk stijgt (wat blijkt uit de grafische weergave daarvan)

agressiviteit (de) (medisch) 1 mate waarin een infectie zich verspreidt of waarin een tumor uitzaait 2 mate waarin een infectieziekte of tumor schadelijk is voor een organisme

amateurviroloog (de) leek die de theorieën en aanpak van professionele virologen in twijfel trekt, veelal op basis van zijn onderbuikgevoel

ambulancebus (de) bus waarin meerdere patiënten tegelijk (over een langere afstand) kunnen worden vervoerd onder begeleiding van medisch personeel, synoniem behandelbus, zie ook coronabus

anderhalvemeter- voorvoegsel waarmee zelfstandige naamwoorden worden gevormd die betekenen dat het door het tweede lid genoemde afgestemd is op en ingericht is voor het bewaren van anderhalve meter tot anderen ter voorkoming van virusbesmettingen en met name virusepidemieën: anderhalvemetercafé, anderhalvemetervervoer, anderhalvemeterwerkplek

anderhalvemetercirkel (de) denkbeeldige cirkel om een persoon die anderen in de anderhalvemetersamenleving geacht worden niet te betreden

anderhalvemetercoach (de) iemand die bedrijven en organisaties adviseert en begeleidt bij de overgang naar een anderhalvemetersamenleving

anderhalvemetereconomie (de) economie die zo is ingericht dat beroepsbeoefenaars bij alles wat samenhangt met de uitoefening van hun bedrijf of beroep zoveel mogelijk ten minste anderhalve meter afstand tot anderen kunnen bewaren, m.n. ter voorkoming van virusepidemieën

anderhalvemeteren (onovergankelijk werkwoord, anderhalvemeterde, heeft geanderhalvemeterd) leven, werken, recreëren terwijl je je houdt aan de anderhalvemeterregel

anderhalvemetergesprek (het) gesprek waarbij de deelnemers op ten minste 1,5 meter afstand van elkaar staan

anderhalvemetermaatschappij (de) anderhalvemetersamenleving

anderhalvemeterpolitie (de) (schertsend) benaming voor de politie als handhaver van de aan burgers gestelde regel om ten minste anderhalve meter afstand tot elkaar te bewaren

anderhalvemeterregel (de) regel om in de publieke ruimte, in winkels, in het openbaar vervoer e.d. ten minste anderhalve meter afstand tot anderen kunnen bewaren, m.n. ter voorkoming van virusepidemieën

anderhalvemetersamenleving (de) samenleving die zo is ingericht dat burgers in de publieke ruimte, in het openbaar vervoer, in winkels e.d. zoveel mogelijk ten minste anderhalve meter afstand tot anderen kunnen bewaren, m.n. ter voorkoming van virusepidemieën, synoniem anderhalvemetermaatschappij

anderhalvemetersyndroom (het) 1,5 metersyndroom

anticorona– voorvoegsel ter aanduiding dat het door het hiermee samengestelde woord genoemde bedoeld is ter bestrijding of voorkoming van corona en/of een corona-epidemie: anticorona-app, anticoronamaatregelen, anticoronamiddel, anticoronaplexiglasscheidingswand, anticoronaproduct, anticoronaspatscherm, anticoronavaccin

anticoronafeest (het) lockdownparty in tijden van corona

antivirale middelen (de) medicijnen waarmee een virus of virusinfectie kan worden bestreden

antivirale therapie (de) therapie met antivirale middelen ter genezing van iemand die een virusinfectie heeft

antroponose (de) ziekte die van mensen op dieren overgaat; ge­vormd van  anthrōpos (mens) + Grieks nosos [ziek­te]

appathon (de, -s) bijeenkomst van deskundigen op het gebied van programmering, dataverzameling en cybersecurity om apps (bv. traceerapps t.b.v. de strijd tegen een corona-epidemie) grondig te testen en voor eventuele tekortkomingen gezamenlijk naar (technologische) oplossingen te zoeken; naar analogie van hackathon gevormd als porte-manteauwoord van app en het laatste deel van marathon

ARDS (het) verkorting van Acute Respiratory Distress Syndrome, syndroom gekenmerkt door blijvende schade na een longziekte en/of landurige beademing; Engels

asymptomaticus (de, asymptomatici) iemand die een ziekte heeft zonder daarvan de bijbehorende symptomen te vertonen, m.n. iemand die een virusinfectie doormaakt zonder ziekteverschijnselen te hebben

asymptomatische besmetting (de) virusbesmetting waarbij de geïnfecteerde geen ziekteverschijnselen vertoont, bijna-synoniem subklinische infectie

autodisco (de) disco waarbij de feestgangers gezeten in hun auto voor een podium met een lichtshow staan en op de autoradio de door de dj gespeelde (house)muziek horen, waarbij ze op de maat van de muziek met hun richtingaanwijzers en koplampen knipperen, claxonneren en hun armen uit het raampje te steken, synoniem drive-inrave 

balconcert ook wel balkoncert (het) muziekuitvoering in de openlucht bij een zorginstelling e.d., waar de bewoners vanaf het balkon naar kunnen luisteren; porte-manteauwoord van balkon en concert

balconversatie ook wel balkonversatie (de) gesprek (met buren of passanten) dat je voert vanaf je balkon, m.n. ter voorkoming van coronabesmetting; porte-manteauwoord van balkon en conversatie

balkonbezoek (het) bezoek aan iemand die bij een virusepidemie tot de kwetsbare groepen behoort en/of die in (zelf)isolatie zit, waarbij je niet het huis betreedt, maar op of voor het balkon blijft staan of zitten zie ook raambezoek, stoepbezoek

balkonbingo (het) bingo waarbij de spelers mensen zijn die elkaar tijdens een lockdown of een periode van (thuis)quarantaine alleen van een afstand mogen zien en spreken en daarom vanaf hun balkon aan het spel deelnemen

Balkoningsdag (de) Koningsdag tijdens een pandemie, waardoor feestvierders niet massaal de straat op kunnen, maar binnenshuis of hooguit op hun balkon aan de feestelijkheden mogen deelnemen, zie ook Woningsdag; porte-manteauwoord van balkon en Koningsdag

balkonnade (de) muziekuitvoering vanaf het balkon of uitzending van een muziekstuk vanaf het balkon, m.n. bedoeld als sociaal bindmiddel tijdens een lockdown; porte-manteauwoord van balkon en serenade (muziekuitvoering)

balkonpolitie (de) ongunstige benaming voor personen die buurtbewoners die zich niet aan strikte lockdownregels houden verklikken bij het bevoegde gezag; vertaling van Spaans policía de balcón

balkonquiz (de) quiz waarbij de spelers mensen zijn die elkaar tijdens een lockdown of een periode van (thuis)quarantaine alleen van een afstand mogen zien en spreken en daarom vanaf hun balkon aan de quiz deelnemen; gevormd naar analogie van bv. pubquiz

balkonsolidariteit (de) solidariteit of saamhorigheid van flatbewoners onderling, bv. door vanaf het balkon samen te zingen

balkonzanger (de) min of meer geschoolde zanger die tijdens een lockdownperiode vanaf zijn balkon aria’s e.d. zingt om zijn buurtbewoners te bemoedigen, m.n. in Zuid-Europese steden

BC vóór de corona-uitbraak, tegenover AC; afkorting van Engels before corona 

beademing (de) 1 toe­die­ning van kunst­ma­ti­ge adem­ha­ling met be­ade­mings­apparatuur: intensieve beademing 2 beademingsapparatuur: aan de beademing liggen/moeten

beademingsapparatuur (de) geheel van toestellen ten behoeve van kunstmatige beademing

beademingsbol (de) voorwerp dat om het hoofd van een kortademige patiënt met longontsteking wordt geplaatst om hem te beademen

beeld- eerste deel van samenstellingen als de vol­gen­de, ter aan­dui­ding dat je het door het twee­de deel genoemde ieder apart maar toch samen doet omdat je met elkaar verbonden bent via Skype of een andere app waarmee je kunt videobellen, synoniem video: beeldbarbecue, beeldbarbecueën, beeld-bbq, beeldborrel, beelddineren, beeldgourmetten

beeldbelapplicatie (de) applicatie om te kunnen beeldbellen

beeldbellen (overgankelijk werkwoord, beeldbelde, heeft gebeeldbeld) 1 te­le­fo­ne­ren met een beeldtelefoon 2internetbellen met een of meer anderen met behulp van een app (bv. Skype) waardoor je je gesprekspartner(s) tevens kunt zien op het computerscherm

behandelbus (de) ambulancebus

beheerste verspreiding (de) verspreiding van een infectieziekte onder de bevolking die beïnvloed wordt door beleid van de overheid en medische autoriteiten, zoals de GGD, met name erop gericht de medische zorg intact te houden, zodat patiënten goed behandeld kunnen worden, met als neveneffect dat er op termijn groepsimmuniteit ontstaat, synoniem gecontroleerde verspreiding

beklapje (het) (informeel) mondkapje

bemondkapt (bijvoeglijk naamwoord) een mondkapje dragend: een bemondkapte medewerker van de thuiszorg

berenjacht (de) sociaal gezelschapsspel tijdens een gedeeltelijke lockdown waarbij mensen teddyberen op plekken zetten (bv. voor het raam) die vanaf de openbare weg te zien zijn, die vervolgens door kinderen moeten worden gespot; genoemd naar het kinderboek Wij gaan op berenjacht (1995)

beschermende middelen (de) middelen die bescherming bieden tegen letsel of besmetting of tegen het overdragen van infecties op anderen, zoals handschoenen, mondkapjes, veiligheidsbrillen

beschermkapje (het) mondkapje of mond-neuskapje

besmettelijk (bijvoeglijk naamwoord) smetstoffen, bv. virussen, overdragend, synoniem infectieus

besmettelijkheid (de) mate waar­in een smetstof, m.n. een virus, in staat is een be­smet­ting te ver­oor­za­ken, synoniem infectiviteit

besmetteling (de) iemand die besmet is, bv. met het coronavirus SARS-CoV-2

besmetting (de) overdracht van een ziek­te­ver­wek­ker, zoals een bacterie of virus, van een besmet individu op een ander, synoniem infectie

besmettingsangst (de) angst om met een ziekteverwekker, bv. een virus, te worden besmet, synoniem infectievrees

besmettingsbron (de) 1 individu dat besmet is met een virus en dit mogelijk verspreidt besmettingshaard

besmettingscurve (de) 1 grafische weergave van het aantal besmettingen met een infectieziekte 2 (metonymisch) aantal besmette gevallen: een stijgende, dalende besmettingscurve; een afvlakkende besmettingscurve

besmettingsgetal (het) getal dat het gemiddelde aantal individuen noemt dat door een virusdrager wordt besmet: een besmettingsgetal hoger/lager dan 1

besmettingsgevaar (het) gevaar te worden besmet met een ziekteverwekker, bv. een virus, synoniem besmettingsrisicoinfectierisico

besmettingsgolf (de) groot aantal besmettingen die in een bepaalde periode plaatsvindt: een eerste, tweede besmettingsgolf

besmettingsgraad (de) mate waarin personen die een infectieziekte hebben anderen besmetten, uitgedrukt als percentage: een besmettingsgraad van lager dan 1, waarbij iemand minder dan één andere persoon besmet

besmettingshaard (de) persoon, plaats e.d. van waaruit een reeks besmettingen, bv. met een virus, plaatsvindt en/of waarop een reeks besmettingen is terug te voeren, synoniem infectiehaard

besmettingsketen (de) infectieketen

besmettingslijn (de) grafische voorstelling van het aantal besmettingen binnen een populatie: een dalende, stijgende besmettingslijn

besmettingsrisico (het) besmettingsgevaar

besmettingsroute (de) besmettingsweg

besmettingsweg (de) route waar­langs een individu be­smet raakt of is ge­raakt met een in­fec­tie­bron, synoniem besmettingsrouteinfectieroute

betaalhygiëne (de) regels betreffende het betaalverkeer in het be­lang van de volksge­zond­heid, m.n. in tijden van corona

bezoekcontainer (de) omgebouwde container die dient als mobiele ontmoetingsplek waar je – beschermd tegen mogelijke infecties – veilig iemand kan ontmoeten die in isolatie zit

bezoekhuisje (het) tijdelijke verblijfsruimte waar bewoners van een zorginstelling coronaproof, d.w.z. achter plexiglas, bezoekers kunnen ontmoeten, synoniem kletshuisje

bierviltjesvirologie (de) amateurvirologie

bigbrotherapp (de) traceerapp waarmee de gangen van personen worden nagegaan, m.n. om hun gedrag te kunnen beïnvloeden

bioresponsteam (het) politieteam bestaande uit mensen die in beschermende kleding en met gezichtsmaskers e.d. optreden, m.n. in situaties waarin er een verhoogd risico op een (virus)besmetting bestaat

bloedtest (de) bloedonderzoek, in de virologie m.n. serologisch onderzoek naar de aan- of afwezigheid van antistoffen tegen bepaalde virussen

blokjesverjaardag (de) verjaardag waarop de gasten in tijdsblokken gespreid over de dag worden ontvangen, m.n. als manier om de vorming van grote groepen te vermijden en zo het risico van virusverspreiding te verkleinen

blotesnoetenland (het) (schertsend) land waar tijdens een virusepidemie de meeste mensen zich zonder mondbedekking (mondkapje of gezichtsmasker) in de publieke ruimte (en winkels, het openbaar vervoer) begeven

boodschappenstudent (de) student die als vrijwilliger boodschappen doet voor mensen die tijdens een (virus)epidemie die tot de kwetsbare groepen behoren en/of die zin zelfisolatie zijn gegaan

boostbox (de) (in België) doos met groente en fruit die je online kunt kopen en o.a. bij een ziekenhuis of zorginstelling kunt laten bezorgen als steuntje in de rug voor de mensen die daar coronapatiënten (en anderen) verzorgen 

brononderzoek (het) onderzoek naar of bemonstering van de bron van een infectie, bv. met legionella

bubbel (de) kring van personen met wie je doorgaans omgaat, veelal met de bijgedachte dat  andersdenkenden niet of nauwelijks tot zo’n kring kunnen doordringen; tijdens een lockdown de qua omvang beperkte groep van mensen met wie men ten tijde van een epidemie contact mag onderhouden, zie ook sociale bubbel

bubbelen (onovergankelijk werkwoord, bubbelde, heeft gebubbeld) alleen omgaan met de mensen uit je eigen sociale bubbel

bubbellozen (meervoud) mensen zonder sociale bubbel

bubbeloverschrijdend (bijvoeglijk naamwoord) contacten met personen buiten de eigen sociale bubbel hebbend

buitenschaamte (de) schaamte die iemand ervaart wanneer hij of zij tijdens een (gehele of gedeeltelijke) lockdown buiten is, bv. om de noodzakelijke boodschappen te doen, zie ook straatschaamte

burgeropsluiting (de) ongunstige benaming voor verplichte thuis- of zelfisolatie van personen die mogelijk besmet zijn met een virus

buurtbureau (het) speciaal ingerichte werkplek in een kantoorgebouw op loop- of fietsafstand van huis voor mensen die in de anderhalvemetereconomie niet de gelegenheid hebben om thuis te werken

CALD (de) afkorting van Covid Associated Lung Disorder, chronische longziekte die kan optreden bij ex-coronapatiënten, onder meer gekenmerkt door vermoeidheidsklachten, longfibrose en trombose; Engels

c-crisis (de) coronacrisis

CEPI (de) afkorting van Coalition for Epidemic Preparedness Innovations, in het Nederlands: Coalitie voor epidemiologische voorbereidingsinnovaties; Engels

checkgesprek (het) gesprek dat de uitbater van een horeca- of uitgaansgelegenheid verplicht is te voeren met een potentiële gast of bezoeker van zijn etablissement ter voorkoming van virusverspreiding, synoniem gezondheidsgesprek

Chinese griep (de) (informeel) dysfemisme voor de door het coronavirus SARS-CoV-2 veroorzaakte infectieziekte COVID-19; ontleend aan Engels Chinese fever en mogelijk geïnspireerd door de naam van de vorige dodelijke pandemie, de Spanish flu (de Spaanse griep)

chloroquine (de) antimalariamiddel dat genoemd wordt als mogelijke therapie tegen de gevolgen van een infectie met het coronavirus SARS-CoV-2, zie ook hydroxychloroquine

cirkelommetje (het) omtrekkende beweging van circa 1,5 meter waarmee iemand die op straat of in de winkel loopt een andere persoon passeert

cloudclubbing (het) virtueel nachtclubbezoek, waarbij je inlogt op een videoplatform waarop een dj muziek livestreamt, zodat wie in thuisquarantaine zit toch kan dansen en feesten; ontleend aan Engels cloud clubbing, letterlijk: een nachtclub in de cloud bezoeken

cockdown (de) toestand waarin een man als gevolg van een lockdown een laag libido heeft, d.w.z. minder zin heeft in seks; Engels, porte-manteauwoord van cock (mannelijk lid) en lockdown

code rood (de) situatie in ziekenhuizen waarbij de vraag naar spoedeisende hulp dermate groot is dat artsen patiënten die niet-spoedeisende hulp nodig hebben op een later tijdstip laten terugkomen of doorverwijzen

code zwart (de) situatie in ziekenhuizen waarbij de vraag naar spoedeisende hulp dermate groot is dat artsen op grond van overlevingskansen kiezen welke patiënten nog behandeld zullen worden

cohortverpleging (de) vorm van verpleging waarbij patiënten die met dezelfde ziekteverwekker geïnfecteerd zijn, zich gezamenlijk op een geïsoleerde locatie bevinden, synoniem isolatieverpleging

COLD (de) afkorting van Chronic Obstructive Lung Disease, een longziekte, gekenmerkt door chronische bronchitis en longemfyseem  bv. als gevolg van een longziekte zoals corona (waardoor de afkorting sinds maart 2020 ook wel wordt geherinterpreteerd als Corona Obstructive Lung Disease); Engels

collectieve immuniteit (de) groepsimmuniteit

compassionate use (de) gebruik van een experimenteel geneesmiddel als laatste redmiddel voor een patiënt voor wie geen alternatieve behandelingsmogelijkheden beschikbaar zijn; Engels, letterlijk barmhartig gebruik

contactapp (de) app die registreert of de houder van de smartphone in de buurt van iemand is of is geweest, m.n. of hij of zij in de nabijheid is geweest van iemand met een bevestigde, vermoedelijke of milde besmetting met een virus, zoals het coronavirus, bedoeld om vroegtijdig mogelijke besmettingshaarden op te sporen

contactberoep (het) beroep waarbij je je klant fysiek aanraakt, bv. fysiotherapeut en kapper

contactloos bezorgen in de anderhalvemetersamenleving pakketten) bezorgen door ze voor de deur te zetten na te hebben aangebeld en geconstateerd dat de geadresseerde aanwezig is

contactloos daten daten via een app waarbij het uitdrukkelijk niet de bedoeling is om tot een fysieke afspraak te komen

contactluw (bijvoeglijk naamwoord) waarbij geen of slechts minimaal (fysiek) contact vereist is: contactluw onderwijs

contactonderzoek (het) onderzoek naar de contacten die een geïnfecteerde persoon heeft gehad in de periode dat hijzelf de infectie vermoedelijk heeft kunnen verspreiden

contactschaamte (de) schaamte omdat je iemand aangeraakt hebt terwijl je dat op grond van de anderhalvemeterregel niet had mogen doen

contacttracer (de) (in België) iemand die vanuit een callcenter contact onderhoudt met personen die in aanraking zijn geweest met een met corona geïnfecteerde persoon om regelmatig te controleren of deze contacten zelf ook corona krijgen; Engels

contacttracering (de) tracering, opsporing van de contacten die een geïnfecteerde persoon heeft gehad in de periode dat hijzelf de infectie vermoedelijk heeft kunnen verspreiden, synoniem contacttracing

contacttracing (het) contacttracering; ontleend aan Engels contact tracing

containment (de) fase van indamming van een zich snel verspreidende infectieziekte of opkomende epidemie; Engels, letterlijk beheersing, insluiting

corexit (de) corona-exit

coroma (de) jeugdige grootmoeder die tijdens een corona-uitbraak op de kleinkinderen komt passen hoewel ze tot de kwetsbare groepen behoort; porte-manteauwoord van corona en oma

corona (de) 1 ziekte veroorzaakt door een coronavirus, vaak gepaard gaande met koorts en klachten aan de luchtwegen, m.n. ziekte veroorzaakt door het coronavirus SARS-CoV-2: met corona op bed liggen 2 verkorting van coronavirus: hoe kun je corona verspreiden? 3 verkorting van corona-epidemie: in tijden van corona; corona heeft alle zekerheden die we als vanzelfsprekend beschouwen onderuit gehaald ; Latijn, letterlijk krans

corona-afstand (de) de veilige afstand van 1,5 meter tot andere mensen

corona-akkoord (het) akkoord tussen werkgever(s) en werknemers waarin n.a.v. de coronacrisis en de bestrijding daarvan nadere afspraken zijn vastgelegd m.b.t. werk, arbeidsomstandigheden en/of beloning

coronaal (bijvoeglijk naamwoord) betrekking hebben op corona: in coronale tijden, onder coronale omstandigheden; zie ook postcoronaal

corona-afstand (de) afstand van ten minste anderhalve meter, ter voorkoming van een coronabesmetting: op corona-afstand de pers te woord staan

corona-afval (het) afval in de vorm van beschermingsmiddelen (handschoenen, mondkapjes e.d.) dat mogelijk besmet is met corona

corona-angst (de) angst het coronavirus op te lopen en/of er ziek door te worden

corona-apocalyps (de) doemvoorstelling van de rampzalige maatschappelijke en economische gevolgen van een corona-epidemie of -pandemie

corona-app (de) 1 app waarmee de coronabesmettingen in een bepaald gebied (en de ontwikkeling daarvan) gemakkelijk in kaart kunnen worden gebracht traceerapp waarmee mensen kunnen worden opgespoord en gewaarschuwd die gedurende enige tijd in de directe omgeving zijn geweest die met corona wordt of is gediagnosticeerd, zie ook coronaratel, digitale ratel

corona-aso (de) coronahufter

coronabaan (de) baan, betrekking die is ontstaan door de coronacrisis, bv. pakjesbezorger

coronababy (de) baby die vanaf half december 2020 of begin 2021 geboren is, waarvan de conceptie plaatsvond tijdens de periode dat veel mensen als gevolg van de coronamaatregelen in thuisisolatie zijn gegaan

coronabelasting (de) speciale belasting ter bestrijding van de kosten van de corona-epidemie in een land, bv. een hoge winstbelasting voor winstgevende bedrijven of een miljonairsbelasting

coronabeslisser (de) overheidsfunctionaris die deel uitmaakt van de nationale crisisstructuur en uit hoofde daarvan beslist over maatregelen ter bestrijding van corona  

coronabestrijding (de) bestrijding van corona, m.n. door het instellen en handhaven van coronamaatregelen en door onderzoek, ontwikkeling en toepassing van een coronavaccin

coronablazer (de) iemand die een ander belaagt door deze bewust in het gezicht te blazen in tijden van corona (en daarbij te zeggen dat hij corona heeft)

coronaboete (de) proces-verbaal voor iemand die zonder geldige reden buiten is tijdens een lockdownperiode vanwege corona

coronabom (de) superverspreider van het coronavirus

coronabond (de) coronaobligatie

coronabrandhaard (de) besmettingshaard van het coronavirus

coronabubbel (de) sociale bubbel tijdens corona

coronabuddy (de) virusbuddy tijdens een corona-epidemie

coronabuikje (het) bol buikje dat het gevolg is van gebrek aan beweging tijdens een coronaquarantaine

coronabus (de) gelegenheidssynoniem van ambulancebus

corona care (de) speciale zorg voor patiënten met de virusinfectie COVID-19; Engels

corona care unit (de) deel van een ziekenhuis waar corona care wordt geboden; Engels

coronacation (de) het verplichte thuisverblijf tijdens corona, beschouwd als een vakantie; Engels

coronachoreografie (de) als een min of meer elegante dansfiguur voorgestelde ontwijkende beweging die mensen maken wanneer ze anderen in de publieke ruimte (bv. op straat of in de supermarkt) passeren in tijden dat er een anderhalvemeterregel geldt

coronacoalitie (de) (in België) coalitie gesloten ter bestrijding van de (economische) gevolgen van de coronacrisis

coronacocooning (de) min of meer gedwongen cocooning als gevolg van de door de overheid ingestelde/opgelegde lockdown bij een uitbraak van corona

coronaconcert (het) quarantaineconcert

coronaconfessie (de) onthulling, veelal enigszins gênant van aard, aangaande iemands gedrag terwijl hij of zij thuiswerkt als gevolg van een corona-epidemie

coronacontainer (de) verblijfscontainer waarin een of meer personen die mogelijk besmet zijn met een coronavirus, tijdelijk in quarantaine kunnen verblijven

coronacorridor (de) toerismecorrido

coronacrash (de) beurscrash die het gevolg is van de (angst voor een) coronacrisis of -recessie

coronacratie (de) samenleving waarin de overheid er alles aan doet, inclusief het opleggen van dwangmaatregelen aan personen en organisaties, om een corona-epidemie te bestrijden

coronacrimineel (de) 1 iemand die regelgeving rond lockdown en quarantaine tijdens een coronacrisis overtreedt 2 (figuurlijk) handelaar met een laag moreel bewustzijn die de coronacrisis aangrijpt om zijn producten tegen woekerprijzen te verkopen

coronacrisis (de) economische en/of financiële crisis die het gevolg is van een oncontroleerbare corona-uitbraak

coronactief (bijvoeglijk naamwoord) fysiek actief in tijden van corona, m.n. om in conditie te blijven

coronacorpulentie (de) corpulentie die ontstaat als gevolg van een langdurige lockdown in tijden van corona

coronacurve (de) grafische weergave van het verloop van een virusepidemie

coronadashboard (het) metafoor voor het instrumentarium dat de overheid ter beschikking staat om een corona-epidemie te managen, onder meer bestaande uit gegevens over nieuwe uitbraken, cijfers over het aantal besmettingen en het reproductiegetal van het virus

coronadate (de) virtuele date tijdens een lockdownperiode vanwege de coronacrisis

coronadelict (het) strafbaar feit waarbij de dader ervan verdacht wordt opzettelijk corona te hebben willen verspreiden, bv. door hoesten of spugen

coronadelinquent (de) iemand die een coronadelict begaat of heeft begaan

coronadepressie (de) depressie die wordt toegeschreven aan stressfactoren rond een corona-epidemie, de rigide maatregelen ter voorkoming daarvan (zoals een lockdown) en de maatschappelijke en economische gevolgen daarvan

coronadienst (de) dienst van een arts of verpleegkundige op een afdeling met coronapatiënten

coronadiploma (het) schooldiploma dat is behaald zonder dat daarvoor eindexamen is gedaan als gevolg van de coronacrisis

coronadiplomatie (de) diplomatie in de vorm van het bieden van medische hulp, kennis en hulpgoederen bij een uitbraak van het coronavirus, m.n. het virus SARS-CoV-2; zie ook mondkapjesdiplomatie en virusdiplomatie

coronadiscipline (de) discipline ten aanzien van de coronamaatregelen: coronadiscipline tonen, zich goed houden aan de coronamaatregelen

coronadode (de) iemand die gestorven is aan een infectie met een coronavirus, m.n. COVID-19

coronadreiger (de) iemand, al dan niet een drager van het coronavirus, die anderen bewust dreigt te besmetten met het virus, bv. door in hun richting te hoesten of te spugen

coronadreiging (de) dreiging van een (massale) uitbraak van het coronavirus

coronadrive-in (de) locatie waar automobilisten met behulp van een sneltest worden gecontroleerd op ziekte, bv. op corona, synoniem coronateststraat

coronadrone (de) pandemiedrone

corona-effect (het) effect van corona op de samenleving, de economie: een tijdelijke, blijvend corona-effect

corona-epidemie (de) epidemie die veroorzaakt is door een coronavirus, m.n. door het virus SARS-CoV-2

corona-exit (de) het geleidelijk intrekken van coronamaatregelen (zoals een ingestelde lockdown) wanneer vaststaat dat de corona-uitbraak onder controle is, synoniem corexit

coronafaillissement (het) faillissement als gevolg van de lockdown waarmee de coronapandemie in 2020 gepaard ging

coronafashion (de) coronamode

coronafeestje (het) lockdownparty in tijden van corona

coronafonds (het) fonds ter financiering van (een deel van) de kosten van de coronacrisis, bv. de meerkosten van de medische zorg als gevolg van de corona-uitbraak: een Europees coronafonds

coronafraude (de) fraude met een van de maatregelen die de overheid heeft ingesteld om ondernemers en werknemers te ondersteunen die financieel getroffen zijn door de coronacrisis 

coronafraudeur (de) iemand die coronafraude pleegt of heeft gepleegd

coronageddon (het) wereldwijde chaotisch verlopende ramp die het gevolg is van een coronapandemie; Engels, porte-manteauwoord van corona en armageddon (grote ramp)

coronagedrag (het) gedrag voor zover dat gericht is op het voorkomen van corona of in zoverre dat juist besmetting met het coronavirus in de hand werkt: verantwoord coronagedrag

coronagetuigenis (het en de) socialemediabericht of interview over de (veelal heftige) coronabesmetting die iemand heeft doorgemaakt 

coronagezant (de) functionaris die door de overheid is aangewezen om namens haar het bedrijfsleven aan te sturen om op korte termijn (hulp)middelen te gaan produceren en te leveren waaraan tijdens een corona-epidemie behoefte bestaat

coronagezin (het) gezin dat gedurende zekere tijd vanwege corona min of meer in thuisquarantaine zit, beschouwd vanuit de specifieke problematiek die samenhangt met het tijdelijk op elkaars lip zitten

coronagriep (de) ziekte als gevolg van infectie met het coronavirus, voorgesteld als een vorm van griep in de aspecifieke betekenis: infectieziekte die gepaard gaat met klachten aan de luchtwegen en koorts

coronahamsteraar (de) iemand die hamstert uit vrees geveld te worden door corona en/of verplicht te worden in zelfisolatie te gaan als gevolg van mogelijke coronasymptomen, dan wel uit vrees dat de supermarkten in een later stadium dichtgaan of geen producten meer zullen kunnen leveren

coronahamsteren (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) hamsteren uit voorzorg dat je geveld wordt door corona of dat je gedwongen wordt in zelfisolatie te gaan als gevolg van mogelijke coronasymptomen

coronahand (de) door veelvuldig wassen schraal geworden hand

coronahinderpremie (de) (in België) bedrag dat bedrijven met een fysieke inrichting, bv. een winkelruimte, ontvangen ter compensatie van de inkomstenderving door de verplichte sluiting op grond van de coronamaatregelen

coronahoester (de) iemand die een ander belaagt door deze bewust in het gezicht te hoesten in tijden van corona (en daarbij te zeggen dat hij corona heeft)

coronahond (de) hond die getraind is op het herkennen van de specifieke geur van corona, m.n. om coronapatiënten of -geïnfecteerden op te sporen

coronahufter (de) bezoeker van een supermarkt of een winkel die zich in tijden van corona niet aan het winkelprotocol houdt en bijvoorbeeld geen anderhalve meter afstand bewaart tot het personeel of andere klanten, synoniem corona-aso, coronalul, covidaso

coronahuis (het) huis waar mensen met corona (samen) in quarantaine verblijven

corona-incident (het) gebeurtenis met een verhoogd risico op een corona-infectie, bv. coronaovertreding

corona-infectie (de) coronabesmetting

coronair (bijvoeglijk naamwoord) zie coronaal

corona-isolement (het) al dan niet zelfverkozen isolement als gevolg van corona of de maatregelen daartegen, zoals een lockdown

coronakabinet (het) (in België) demissionair kabinet dat speciale volmachten heeft gekregen voor de bestrijding van de (economische) gevolgen van de coronacrisis

coronakampioen (de) team dat boven aan een ranglijst staat van een competitie die vanwege de coronamaatregelen niet kan worden uitgespeeld

coronakapsel (het) rommelig kapsel van iemand die als gevolg van coronamaatregelen (lockdown of thuisisolatie) een tijdlang niet naar de kapper heeft kunnen gaan en daarom zelf aan de slag is gegaan met schaar, tondeuse en haarspoeling of dit zijn of haar partner heeft laten doen, synoniem coupe corona

coronakiller (de) (informeel) coronavaccin

coronakilo (de) kilo die iemand aankomt wanneer hij ten gevolge van corona langdurig binnen zit en relatief inactief is, synoniem lockdownkilo

coronaklacht (de) medische klacht die kenmerkend is voor corona, bv. een droge hoest en koorts

coronakleding (de) beschermende kleding die gedragen wordt ter voorkoming van het verspreiden en/of oplopen van een infectie met het coronavirus

coronaklever (de) iemand die in tijden van corona het advies overschrijdt om anderhalve meter afstand tot anderen te bewaren 

coronaklikken (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) aan agenten, boa’s en dergelijke functionarissen melden wanneer (te veel) mensen bij elkaar zijn en zo de anderhalvemeterregel overtreden

coronakoerier (de) koerier die een pakje niet afgeeft, maar voor de deur zet ter voorkoming van een besmetting met het coronavirus

coronakoorts (de) ziekte veroorzaakt door een coronavirus, vaak gepaard gaande met koorts en klachten aan de luchtwegen, m.n. ziekte veroorzaakt door het coronavirus SARS-CoV-2

coronakrediet (het) door de overheid gegarandeerd (overbruggings)krediet dat een bank verschaft aan een onderneming of zzp’er

coronakucher (de) coronahoester

coronakunst (de) kunst die gemaakt is tijdens een corona-epidemie en/of daarop betrekking heeft, onder meer door musea verzameld als artefacten uit een bijzondere tijd

coronalama (de) coronaspuger

coronalamp (de) uv-c-lamp waarmee micro-organismen worden vernietigd, waaronder het coronavirus

coronalening (de) door de overheid gegarandeerde lening die een bank verschaft aan een onderneming of zzp’er

coronalied (het) als bemoediging voor gans het volk bedoeld lied dat tijdens een corona-epidemie wordt opgenomen en uitgebracht door een gelegenheidsformatie van BN’ers, die op deze wijze hun BN’er-schap, zélfs in tijden van corona, pogen te onderstrepen en – volgens hun bespotters – ‘corona het land uit willen zingen’

coronalockdown (de) lockdown als gevolg van een corona-epidemie; ontwaken uit de coronalockdown

coronalogie (de) het geheel van kennis over alle facetten van corona en de verspreiding daarvan

coronalul (de) coronahufter

coronamaatregel (de) maatregel ter bestrijding van het coronavirus en de uitbraak van de daardoor veroorzaakte ziekte COVID-19

coronamedicijn (het) medicijn ter behandeling van de gezondheidsklachten die het gevolg kunnen zijn van een infectie met het coronavirus

coronamode (de) mode waarin beschermende middelen, zoals mondkapjes en handschoenen, zijn geïntegreerd, synoniem coronafashion

coronamoe (bijvoeglijk naamwoord) meer dan genoeg hebbend van de virusziekte corona en m.n. van de berichtgeving daarover

coronanie (de) masturbatie in tijden van corona, waarin fysiek contact met anderen (buiten de vaste partner met wie je samenleeft) onwenselijk gevonden wordt; porte-manteauwoord van corona en onanie (masturbatie, eigenlijk gezegd van mannen, maar bij uitbreiding ook in het algemeen)

coronazi (de) (ongunstig) iemand die een andere die zich niet aan de corona- en/of lockdownmaatregelen houdt op vrij agressieve wijze aanspreekt en kapittelt; porte-manteauwoord van corona en nazi

coronaobligatie (de) euro-obligatie uitgegeven ter bestrijding van de coronacrisis, synoniem coronabond

coronaontkenner (de) iemand die de ernst van de door het coronavirus SARS-CoV-2 veroorzaakte virusziekte COVID-19 ontkent; gevormd naar analogie van klimaatontkenner

coronaontslag (het) (collectief) ontslag dat voortvloeit uit de coronacrisis en onder bepaalde voorwaarden is toegestaan

corona-oudje (het) denigrerende benaming voor ouderen die kwetsbaar zijn voor de gevolgen van een coronabesmetting 

coronaoverlever (de) iemand die ernstig ziek geworden is als gevolg van een besmetting met het coronavirus, maar uiteindelijk genezen is

coronapandemie (de) wereldwijde epidemie die veroorzaakt is door een coronavirus, m.n. door het coronavirus SARS-CoV-2

coronapaniek (de) grootschalige angst onder de populatie van een stad of land voor het coronavirus en/of een corona-uitbraak

coronaparanoia (de) overdreven achterdocht jegens bepaalde mensen van wie je (al dan niet terecht) vreest dat ze je met het coronavirus zouden kunnen besmetten

coronapaspoort (het) immuniteitscertificaat dat verstrekt wordt aan personen die via een serologische test kunnen aantonen een besmetting met het nieuwe coronavirus te hebben doorgemaakt

coronapatiënt (de) iemand die lichte of zware klachten heeft als gevolg van een besmetting met het coronavirus

coronapiek (de) piek in het aantal coronagevallen

coronapreventie (de) geheel van maatregelen ter voorkoming van de overdracht van het coronavirus 

coronaproof (bijvoeglijk naamwoord) coronaveilig

coronaprotocol (het) geheel van regels ter voorkoming van besmetting met corona die gelden voor medewerkers en klanten van een bedrijf, winkel of supermarkt

coronaquarantaine (de) quarantaine van mensen die besmet zijn met het coronavirus of ervan verdacht worden daarmee besmet te zijn, synoniem corontaine

coronaquiz (de) quiz die je in isolatie speelt tijdens een corona-uitbraak

coronaracer (de) automobilist die tijdens een corona-epidemie een als gevolg van een lockdown vrijwel verlaten snelweg illegaal gebruikt om hard te rijden

coronaracisme (het) racisme en de uitingen daarvan gericht tegen mensen die behoren tot een volk dat of een etnische groep die op grote schaal getroffen is door een uitbraak van het coronavirus en die dientengevolge beschouwd worden als verspreiders daarvan

coronaratel (de) kritische benaming voor een corona-app; zo genoemd op grond van de associatie met de middeleeuwse pestratel of ratel waarmee lepralijders hun komst of passage moesten aankondigen

coronarecessie (de) recessie door de economische schade die het gevolg is van (draconische overheidsmaatregelen in reactie op) een uitbraak van het besmettelijke en in sommige gevallen levensbedreigende coronavirus SARS-CoV-2

coronarechtspraak (de) rechtspraak met betrekking tot coronadelicten

coronareflex (de) tijdens de coronacrisis ontwikkelde reflex die zich ook onder andere omstandigheden manifesteert, onder meer in het houden van afstand ten opzichte van (onbekende) anderen, m.n. wanneer je vermoedt dat zij een coronabesmetting kunnen overdragen

coronaregels (de) regels die burgers in acht moeten nemen ter voorkoming van de verspreiding van het coronavirus, zoals hoest- en handhygiëne

coronaregering (de) (in België) demissionaire regering die speciale volmachten heeft gekregen voor de bestrijding van de (economische) gevolgen van de coronacrisis

coronaregime (het) geheel van (leef)regels en restricties die gelden bij een lockdown wegens een corona-uitbraak

coronaregisseur (de) functionaris die bij een supermarkt of winkelcentrum belast is met de controle op de naleving van de coronaregels betreffende het maximum aantal klanten en de onderlinge afstand tussen hen

coronaresistentie (de) resistentie tegen corona, m.n. als gevolg van vaccinatie of (naar wordt aangenomen) als gevolg van het doormaken van een corona-infectie: gehele, gedeeltelijke coronaresistentie; coronaresistentie opbouwen

coronarestrictie (de) beperking in het maatschappelijk verkeer, de handel, het uitgaansleven e.d. die voortvloeit uit de maatregelen ter bestrijding van corona en een corona-uitbraak

coronarij (de) rij wachtende mensen die ten opzichte van elkaar een afstand van ten minste anderhalve meter bewaren

coronarotonde (de) straatjuweel in een winkelstraat e.d. waarmee het winkelende publiek en andere wandelaars min of meer gedwongen worden de looproute in de straat te volgen

coronascheiding (de) echtscheiding die het gevolg is van een langdurige thuisisolatie, als gevolg van veelvuldige conflicten tussen of onderlinge ergernissen van de partners

coronaschuld (de) schuld, m.n. deel van de staatsschuld als gevolg van de coronacrisis

coronashamen (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) iemand via de sociale media publiekelijk bekritiseren of te schande maken omdat zijn gedrag of denkbeelden mogelijk de verspreiding van corona in de hand werkt; ontleend aan Engels corona shaming

coronaslachtoffer (het) 1 iemand die ernstig ziek is als gevolg van een besmetting met de virusinfectie COVID-19: veel coronaslachtoffers liggen aan de beademing 2 iemand die gestorven is als gevolg van een besmetting met de virusinfectie COVI-19: er vallen honderden coronaslachtoffers te betreuren 3 persoon of organisatie die economische schade lijdt als gevolg van de coronapandemie: KLM is een van de grote coronaslachtoffers op de beurs

coronasluiting (de) sluiting van een school, winkel of andere gelegenheid om te voorkomen dat met corona besmette mensen het virus verspreiden

coronaso (de) coronahufter, porte-manteauwoord van corona en aso, zie ook corona-aso

coronasolidariteit (de) solidariteit van rijke of niet zwaar door corona getroffen EU-landen met landen die wel zwaar getroffen zijn door de corona-uitbraak of die weinig financiële reserves hebben opgebouwd

coronaspeurder (de) contacttracer

coronaspijbelaar (de) leerling die zelf niet besmet is met corona en die zelfs niet verkouden is, maar die de uitbraak van het coronavirus aangrijpt als excuus om te spijbelen

coronaspuger (de) iemand die een ander naar het leven staat door deze bewust in het gezicht te spugen in tijden van corona

coronastatistiek (de) statistiek waarin gegevens over de ontwikkeling van een corona-uitbraak worden bijgehouden

coronasterfte (de) 1 het doodgaan aan corona: 2 het geheel van sterfgevallen als gevolg van corona

coronastaatssteun (de) coronasteun vanuit de centrale overheid

coronasteun (de) financiële compensatie of steun aan bedrijven en zzp’ers tijdens de coronacrisis

coronastilte (de) stilte die het gevolg is van de afwezigheid van verkeer en mensen op straat tijdens een coronalockdown

coronastok (de) stok van anderhalve meter, gebruikt ter markering van de gewenste afstand tot een ander

coronastress (de) stress als gevolg van de uitbraak van corona, bv. stress om met het virus besmet te raken, stress om anderen met corona te besmetten of stress in verband met de economische gevolgen van de coronacrisis

coronasymptoom (het) symptoom van corona, m.n. COVID-19, zoals droge hoest, kortademigheid en koorts, synoniem coronaverschijnsel

coronateller (de) website waarop de aantallen coronabesmettingen, coronapatiënten in ziekenhuizen (en met name op de ic’s) en coronadoden worden bijgehouden

coronatenen (meervoud) covidtenen

coronatest (de) test om te bepalen of iemand besmet is met het coronavirus

coronatestkit (de) buis­je waar­in slijm uit de mondholte en neus van een mogelijke coronapatiënt wordt ver­za­meld om vervolgens in een laboratorium te kunnen be­pa­len of deze persoon al dan niet besmet is met corona

coronateststraat (de) coronadrive-in

coronatijd (de) tijd waarin de maatschappij ontwricht is door een grootschalige uitbraak van corona, terwijl daarvoor nog geen vaccin of behandeling bestaat

coronatijdperk (het) covidium

coronatoerisme (het) toerisme naar een plaats waar geen of weinig beperkingen worden gesteld aan het leiden van een normaal leven, inclusief uitgaan en feesten

coronatriage (de) triage waarbij bepaald wordt of iemand die ziekteverschijnselen vertoont die in beginsel kunnen wijzen op een coronabesmetting, op corona moet worden getest of voor corona moet of mag worden behandeld

coronatrol (de) iemand die nepnieuws of valse berichten over corona via sociale media verspreidt

corona-uitbraak (de) uitbraak van een door een coronavirus veroorzaakte ziekte, m.n. de virusziekte COVID-19

corona-uitvaart (de) uitvaart in tijden van corona waarbij slechts een beperkt aantal mensen aanwezig mag zijn om besmettingen te voorkomen

coronavaccin (het) vaccin tegen corona, synoniem coronakiller

coronavakantie (de) als een vakantie voorgestelde periode dat iemand als gevolg van corona geen contactonderwijs kan volgen en/of niet naar zijn werk kan

coronaveilig (bijvoeglijk naamwoord) het risico van besmetting met het coronavirus COVID-19 tot een absoluut minimum beperkend, synoniem coronaproof

coronaverbod (het) door de overheid opgelegd verbod op een bepaalde handeling met het doel een uitbraak van corona terug te dringen

coronaverdacht (bijvoeglijk naamwoord) gezegd van mensen met ziekteverschijnselen die kunnen wijzen op een besmetting met het coronavirus

coronaverschijnsel (de) elk van de verschijnselen die kunnen wijzen op een besmetting met het coronavirus SARS-CoV-2, synoniem coronasymptoom

coronaverslonzing (de) verslonzing van je uiterlijk, je kleding als gevolg van een lockdown of toestand van zelfisolatie waarbij je niet of nauwelijks het huis uit hoeft en andere mensen ontmoet

coronaversoepeling (de) versoepeling van de maatregelen ter bestrijding van een (dreigende) corona-epidemie

coronaverveling (de) lockdownverveling in tijden van corona

coronaverwarring (de) verwarring over de regels en restricties die ergens van toepassing zijn ter bestrijding van een corona-uitbraak

coronaviering (de) kerkdienst die vanwege een corona-epidemie zonder of met een zeer beperkt aantal gemeenteleden wordt gehouden en die live gestreamd wordt

coronavirus (het) 1 virus uit een geslacht van virussen die uiteenlopende aandoeningen veroorzaken, zoals verkoudheid, SARS, MERS en COVID-19: het nieuwe coronavirus, informele benaming voor SARS-CoV-2 2 (in het bijzonder) het coronavirus dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt: het coronavirus discrimineert niet, uitspraak waarmee wordt aangegeven dat iedereen, jong of oud, man of vrouw, gezond of ongezond, COVID-19 kan krijgen

corona volente (bijwoordelijke bepaling) hopelijk; Latijn, letterlijk als ‘t het corona(virus) behaagt, een toespeling op Deo volente (als het God behaagt), een in christelijke kringen gebruikelijk voorbehoud bij het maken van plannen; corona volente is net als Deo volente een bezweringsformule die suggereert dat het (net als God onzichtbare en onvoorspelbare ) coronavirus de wereld bestiert en bij het maken van plannen altijd roet in het eten kan gooien

coronavoorwaarden (meervoud) voorwaarden die afgedwongen worden door de bestrijding van corona: onder coronavoorwaarden weer aan de slag kunnen

coronavoucher (het) voucher (een soort tegoedbon) dat luchtvaartmaatschappijen en reisorganisaties verstrekken aan reizigers wanneer hun reis als gevolg van de coronamaatregelen geen doorgang kan vinden

coronavrij (bijvoeglijk naamwoord) geen virus bevattend of dragend: coronavrije vakanties

coronazondebok (de) persoon of instantie die geframed wordt als de oorzaak van de uitbraak of verspreiding van de corona-epidemie 

coronazorgen (de) zorgen die iemand zich maakt over de corona-infectie COVID-19 en de kans dat hij en zijn naasten door deze ziekte of de (economische) gevolgen daarvan getroffen worden

coroneus (bijvoeglijk naamwoord) 1 betrekking hebbend op een door het coronavirus veroorzaakte infectie: een coroneuze hoest 2 lijdend aan corona: coroneuze patiënten veroorzaakt door een corona-epidemie of -pandemie: een coroneuze depressie; gevormd van corona en het achtervoegsel –eus, dat ontleend is aan het Franse achtervoegsel –eux

coronexit (de) geleidelijke beëindiging van de coronamaatregelen, met name de lockdown; porte-manteauwoord van corona en exit

coronials (de) generatie van personen die rond of in de nasleep van de coronacrisis (2020) geboren zijn; Engels, gevormd naar analogie van millennial

coronificatie (de) aanpassing van je gedrag, van een organisatie of van de maatschappij als geheel aan de maatregelen ter bestrijding van corona

coronisme (het) politieke stroming die – volgens een bepaalde complottheorie – de coronapandemie aangrijpt om een (mondiale) surveillance- en controlesamenleving in te richten; ontleend aan Engels coronism, dat gevormd is als porte-manteauwoord van corona en communisme

coronomie (de) economie in tijden van corona, gekenmerkt door deels tot stilstand gekomen economische activiteiten; porte-manteauwoord van corona en economie

corontaine (de) quarantaine van mensen die besmet zijn met het coronavirus of ervan verdacht worden daarmee besmet te zijn, synoniem coronaquarantaine; porte-manteauwoord van de eerste letters van corona en de laatste letters van quarantaine

coroontje (het) (zeer informeel) iemand die corona heeft

coropa (de) jeugdige grootvader die tijdens een corona-uitbraak op de kleinkinderen komt passen hoewel hij tot de kwetsbare groepen behoort; porte-manteauwoord van corona en opa

corvideo (de) video die geschikt is om tijdens coronaquarantaine te bekijken

coupe corona (de) coronakapsel

covid (de) (informeel) COVID-19, m.n. in samenstellingen als coviddode en covidpatiënt

covidaso (de) coronahufter

covidioot (de) iemand die uit pure domheid niet doet aan sociale onthouding en tevens de regels overtreedt die bedoeld zijn om de verspreiding van corona tegen te houden of te vertragen; ontleend aan Engels covidiot, een porte-manteauwoord van COVID-19 en idiot

covidium (het) tijdperk van de coronapandemie; ontleend aan Engels Covidium, een porte-manteauwoord van COVID-19 en het uit woorden als alluvium en dilivium gereconstrueerde ‘achtervoegsel’ –ium, dat blijkbaar een tijdvak of periode aanduidt; zie ook precovidium

COVID-19 (het) 1 door het coronavirus SARS-CoV-2 veroorzaakte virusziekte, o.a. gekenmerkt door (ernstige) klachten aan de luchtwegen en koorts 2 (metonymisch) synoniem van SARS-CoV-2; Engels, verkorting van Corona Virus Disease 2019

covidtenen (de, meervoud) gezwollen, paarsgekleurde, op wintertenen lijkende tenen die als nevensymptoom kunnen optreden bij een besmetting met COVID-19, synoniem coronatenen

covidunit (de) deel van een ziekenhuis dat is ingericht voor de behandeling en verpleging van patiënten met COVID-19

covidvirus (het) informele naam voor het coronavirus SARS-CoV-2

crowdcontrol (de) ge­heel van mid­de­len en maat­re­ge­len van handhavende overheidsinstanties (zoals politie) om de bevolking onder controle te houden, m.n. in tijden van crisis; ontleend aan Engels crowd control

cruciale beroepen (de) beroepen die vervuld moeten worden om de vitale processen gaande te houden om een samenleving ook tijdens een crisis te laten functioneren, bv. medische beroepen

curve (de) grafische weergave (lijn) van het verloop van een ontwikkeling, bv. van een virusepidemie, de curve afvlakken (metonymisch) ervoor zorgen dat het aantal met een virus besmette personen, ziekenhuisopnamen of sterftegevallen zo min mogelijk stijgt (wat blijkt uit de grafische weergave daarvan), zie ook –> flatten the curve

C-woord (het) (eufemisme) corona

datrelatie (de) relatie waarbij twee of meer personen op regelmatige basis via sociale media, bv. Skype, samen borrelen wanneer ze door omstandigheden (zoals een besmettelijke ziekte) niet in elkaars fysieke aanwezigheid kunnen socializen; gevormd naar analogie van latrelatie op basis van het letterwoord dat: drinking apart together 

decoroniseren (onovergankelijk werkwoord, decoroniseerde, heeft gedecoroniseerd) de lockdownmaatregelen ongedaan maken

deeltjeswolk (de) grote hoeveelheid zeer kleine, soms (sub)microscopische deeltjes, zoals virussen, die worden voorgesteld als een wolk, zie ook hoestwolk

desinfectiepunt (het) plaats in of bij een winkel, supermarkt of een ander gebouw waar je je winkelkarretje of je handen kunt desinfecteren

dettollen (overgankelijk werkwoord; dettolde, h. gedettold) ontsmetten; genoemd naar het vloeibarezeepmerk Dettol

deurbeleid (het) be­leid met betrekking tot het toe­la­ten van per­so­nen in m.n. winkels, supermarkten en ho­re­ca­ge­le­gen­he­den, onder meer om in tijden van een epidemie te voorkomen dat er te veel mensen in een horecagelegenheid of winkel aanwezig zijn die elkaar zouden kunnen besmetten

deurbezoek (het) bezoek waarbij de bezoeker aan of voor de deur blijft staan, ter voorkoming van een infectie, synoniem deurvisite

deurgesprek (het) gesprek waarbij een bezoeker buiten voor de deur blijft staan, bijvoorbeeld ter voorkoming van een coronabesmetting

deurvisite (de) deurbezoek

dierlijk virus (het) virus dat bij dieren voorkomt, tegenover humaan virus

digi- voor­voeg­sel in af­lei­din­gen als de vol­gen­de, ter aan­dui­ding dat je door het twee­de deel genoemde ieder apart maar toch samen doet omdat je via WhatsApp of Skype onderling verbonden bent: digibarbecue, digi-bbq, digiborrel, digidiner, digigourmet

digitale enkelband (de) metafoor voor een (medische) traceerapp, voorgesteld als een middel waarmee de staat alle bewegingen en sociale contacten van de burgers in de gaten kan houden

digitale kleedjesmarkt (de) vrijmarkt via internet, m.n. in tijden van corona en dan speciaal op Woningsdag

digitale ratel (de) metafoor voor een (medische) traceerapp, voorgesteld als een middel waarmee de staat alle bewegingen en sociale contacten van de burgers in de gaten kan houden, synoniem coronaratel; zo genoemd op grond van de associatie met de middeleeuwse pestratel of ratel waarmee lepralijders hun komst of passage moesten aankondigen

disselen (overgankelijk, disselde, h. gedisseld) bedonderen, belazeren, vooral in de op Twitter gebezigde combinatie gedisseld worden; eponiem, genoemd naar de RIVM-directeur J. van Dissel, die tijdens de coronacrisis medeverantwoordelijk is voor de informatievoorziening over het verloop van de epidemie en die, zoals iedere autoriteit in crisistijd nu eenmaal overkomt, in verband daarmee door buitenstaanders bekritiseerd wordt

dodelijkheid (de) het dodelijk zijn, bv. van een gif of ziekte, m.n. mate waarin een ziekte de dood tot gevolg heeft, synoniem letaliteit

dodenteller (de) website waarop de aantallen dodelijke slachtoffers van corona worden bijgehouden, zie ook coronateller

dor hout (het) (in tijden van corona omstreden) metafoor voor personen die niet langer bijdragen aan de ontwikkeling van een organisatie of die niet langer worden beschouwd als nuttig voor een maatschappij, m.n. ter aanduiding van we­ten­schap­pers, kun­ste­naars, werk­ne­mers die niet meer cre­a­tief zijn en daardoor niet meer goed func­ti­o­ne­ren of ter aanduiding van ouderen die het grootste deel van hun leven achter de rug hebben: de zeis gaat door het dorre hout, ter uitdrukking dat vooral ouderen sterven als gevolg van een bepaalde ziekte

dorhoutbrigade (de, -s) (schertsend) de gezamenlijke personen die tot het dor hout worden gerekend

dorhouter (de, -s) (scheldwoord of geuzennaam) iemand van gevorderde leeftijd, die niet langer geacht wordt een constructieve sociaaleconomische bijdrage te leveren aan de samenleving

draagdiscipline (de) maskerdiscipline

drager (de) verkorting van virusdrager

drive-by-uitvaart (de) uitvaart in tijden van corona waarbij de kist voor het huis van de overledene wordt geplaatst om belangstellenden de gelegenheid te geven langs te rijden en op die manier afscheid te nemen; samengesteld met Engels drive-by (uitgevoerd vanuit een rijdend voertuig), dat tot de coronacrisis in het Nederlands vooral bekend was als element van de Engelse uitdrukking drive-by shooting (schietpartij vanuit een rijdende auto)

drive-byverjaardag (de) verjaardag in tijden van corona wanneer een fysiek bezoek niet toegestaan is en vrienden en familieleden als alternatief zwaaiend langs het huis van de jarige jet of job rijden; samengesteld met Engels drive-by (uitgevoerd vanuit een rijdend voertuig), dat tot de coronacrisis in het Nederlands vooral bekend was als element van de Engelse uitdrukking drive-by shooting (schietpartij vanuit een rijdende auto)

drive-inrave (de) autodisco; Engels

drive-thru of drive-through (de) in de anderhalvemetersamenleving: winkel, gelegenheid e.d. waar je iets kunt kopen of waar je van een dienst gebruik kunt maken zonder daarvoor de auto te hoeven verlaten (m.n. ter vermijding van besmetting van het coronavirus), vooral in samenstellingen als aardbeien-, asperge-, kaasdrive-thru; Amerikaans-Engels

drive-thrurestaurant (het) restaurant waar je – na online te hebben besteld – afhaalmaaltijden kunt ophalen zonder daarvoor je auto te hoeven verlaten, m.n. om contact te vermijden met anderen, die mogelijk een (corona)virus kunnen overdragen

druktebarometer (de) voorziening die aangeeft hoeveel mensen op een bepaalde plek aanwezig zijn

druppelbesmetting (de) druppelinfectie

druppelcontact (het) uitwisseling van via hoesten of niezen verspreide vochtdruppeltjes, m.n. als bron van een virusinfectie

druppelinfectie (de) infectie door in­ade­ming van minuscule, door hoes­ten of nie­zen ver­sprei­de drup­pel­tjes die mi­cro-or­ga­nis­men be­vat­ten, synoniem druppelbesmetting

druppeloverdracht (de) al dan niet tot een infectie leidende overdracht van minuscule, door hoesten of niezen verspreide druppeltjes die micro-organismen bevatten, synoniem druppeltransmissie

druppeltransmissie (de) druppeloverdracht

eendenbek (de) verkorting van eendenbekmasker

eendenbekmasker (het) snavelvormig chirurgisch mond-neusmasker 

eenzaamheidsvirus (het) de als een zich verspreidend virus voorgestelde ziekmakende eenzaamheid tijdens een periode van lockdown en (zelf)quarantaine, m.n. onder mensen die alleen wonen; geïntroduceerd door koning Willem-Alexander tijdens zijn speech tot zijn onderdanen op 20 maart 2020

eigen-schuld-dikke-bultziekte (de) ziekte die door sommigen wordt geweten aan (vermeend) laakbaar gedrag (in het verleden) van de patiënt, zoals roken, alcoholgebruik of te veel eten

ellebooggroet (de) groet waarbij je elkaar met de el­le­bo­gen aanraakt, als alternatief voor han­den schud­den of kus­sen, m.n. om be­smet­ting te voor­ko­men

ellebooggroeten (werkwoord, onbepaalde wijs) elleboogstoten

ellebooghoesten (werkwoord, onbepaalde wijs) hoesten in de elleboog (in plaats van met de hand voor de mond) om eventuele verspreiding via de lucht van ziektekiemen te voorkomen of te beperken én om te voorkomen dat het virus via de handen wordt verspreid, synoniem elleboogkuchen

elleboogkuchen (werkwoord, onbepaalde wijs) ellebooghoesten

elleboogniezen (werkwoord, onbepaalde wijs) niezen in de elleboog (in plaats van met de hand voor de neus) om eventuele verspreiding van ziektekiemen via de lucht te voorkomen of te beperken én om te voorkomen dat het virus via de handen wordt verspreid

elleboogstoten (werkwoord, onbepaalde wijs) elkaar begroeten door het geven van een licht stootje met de elleboog, synoniem ellebooggroeten

e-peritieven (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) het aperitief nuttigen met anderen met wie je virtueel in contact staat via apps als Skype, WhatsApp of Zoom; porte-manteauwoord van het voorvoegsel e- (electronic) en het werkwoord aperitieven

epidemie (de) be­smet­te­lij­ke ziek­te die zich zeer snel uit­breidt, om na eni­ge tijd weer ge­heel of grotendeels uit een populatie te ver­dwij­nen: wereldwijde epidemie, pandemie; uitgroeien tot een epidemie; een epidemie indammen, laten uitdoven; ontleend aan het geleerde middeleeuws Latijnse woord epidemia, dat teruggaat op het reeds door Hippocrates gebruikte woord Grieks epidèmios (inheems)

epidemiologie (de) interdisciplinaire tak van wetenschap die zich bezighoudt met de bestudering van het ver­band tus­sen de ver­brei­ding van bepaalde ziek­ten en de fac­to­ren waar­door ze ver­oor­zaakt zou­den kun­nen wor­den

epidemiologische surveillance (de) het onderzoeken van trends in het voorkomen en de verspreiding van infectieziekten door het systematisch verzamelen van gegevens (van besmettingsgevallen) en de beoordeling daarvan, bv. via een traceerapp

esculapocratie (de) staat waarin de hoogste macht feitelijk berust bij medici, synoniem wittejassensamenleving; gevormd van esculaap (arts, dokter) + -cratie

essentiële verplaatsing (de) tijdens een lockdown benaming voor elke beweging in de openbare ruimte die noodzakelijk is om in leven of aan het werk te blijven, bv. de gang naar de supermarkt  

exitstrategie (de) stra­te­gie om de maatregelen ter bestrijding van een epidemie stap voor stap te beëin­di­gen

extubatie (de) verwijdering van de bij intubatie in de luchtpijp ingebrachte buis bij een patiënt (onder narcose); ge­vormd van La­tijn ex (uit) + tu­bus (buis)

FaceTimediner (het) gelegenheid waarbij mensen samen aan het facetimen zijn terwijl ze thuis of althans op een andere plaats dan de anderen aan het eten zijn, m.n. in tijden van (zelf)isolatie en quarantaine

facetimen (onovergankelijk werkwoord; facetimede, heeft gefacetimed) in­ter­net­- en videobel­len, m.n. met be­hulp van de app FaceTime

FaceTimevisite (de) virtuele visite met behulp van de app FaceTime, bv.  aan iemand die tijdens een virusepidemie in quarantaine zit

fatsoensrij (de) rij voor een winkel, toonbank of kassa waarin mensen vrijwillig afstand tot elkaar bewaren, m.n. ter voorkoming van een infectie tijdens een grootschalige virusuitbraak

FFP-masker (het) ademhalingsmasker, dat volgens een bepaalde methode is gecertificeerd. op basis van twee criteria, nl. het inwendig lekpercentage en de mate waarin aerosolen worden weggefilterd; FFP1-masker, met aerosolfiltratie van ten minste 80% en een inwendig lekpercentage van maximaal 22%, FFP2-masker, met aerosolfiltratie van ten minste 94% en een inwendig lekpercentage van maximaal 8%, FFP3-masker, met aerosolfiltratie van ten minste 99% en een inwendig lekpercentage van maximaal 2%gedeeltelijk letterwoord van Filtering Facepiece Particles

flatten the curve (uitdrukking) ervoor zorgen dat het aantal met een virus besmette personen, ziekenhuisopnamen of sterftegevallen zo min mogelijk stijgt (wat blijkt uit de grafische weergave daarvan); Engels, letterlijk ‘de curve afvlakken’

fysieke afstand (de) afstand die je houdt ten opzichte van een ander, m.n. om te voorkomen dat een mogelijke virusinfectie wordt overgedragen, synoniem sociale afstand

fysieke distantie (de) zie -> physical distancing

gecontroleerde verspreiding (de) zie -> beheerste verspreiding

gelaatsmasker (het) gezichtsmasker

gelaatsscherm (het) voorwerp van polycarbonaat of een dergelijke doorzichtige kunststof dat het gehele gezicht beschermt tegen opspattende vocht- of metaaldeeltjes en dat tevens gebruikt kan worden ter voorkoming van druppelinfectie met een virus e.d., synoniem gezichtsscherm, gezichtsschild

generatie C (de) de generatie van personen die tijdens de coronapandemie zijn geboren

gezichthoester (de) iemand die een ander aanhoest, m.n. iemand die een ander opzettelijk in zijn gezicht hoest, bv. een coronahoester

gezichtsmasker (het) beschermend masker dat het hele gezicht, m.n. mond, neus en vaak ook de ogen afschermt, synoniem gelaatsmasker, zie ook halfgelaatsmasker, volgelaatsmasker

gezichtsscherm (het) gelaatsscherm

gezichtsschild (het) gelaatsscherm; leenvertaling van Engels face shield, waarin shield eigenlijk niet schild, maar bescherming of scherm betekent

gezondheidsgesprek (het) checkgesprek

groepsappen (groepsappte, heeft gegroepsappt) 1 (overgankelijk ww.) (mbt. een mededeling of beeld) in een groepsapp plaatsen: een foto groepsappen 2 (overgankelijk ww.) in een groepsapp communiceren

groepsbescherming (de) groepsimmuniteit

groepsimmuniteit (de) im­mu­ni­teit van een groep men­sen of die­ren te­gen een bepaalde in­fec­tie­ziek­te, bv. doordat individuen een infectie hebben doorgemaakt of door vac­ci­na­tie, synoniem collectieve immuniteit, groepsbescherming, kudde-immuniteit

groepsquarantaine (de) vorm van quarantaine waarbij een hele groep mensen die geïnfecteerd zijn met een virus (of ervan verdacht worden te zijn geïnfecteerd) op een bepaalde locatie in quarantaine gaat

groepsverbod (het) verbod om in groepen bijeen te komen of samen te scholen, bv. als overheidsmaatregel ter voorkoming van infecties ten tijde van een epidemie

Grote Lockdown (de) benaming voor de economische crisis die het gevolg is van de coronapandemie 2020; vertaling van Engels Big Lockdown

haarakiri (de) het moedwillig verpesten van je kapsel door het zelf of door je partner te laten knippen   en/of verven; porte-manteauwoord van haar en het Japanse woord harakiri (rituele zelfmoord), wellicht tevens geïnspireerd op de namen van diverse kapsalons in Duitstalige landen, zoals ‘Friseursalon Haarakiri’

halfgelaatsmasker (het) beschermend masker dat mond en neus afdekt, tegenover volgelaatsmasker

hamsteren (werkwoord, hamsterde, heeft gehamsterd) op grote schaal boodschappen inslaan, m.n. uit vrees voor toekomstige schaarste

hamsterparia (de) iemand die in tijden van schaarste levensmiddelen e.d. hamstert

hamsterschaamte (de) het gevoel dat iemand die in een crisissituatie relatief veel boodschappen doet zich daarvoor schaamt omdat hij denkt dat anderen vermoeden dat hij hamstert

hamstershamen (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) een ander luidkeels tot de orde roepen of diens gedrag op de sociale media aan de kaak stellen omdat hij hamstert of heeft gehamsterd

handalcohol (de) alcohol (uit een dispenser) waarmee de handen worden ingewreven om deze te desinfecteren

handenschudverbod (het) verbod op handenschudden, als maatregel om verspreiding van ziektekiemen via aanraking te voorkomen

handgel (de) al dan niet alcoholhoudende gel waarmee de handen zonder water kunnen worden gereinigd

handhygiëne (de) hygiënemaatregelen met betrekking tot de handen, m.n. ter voorkoming van de verspreiding van infectieziekten, t.w. het met zeep wassen van de handen, inclusief de polsen, gedurende minimaal 20 seconden, waarna de handen met een wegwerpdoekje worden afgedroogd

hand-op-handcontact (het) contact waarbij mensen elkaars handen aanraken, bv. bij het overhandigen van geld; hand-op-handcontact vermijden

hangouten (onovergankelijk werkwoord; hangoutte, heeft gehangout) 1 (ergens) rondhangen 2 internet- en videobellen met behulp van de Google-app Hangouts communiceren; Engels

hekgesprek (het) gesprek, bijvoorbeeld tussen buren, waarbij de gesprekspartners op enige afstand van elkaar af staan met een hek ertussen om de anderhalvemeterregel in acht te nemen

hinderpremie (de) (in België) zie -> coronahinderpremie

hoesthygiëne (de) hygiënemaatregelen die burgers in acht moeten nemen bij het hoesten, namelijk hoesten in de elleboog: hand- en hoesthygiëne

hoestschaamte (de) het gevoel dat iemand die hoest zich schaamt voor zijn aanwezigheid in het gezelschap van anderen, die weleens zouden kunnen denken dat hij een ziekte heeft waardoor hij anderen zou kunnen besmetten

hoestscherm (het) kuchscherm

hoestshamen (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) een ander luidkeels tot de orde roepen of diens gedrag op de sociale media aan de kaak stellen omdat hij  hoest of gehoest heeft in de nabijheid van anderen in een openbare gelegenheid of winkel

hoestwolk (de) bij het hoesten uitgestoten hoeveelheid lucht met (al dan niet virus bevattende) vochtdeeltjes, voorgesteld als een wolk

hoogrisicopatiënt (de) patiënt die een hoog risico vormt omdat hij een zeer besmettelijke ziekte heeft en hulpverleners of andere patiënten zou kunnen infecteren

houd-afstandshesje (het) hesje gedragen door winkelpersoneel in tijden van een epidemie om klanten duidelijk te maken dat ze fysiek afstand moeten houden tot anderen en tot het personeel

huidcontact (het) fysiek contact

huidhonger (de) behoefte aan fysieke aanraking, m.n. bij mensen die langdurig alleen moeten zijn, bv. wanneer ze in hun eentje in quarantaine of zelfisolatie zitten

huisquarantaine (de) thuisquarantaine

humaan virus (het) virus dat bij mensen voorkomt, tegenover dierlijk virus

huurvakantie (de) (eufemisme) weigering van een onderneming om gedurende een periode dat de zaken slecht gaan, bv. door een lockdown als gevolg van een corona-epidemie, huur te betalen aan de verhuurder; gevormd naar analogie van woorden als leenvertalingen van het type belastingvakantie (Engels: tax holiday, waarin holiday echter geen vakantie, maar veeleer vrijstelling betekent)

hydroxychloroquine (de) antimalariamiddel dat genoemd wordt als mogelijke therapie tegen de gevolgen van een infectie met het coronavirus SARS-CoV-2, zie ook chloroquine

iatrocratie (de) esculapocratie; gevormd van Grieks iatros (arts) + het achtervoegsel –cratie (staat)

ic (de) 1 afkorting van intensive care 2 verkorting van ic-afdeling in een ziekenhuis waar patiënten worden behandeld die intensieve zorg nodig hebben

ic-afdeling (de) afdeling in een ziekenhuis waar patiënten worden behandeld die intensieve zorg nodig hebben

ic-arts (de) intensivist

ic-bed (het) bed geschikt voor behandeling van een ic-patiënt

ICCb (de) afkorting van Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing, commissie bestaande uit hoge ambtenaren die in geval van crisis (bv. de coronacrisis) de MCCb adviseert over  crisismaatregelen (onderdeel van de -> nationale crisisstructuur in Nederland)

ic-patiënt (de) patiënt die tijdelijk in een ic-bed wordt verpleegd

ijskastcompensatie (de, -s) financiële steun voor horecabedrijven die met het oog op de volksgezondheid op last van de overheid de zaak hebben moeten sluiten, m.n. ter compensatie van de waardevermindering van de levensmiddelen in de koelkast, synoniem koelkaststeun

immunisatie (de) het immuniseren, m.n. bescherming van een persoon of dier tegen een infectieziekte door toediening van een vaccin of serum: actieve immunisatie vaccinatie, passieve immunisatie inspuiting van antistoffen tegen een virus, die een tijdelijke bescherming bieden tegen een infectieziekte

immuniseren (overgankelijk werkwoord, immuniseerde, heeft geïmmuniseerd) immuun maken, (bij iemand) immuniteit opwekken: iemand immuniseren tegen een infectieziekte

immuniteit (de) het niet vatbaar zijn voor een bepaalde ziekteverwekker of ziekte: immuniteit opbouwen, verwerven

immuniteitscertificaat (het) van overheidswege uitgegeven document waarop vermeld is dat iemand immuun is voor een bepaalde ziekteverwekker, op grond waarvan tijdens een epidemie werken in bepaalde contactberoepen of het maken van (internationale reizen) mogelijk is, synoniem immuniteitspaspoort

immuniteitsleer (de) immunologie

immuniteitspaspoort (het) immuniteitscertificaat

immunologie (de) specialisme binnen de biologie en/of de geneeskunde dat zich bezighoudt met het onderzoek naar de afweermechanismen van organismen tegen lichaamsvreemde materie, bv. virussen, synoniem immuniteitsleer: veterinaire immunologie; klinische immunologie, tak van de interne geneeskunde die zich bezighoudt met ziekten als van het tekortschieten of abnormaal functioneren van het menselijk immuunsysteem

immunoloog (de) specialist op het gebied van de immunologie: klinisch immunoloog

immuun (bijvoeglijk naamwoord) niet vatbaar voor een bepaalde infectieziekte: immuun zijn voor of tegen corona

importbesmetting (de) introductie of herintroductie van een infectieziekte in een land door een persoon (toerist, zakenreiziger e.d.) die in een ander land met een ziekteverwekker besmet is geraakt 

in control zijn (van de medische zorg) tijdens een periode van verhoogde vraag naar medische zorg (bv. tijdens een epidemie) de situatie onder controle hebben; ontleend aan Engels to be in control (of the situation) de situatie in de hand hebben 

incubatie (de) ontwikkeling van een infectieziekte vanaf het moment van besmetting tot het optreden van ziekteverschijnselen; ontleend aan Latijns incubātiō, letterlijk: het (uit)broeden van een ei

incubatieperiode (de) periode tussen besmetting met een micro-organisme en het optreden van de eerste ziekteverschijnselen, synoniem incubatietijd

incubatietijd (de) incubatieperiode

indammen (overgankelijk werkwoord; damde in, h. ingedamd) (mbt. een infectieziekte) ervoor zorgen dat de ziekte zich niet of zo min mogelijk verder verspreidt onder de populatie

indammingsfase (de) (medische vakterm) fase bij een uitbraak van een infectieziekte waarin de zorg zich toespitst op het indammen van de verspreiding ervan, bv. door middel van contactonderzoek en isolatie van geïnfecteerden

infectie (de) overdracht van een ziek­te­ver­wek­ker, zoals bacterie of virus, van een besmet individu op een ander, synoniem besmetting

infectiecrisis (de) oncontroleerbare en/of grootschalige virusuitbraak, m.n. crisis die het gevolg is van een (virus)infectie die niet onder controle is

infectiedruk (de) mate waarin een individu wordt blootgesteld aan ziekteverwekkers, zoals virussen, die van invloed is op het risico van daadwerkelijke besmetting: hoge, lage infectiedruk

infectiehaard (de) besmettingshaard

infectieketen (de) geheel van schakels die een rol spelen bij een infectie, uitgaande van de bron van een virus of ander micro-organisme (d.w.z. een besmette persoon of een door aanraking e.d. besmet voorwerp), de besmettingsroute (via druppels, door de lucht, via huid-huidcontact of bloed-bloedcontact) tot aan de vatbare gastheer, synoniem besmettingsketen

infectielawine (de) plotselinge sterke toename van het aantal individuen dat besmet is met een virus en als gevolg daarvan ziek is geworden, synoniem infectietsunami

infectiemijdende maatregelen (de) maatregelen ter voorkoming van een (virus)infectie, zoals ellebooghoesten en -niezen en veelvuldig handen en polsen wassen

infectierisico (het) besmettingsgevaar

infectieroute (de) besmettingsweg

infectietsunami (de) infectielawine

infectieus (bijvoeglijk naamwoord) besmettelijk

infectievrees (de) besmettingsangst

infectiologie (de) interdisciplinaire tak van wetenschap die zich bezighoudt met de studie van infectieziekten: klinische infectiologie; veterinaire infectiologie

infectioloog (de) wetenschapper die, veelal na eerst afgestudeerd te zijn in geneeskunde of diergeneeskunde, zich gespecialiseerd heeft in de infectiologie 

infectiositeit (de) besmettelijkheid

infectiviteit (de) besmettelijkheid

intelligente lockdown (de) lockdown zoals in Nederland, waarbij de verantwoordelijkheid voor het zich houden aan de regels voor een deel bij de burger wordt gelegd, synoniem targeted lockdown

intensieve zorg (de) 1 voort­du­ren­de be­wa­king van en zorg voor zeer ern­stig zie­ke pa­tiën­ten waar­bij steeds be­paal­de ap­pa­ra­tuur is in­ge­scha­keld, zo­als voor be­ade­ming en hart­be­wa­king, synoniem intensive care, (in België) intensieve zorgen 2 afdeling van een ziekenhuis waar intensieve zorg (1) wordt verleend: op de intensieve zorg liggen

intensievezorgarts (de) intensivist

intensieve zorgen (de) (in België) intensieve zorg

intensive care (de) intensieve zorg; Engels

intensivecarearts (de) intensivist

intensivecarebed (het) ic-bed

intensivist (de) medisch specialist die zich na een specialisatie, bv. tot internist of anesthesioloog, verder heeft gespecialiseerd in de behandeling van patiënten die intensieve zorg op een ic-afdeling nodig hebben, synoniem icarts, intensivecarearts, intensievezorgarts

in tijden van corona (uitdrukking) terwijl er corona heerst en daarom in barre omstandigheden, liefde in tijden van corona, waarbij je met elkaar in isolatie zit (wat spanningen kan opleveren) of waarin je apart woont en elkaar niet kunt ontmoeten vanwege besmettingsgevaar; toespeling op de boektitel Liefde in tijden van cholera, de ver­ta­ling van Spaans El amor en los tiempos del cólera, een ro­man van Ga­bri­el García Márquez (1927–2014)

intubatie (de) het inbrengen van een buis in de luchtpijp (via de mond-keelholte en de larynx) bij een patiënt (onder narcose)

iPad-zuster (de) verpleeghulp of -kundige die in verzorgingshuizen die geen bezoekers meer toelaten, faciliteert dat bewoners via FaceTime en/of Skype contact kunnen houden met hun kinderen en kleinkinderen

irma-effect (het) toegenomen interesse in gebarentaal, zich onder meer uitend in de vorm van belangstelling voor het volgen van de opleiding tot gebarentolk; genoemd naar de Nederlandse gebarentolk Irma Sluis (1971), die tijdens de coronacrisis bij de persconferenties van premier Rutte en zijn ministers aanwezig was en in die hoedanigheid onder meer het werkwoord ‘hamsteren’ dermate beeldend en aansprekend vertolkte, dat de opname hiervan iconisch werd

isolatie (de) gedwongen of vrijwillige tijdelijke afzondering van anderen: in isolatie gaan, in isolatie liggen, verpleegd worden

isolatiepak (het) pak dat de dra­ger iso­leert, o.a. te­gen infectie met een virus

isolatieverpleging (de) cohortverpleging

Italiaanse toestanden (de) tijdens de corona-uitbraak van begin 2020 de benaming voor de situatie waarin de uitbraak van een virus, m.n. het coronavirus SARS-CoV2- niet onder controle is

janusstoel (de) middelste van drie vliegtuigstoelen, die 180 graden gekeerd staat ten opzichte van de andere twee stoelen waarvan hij tevens afgeschot is met een plexiglas wand, ter voorkoming van mogelijke virusinfecties tijdens een (corona)pandemie; genoemd naar de Romeinse god Janus (Ianus), om precies te zijn Ianus Bifrons – letterlijk: Janus met twee (bi) gezichten (frons) -, die doorgaans voorgesteld wordt als een mansfiguur met twee gezichten die elk in een tegenovergestelde richting kijken; beide gezichten symboliseerden oorspronkelijk de zon en de maan

jip-en-janneke-economie (de) transparante, kleinschalige economie waarin het draait om vitale beroepen en (kleine) familiebedrijven in plaats van complexe ondernemingen en multinationals, als concept ontstaan in reactie op de diepe crisis waarin het globalistische kapitalisme raakte door de uitbraak van COVID-19; door de Nederlandse ondernemer Yves Gijrath gevormd naar analogie van jip-en-janneketaal (gewonemensentaal), dat gebaseerd is op de namen van twee kleu­ters (Jip en Janneke) uit oor­spron­ke­lijk als krantenfeuilleton (van­af 1952) ver­sche­nen kin­der­boe­ken van An­nie M.G. Schmidt en Fiep Westendorp

jojolockdown (de) langgerekte lockdownperiode ten gevolge van een virusepidemie die met behulp van een mitigatiebeleid wordt bestreden, waardoor periodes van strenge lockdown (die dienen ter voorkoming van overbelasting van de zorg) worden afgewisseld door periodes waarin de lockdown wordt versoepeld (en het virus zich weer wat meer kan verspreiden)

kamelenkoorts (de) (informeel) de corona-infectie MERS

kamelenkuch (de) (informeel) de corona-infectie MERS

keelwisser (de) (in België) swabstaafje voor het verzamelen van testmateriaal uit iemands keel

keldercurve (de) denkbeeldige grafische weergave van de correlatie tussen de ernst van een crisis (zoals de coronapandemie) en de (op wetenschappelijk onderzoek gestoelde of door ampele academische ervaring geschraagde) deskundigheid van de tafelgasten die door praatprogramma’s worden uitgenodigd, waarbij een stijgende keldercurve een toename verraadt van het aantal semideskundige beroepstafelgasten die over van alles en nog wat een mening kunnen geven; eponiem, gemunt door tv-recensent Arjen Fortuin, genoemd naar de radio- en tv-presentator Jort Paul Wouter Kelder (1964), die zich tijdens de coronapandemie van 2020 profileerde als ‘dwarse denker’ door in allerlei praatprogramma’s op radio en tv zijn afwijkende ideeën over de aanpak van de coronacrisis te komen toelichten

klantenteller (de) met sensoren uitgerust apparaat dat de klanten telt die een winkel betreden resp. verlaten, m.n. als hulpmiddel voor het handhaven van de anderhalvemeterregels in winkels: digitale klantenteller

kletshuisje (het) bezoekhuisje

knuffelcontact (het) persoon, buiten de eventuele leden van je gezin, met wie je nauw fysiek contact mag hebben, m.n. tijdens de coronacrisis

knuffelmaatje (het) iemand met wie een single in de anderhalvemetersamenleving op min of meer regelmatige basis kan knuffelen als hij of zij huidhonger (zie aldaar) heeft of anderszins behoefte voelt om te knuffelen; het woord werd samen met seksbuddy geïntroduceerd door het RIVM (op de pagina coronavirus en seksualiteit), maar daar later weer van verwijderd

knuffelvrees (de) vrees, bv. van mensen die werkzaam zijn in de zorg, om anderen, bv. bewoners van een verzorgingshuis, aan te raken uit vrees hen met corona te besmetten of door hen te worden besmet

koelkaststeun (de) ijskastcompensatie

Koningbinnendag (de) Koningsdag tijdens een lockdown, waarop de meeste mensen dus binnen moeten blijven

Koreaanse aanpak (de) aanpak van een besmettelijk virus waarvoor nog geen vaccin bestaat, bestaande uit zoveel mogelijk virusverdachte personen testen en hen bij gebleken besmetting meteen isoleren en contactonderzoek doen

kot (het) (in België) woning, in de verbinding in uw kot blijven tijdens een virusepidemie die nog niet onder controle is thuisblijven, niet de straat op of de stad in gaan, ontleend aan een oproep op 3 maart 2020 van de Belgische minister van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Asiel en Migratie Maggie De Block ter voorkoming van infecties met het coronavirus ‘Als u ziek bent, blijf in uw kot – ik meen het!’

kuchscherm (het) scherm van (kunst)glas dat voor een kassa e.d. wordt geplaatst om infectie met een virus door aanhoesten te voorkomen, synoniem hoestscherm, kuchschot, zie ook niesscherm

kuchschot (het) kuchscherm

kudde-immuniteit (de) groepsimmuniteit

kweekstokje (het) stokje waarmee een kweekmonster uit de keel of neus van een individu wordt genomen om dit te testen op de aanwezigheid van een ziekteverwekker, in casu het coronavirus SARS-CoV-2

kwetsbare groepen (de) groepen individuen, zoals bejaarden en zieken, die een extra groot risico lopen op complicaties of de dood als gevolg van een infectie

langligger (de) patiënt die lang in het ziekenhuis, m.n. lang op de intensive care ligt of heeft gelegen

LCH (het) afkorting van Landelijk Consortium Hulpmiddelen, Nederlandse organisatie die is belast met de landelijke aanschaf en distributie van medische hulp- en beschermingsmiddelen

leeftijdsquarantaine (de) quarantaine voor mensen op leeftijd, die extra kwetsbaar zijn wanneer ze besmet raken met een virus

letaliteit (de) dodelijkheid; ontleend aan Frans létalité, dat via Latijn letalis [doods-] terug te voeren is op het Latijnse zelfstandig naamwoord letum (vernietiging, dood, m.n. gewelddadige dood)

leunstoeltriage (de) kritische benaming voor het verschijnsel dat allerlei BN’ers in de media hun mening geven over welk type coronapatiënten wel of niet behandeld zouden moeten worden op de ic indien daar een tekort aan ontstaat

lichaamscondoom (het) (schertsend) isolatiepak

lockdown (de) noodmaatregel of noodtoestand waarbij een land, streek, stad of gebouw niet mag worden betreden of verlaten vanwege een gevaar of de dreiging van gevaar, bv. een virusinfectie: in lockdown gaan, lockdown light intelligente lockdown, gedeeltelijke lockdown; uit een lockdown komen, kruipen; zie ook Grote Lockdown; Engels

lockdownbuddy (de) iemand met wie je (bv. telefonisch of via Skype) tijdens een lockdown sociale contacten onderhoudt, m.n. om ervoor te zorgen dat je niet vereenzaamt

lockdowncafé (het) virtueel café, d.w.z. een videodienst waar je met anderen kunt chatten terwijl je thuis achter je computer zit en een drankje nuttigt

lockdowndiscipline (de) het opvolgen van de regels die tijdens een lockdown gelden

lockdownen (werkwoord) 1 (onovergankelijk; lockdownde, is gelockdownd) in lockdown gaan 2 (overgankelijk; lockdownde, h. gelockdownd) (mbt. een gebouw, stad, land) op grond van een noodmaatregel in lockdown doen gaan

lockdownexit (de) veelal geleidelijke beëindiging van een lockdown, zie ook quarantexit

lockdownfeestje (het) lockdownparty

lockdownhobby (de) hobby die je begint of weer oppakt tijdens een periode van lockdown, bv. om wat om handen te hebben of om de verveling te verdrijven

lockdownkilo (de) kilo die je aankomt in een lockdownperiode (doordat je onvoldoende beweegt), synoniem quarantainekilo, zie ook coronakilo

lockdownleven (het) het leven tijdens een lockdown, d.w.z. met allerlei beperkingen ten aanzien van mobiliteit en sociale contacten

lockdownparty (de) party georganiseerd en bezocht door mensen die een lockdown ten gevolge van een grootschalige uitbraak van een virusinfectie niet ernstig nemen, zie ook anticoronafeest, coronafeestje, schijt-aan-coronafeestje; Engels

lockdownpopulisme (het) vorm van populisme waarbij wordt ingespeeld op de angst voor virusverspreiding door een strenge lockdown van het land te eisen

lockdownscepticus (de) iemand die sceptisch is over de effecten die een lockdown heeft op het terugdringen van een virusepidemie

lockdownseks (de) quarantaineseks

lockdownversoepeling (de) versoepeling van de lockdown

lockdownverveling (de) verveling tijdens een lockdown, m.n. doordat je niet kunt uitgaan e.d.

locktail (de) alcoholhoudende cocktail, die je tijdens een lockdown thuis drinkt, zie ook quarantini; Engels, porte-manteauwoord van lockdown en cocktail

lokdown (de) neerhangende haarlok tijdens een lockdown, wanneer kappers niet mogen knippen; porte-manteauwoord van lok (haarlok) en lockdown

longembolie (de) verstopping van (een deel van) een long­slag­ader of een vertakking daarvan, waardoor het bloed onvoldoende zuurstof kan opnemen, de zuurstofsaturatie afneemt en de patiënt benauwd kan worden

longvirus (het) virus dat een ziekte kan veroorzaken die de longen aantast, zoals het coronavirus

loonkostensteun (de) tijdelijke financiële overheidssteun aan bedrijven die door een crisis, m.n. de coronacrisis, zijn getroffen, met als doel dat bedrijven de lonen kunnen blijven doorbetalen en hun werknemers in dienst kunnen houden

looplijn (de) lijn die op de vloer (van een winkel e.d.) is aangebracht ter markering van de looproute

looproute (de) (verplichte) route die je moet volgen, bv. in winkels, om voldoende afstand tot anderen te kunnen bewaren in een anderhalvemetersamenleving

luchtmuur (de) door een overheidsinstantie ingestelde blokkade om met een vliegtuig naar een bepaalde bestemming te reizen

luchtpijp (de) kanaal dat vanaf de basis van de keelholte omlaaggaat naar de longen, waardoor de lucht wordt in- en uitgeademd, synoniem trachea

luchtwegvirus (het) virus dat een ziekte aan de luchtwegen kan veroorzaken, zoals het coronavirus

mantelbellen (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) telefoneren met kwetsbare personen als vorm van mantelzorg, bv. ter bestrijding van eenzaamheid

mascne (de) enigszins op acne lijkende uitslag op het gezicht, als gevolg van het langdurig dragen van mondmaskers; porte-manteauwoord van masker en acne

maskercultuur (de) cultuur waarin het dragen van mond-neusmaskers ter bescherming tegen virusinfecties in de openbare ruimte de norm is, waardoor mensen die ze niet dragen al snel als paria’s worden beschouwd; vertaling van Engels mask culture, een door de socioloog Peter Baehr in City under Siege: Authoritarian Toleration, Mask Culture, and the SARS Crisis in Hong Kong gemunt begrip

maskerdiscipline (de) discipline ten aanzien van het dragen van mond- of gezichtsmaskers ter voorkoming van virusverspreiding tijdens een (corona-)epidemie, synoniem draagdiscipline

MCCb (de) afkorting van Ministeriële Commissie Crisisbeheersing, commissie bestaande uit een beperkt aantal ministers die in geval van crisis (bv. de coronacrisis) beslissingen neemt over crisismaatregelen (onderdeel van de -> nationale crisisstructuur in Nederland)

medische crisis (de) crisissituatie waarbij de volksgezondheid in het geding is, synoniem witte crisis

meltblown (de) viruswerende synthetische stof, o.a. voor het maken van mondkapjes; Engels

MERS (het) besmettelijke, ernstige ziekte van de luchtwegen, veroorzaakt door een coronavirus; synoniem kamelenkoorts, kamelenkuch; Engels, afkorting van Middle East respiratory syndrome

microbiologie (de) interdisciplinaire tak van wetenschap die zich bezighoudt met de studie van micro-organismen, zoals bacteriën, virussen en schimmels, en ook wel de daardoor veroorzaakte ziekten: medische, veterinaire microbiologie; klinische microbiologie, tak van de microbiologie die zich bezighoudt met het opsporen, behandelen en voorkomen van ziekten die door micro-organismen worden veroorzaakt

microbioloog (de) wetenschapper die zich gespecialiseerd heeft in de microbiologie: medisch, veterinair microbioloog; klinisch microbioloog

milde klachten (de) ziekteklachten die niet ernstig zijn en waarvoor meestal geen arts geraadpleegd hoeft te worden

mitigatie (de) het zo draaglijk mogelijk maken van een ziekte

mitigatiefase (de) fase waarin de medische zorg zich erop toespitst de ziektelast voor kwetsbare patiënten zo draaglijk mogelijk te maken, volgt op de -> indammingsfase 

mobiliteitsrechten (de) al dan niet verhandelbare rechten om op bepaalde momenten gebruik te maken van de openbare weg of het openbaar vervoer, bv. dienend om drukte in het openbaar vervoer te voorkomen (zodat passagiers zich aan de anderhalvemeterregel kunnen houden)

modemasker (het) volgens een ontwerp van hoogwaardige stof gemaakt mond- of mond-neusmasker dat niet primair dient als bescherming tegen een virusinfectie maar als modeaccessoire

mondkapje (het) kap­je dat de lucht filtert en dat voor de mond ge­dra­gen wordt, bv. ter voorkoming van besmetting met een virus: chirurgische mondkapjes; medische, niet-medische mondkapjes; synoniem mondmasker

mondkapjesdiplomatie (de) vorm van diplomatie, gekenmerkt door het leveren van medische hulpmiddelen aan door corona getroffen landen: de Chinese mondkapjesdiplomatie

mondkapjesfraude (de) fraude met de handel in mondkapjes, ofwel in de vorm van het uitblijven van levering van reeds betaalde mondkapjes ofwel in de vorm van het leveren van mondkapjes van inferieure kwaliteit

mondkapjessamenleving (de) samenleving waarin je als burger verplicht bent om in de openbare ruimte of althans delen daarvan, zoals het openbaar vervoer, een mondkopje te dragen

mondmasker (het) mondkapje

mond-neusmasker (het) masker dat zowel de mond als de neus bedekt

mortaliteit (de) aan­tal sterf­ge­val­len in een bepaalde pe­ri­o­de per 1000 individuen van de ge­mid­del­de be­vol­king in een be­paald land, een be­paal­de streek of stad, synoniem sterftecijfer; een ziekte met een hoge, lage mortaliteit; ontleend aan Frans mortalité, dat via Latijn mortalitas [sterfelijkheid, sterfte] terug te voeren is op het Latijnse werkwoord mori (sterven)

muur van immuniteit (de) metafoor ter aanduiding van de bescherming die groepsimmuniteit biedt aan (kwetsbare) mensen die nog niet besmet zijn met een bepaald virus

nasleepklacht (de) al dan niet ernstige klacht die iemand gedurende enige tijd of soms altijd houdt na herstel van een ziekte, na een operatie of een ic-verblijf

nationale crisisstructuur (de) de gezamenlijke ambtelijke en ministeriële instanties in een land die verantwoordelijk zijn voor crisisbeheersing en -bestrijding en die werken volgens een bepaalde procedure

natuurlijke infectie (de) infectie waarbij een ongevaccineerde persoon besmet wordt met een levend virus in plaats van met een vaccin: een natuurlijke infectie doormaken

neuswisser (de) (in België) swabstaafje voor het verzamelen van testmateriaal uit iemands neus(holte)

never waste a good crisis catchphrase of spreekwoord ter aanduiding dat je een crisissituatie moet benutten ter verbetering van de economie, de maatschappij e.d.; Engels, ontleend aan een uitspraak van Winston Churchill: Never let a good crisis go to waste

NICE (de) afkorting van Nederlandse Intensive Care Evaluatie, naam van een stichting die informatie over ic-opnames verzamelt en interpreteert

niesschaamte (de) het gevoel dat iemand die niest zich schaamt voor zijn aanwezigheid in het gezelschap van anderen, die weleens zouden kunnen denken dat hij een ziekte heeft waardoor hij anderen zou kunnen besmetten

niesscherm (het) scherm van (kunst)glas dat voor een kassa e.d. wordt geplaatst om infectie met een virus door aanniezen te voorkomen

nieswolk (de) bij het niezen uitgestoten hoeveelheid lucht met (al dan niet virus bevattende) vochtdeeltjes, voorgesteld als een wolk

niet-vitaaltje (het) iemand die geen vitaal beroep beoefent

noodmortuarium (het) als mortuarium ingerichte ruimte, bv. een ijshal, voor het bergen van stoffelijke overschotten wanneer de mortuaria in ziekenhuizen of uitvaartondernemingen deze niet meer kunnen bergen als gevolg van massale sterfte, bv. bij een virusepidemie

NOW (de) Noodmaatregel Overbrugging Werkbehoud

NVIC (de) afkorting van Nederlandse Vereniging voor Intensive Care

OMT (het) afkorting van Outbreak Management Team, de naam van het team dat de regering adviseert hoe te handelen tijdens een epidemie; Engels 

onderliggende aandoeningen (de) (in België) onderliggend lijden

onderliggend lijden (het) chronische gezondheidsklachten die geen verband houden met een acute aandoening, maar de behandeling hiervan vaak wel bemoeilijken, zoals diabetes en hart- en vaatziekten

onthamsteren (onovergankelijk werkwoord; onthamsterde, h. onthamsterd) houdbare levensmiddelen die je al heel lang in huis hebt in een maaltijd verwerken

ontmoetingshuisje (het) tuinhuisje of een dergelijk bouwwerk met twee door een (plexi)glazen wand van elkaar gescheiden ruimtes waarin iemand die in verband met een virusinfectie wordt gerekend tot de kwetsbare groepen veilig bezoekers ontvangen en via een spreek-luisterverbinding met hen communiceren kan

ontstekingsstorm (de) overreactie van het immuunsysteem wanneer een organisme geïnfecteerd wordt met een virus, veelal met orgaanfalen en uiteindelijk de dood tot gevolg

ontwijkstress (de) stress die mensen ervaren wanneer ze in een anderhalvemetersamenleving te dicht in de buurt van anderen (dreigen te) komen

onzichtbare vijand (de) persoon of zaak die je aanvalt terwijl hij onzichtbaar blijft, m.n. gebruikt als benaming voor besmettelijke micro-organismen die een bedreiging vormen voor (het leven van) de mens: het bestrijden van het coronavirus wordt gepresenteerd als een strijd tegen een onzichtbare vijand 

ophokken (overgankelijk werkwoord; hokte op, h. opgehokt) 1 (eigenlijk mbt. landbouwhuisdieren, zoals kippen en varkens) bij een uitbraak van vogel- of varkensgriep e.d. in afgesloten ruimten plaatsen en niet naar buiten laten gaan 2 (figuurlijk, mbt. mensen) in isolatie plaatsen, synoniem (in België) opkotten

ophokplicht (de) (informeel) plicht in (zelf)isolatie te gaan indien er een vermoeden bestaat dat een persoon of gezin geïnfecteerd kan zijn met een besmettelijk virus, zoals het SARS-CoV-2, synoniem (in België) opkotplicht

opiniestoker (de) iemand die de maat­schap­pe­lij­ke me­nings­vor­ming beïn­vloedt door met een omstreden opinie de dis­cus­sie over een netelige maatschappelijke kwestie aan te zwengelen

opkotplicht (de) (in België, informeel) ophokplicht

opkotten (overgankelijk werkwoord; kotte op, h. opgekot) (in België) ophokken (2)

opsporingsapp (de) -> traceerapp

ouderenuurtje (het) uur dat supermarkten uitsluitend toegankelijk zijn voor ouderen

overlijdenspiek (de) 1 piek gevormd in een grafiek door het hoogste aantal overlijdensgevallen, bijvoorbeeld beschouwd als markering van het hoogtepunt van een epidemie 2 piek gevormd in een grafiek waarin het aantal overlijdensgevallen ingedeeld wordt naar bijvoorbeeld leeftijd: de overlijdenspiek ligt in de leeftijdsgroep van 80 tot 84 jaar

oversterfte (de ) sterf­te­cijfer in een bepaalde periode, bv. tijdens een epidemie, dat bo­ven het sta­tis­tisch nor­ma­le ni­veau ligt

pandemie (de) zich over een groot deel van het aard­op­per­vlak, m.n. een con­ti­nent of al­le con­ti­nen­ten, ver­brei­den­de ziek­te, synoniem: wereldwijde epidemie; ontleend aan Frans pandémie, dat teruggaat op het Griekse woord pandèm(i)os, van pan [ge­heel] + dèmos [volk]

pandemiedrone (de) drone waarmee in mensenmassa’s personen kunnen worden opgespoord met symptomen die kunnen wijzen op een besmettelijke virusinfectie, synoniem coronadrone

pandemiepuppy (de en het, -‘s) tijdens de coronapandemie aangeschafte puppy, mogelijk om wat te doen te hebben (nl. de hond uitlaten)

pandemierooster (het) werkrooster dat medici en verpleegkundigen hanteren tijdens een epidemie of pandemie, bv. 3 dagen 12 uur werken afgewisseld door 1 dag vrij

pandemische uitbraak (de) wereldwijde uitbraak van een virusziekte

paniekhamsteren (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) hamsteren uit paniek of vrees dat producten uitverkocht raken of je zelf niet meer in staat bent te gaan winkelen, bv. coronahamsteren

paniekwinkelen (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) winkelen waarbij je blindelings producten koopt omdat je denkt dat ze binnenkort uitverkocht zullen zijn of dat de winkel gesloten zal worden

pathogeen (bijvoeglijk naamwoord) ziekmakend

pathogeen (het) ziekteverwekkende stof of ziekteverwekkend organisme, bv. bacterie of parasiet

patiënt nul (de) pa­tiënt of per­soon die bin­nen een po­pu­la­tie als eer­ste een vi­rus heeft en dat ver­vol­gens ver­spreidt in zijn om­ge­ving; vertaling van Engels patient zero

PC ná de corona-uitbraak, tegenover AC; afkorting van Latijn post corona 

PCR-techniek (de) techniek om via polymerasekettingreactie een hoeveelheid DNA, bv. van een virus, te reproduceren om de aanwezigheid van het virus aan te tonen; samengesteld met de Engelse afkorting PCR, Polymerase Chain Reaction (polymerasekettingreactie)

physical distancing (de en het) het bewust fysiek afstand houden tot anderen, m.n. ter voorkoming van een virusbesmetting; Engels

PICS (het) afkorting van postintensivecaresyndroom

plasmatherapie (de) behandeling van een (infectie)ziekte waarbij de patiënt bloedplasma met antistoffen krijgt toegediend, afkomstig van iemand die de infectieziekte reeds doorgemaakt heeft

plexiglaseconomie (de) plexiglassamenleving

plexiglassamenleving (de) samenleving waarin caissières in supermarkten, medewerkers van dienstverlenende bedrijven (bv. baliepersoneel) en ook sommige andere werknemers veelal van achter plexiglas schermen met de klanten communiceren

plexischerm (het) scherm van plexiglas dat iemand bescherming biedt tegen virusverspreiding door hoestende of niezende klanten

post corona (bijwoordelijke bepaling) na de coronapandemie of -crisis

postcoronaal (bijvoeglijk naamwoord) betrekking hebbend op de tijd na een coronapandemie: in postcoronale tijden

postcoronatijdperk (het) postcoronium

postcoronium (het) tijdperk na de coronapandemie, synoniem postcoronatijdperk, postcovidium

postcovidium (het) postcoronium; porte-manteauwoord van het voorvoegsel post-(na) + COVID-19 en het uit woorden als alluvium en dilivium gereconstrueerde ‘achtervoegsel’ –ium, dat blijkbaar een tijdvak of periode aanduidt; zie ook covidium en precovidium

postcovidsyndroom (het) syndroom dat mogelijk optreedt bij mensen die een ernstige covidinfectie hebben doorgemaakt, bestaande uit een complex van duidelijke of vage klachten, zoals vermoeidheid, slapte, spierpijn en depressieve gevoelens

postintensivecaresyndroom (het) combinatie van fysieke, cognitieve en mentale problemen die mensen overhouden aan een (langdurig) verblijf op de intensive care, afkorting PICS

postsymptomatische besmettelijkheid (de) verschijnsel dat een besmettingsbron een infectieziekte zoals corona kan overdragen op een ander nádat hij of zij de ziekte heeft doorgemaakt

postsymptomatische overdracht (de) overdracht van een virusinfectie door een virusdrager nádat hij of zij de ziekte heeft doorgemaakt

precoronatijdperk (het) precoronium

precoronium (het) tijdperk vóór de coronapandemie, synoniem precoronatijdperk, precovidium

precovidium (het) precoronium; porte-manteauwoord van het voorvoegsel pre-(voor) + COVID-19 en het uit woorden als alluvium en dilivium gereconstrueerde ‘achtervoegsel’ –ium, dat blijkbaar een tijdvak of periode aanduidt; zie ook covidium en postcovidium

presymptomatische besmettelijkheid (de) verschijnsel dat een besmettingsbron een infectieziekte zoals corona kan overdragen op een ander vóórdat hij of zij zelf ziekteverschijnselen vertoont 

presymptomatische overdracht (de) overdracht van een virusinfectie door een virusdrager die zelf (nog) geen ziekteverschijnselen vertoont

presymptomatische verspreiding (de) verspreiding van een virus door mensen die zelf (nog) geen ziekteverschijnselen hebben

preteaching (het) (in België) onder meer tijdens een lockdown toegepaste onderwijsvorm waarbij leerlingen via digitale hulpmiddelen nieuwe leerstof doornemen die later in de klas herhaald zal worden; Engels

prikvertikker (de) iemand die weigert zich te laten vaccineren, synoniem antivaxer, vaccinweigeraar

puberoma (de) recalcitrante vrouwelijke zestigplusser die zich niet houdt aan de anderhalvemeterregel en de andere regels die dienen om de verspreiding van corona tegen te gaan

puberopa (de) recalcitrante mannelijke zestigplusser die zich niet houdt aan de anderhalvemeterregel en de andere regels die dienen om de verspreiding van corona tegen te gaan

qaly (de) letterwoord van quality-adjusted life year, door een medische be­han­de­ling toe­ge­voegd le­vens­jaar, ge­cor­ri­geerd voor de kwa­li­teit van dat le­vens­jaar (m.n. ge­re­la­teerd aan de kos­ten van die be­han­de­ling); Engels

quarantaine (de) ge­dwon­gen of vrijwillig ver­blijf in afzondering ge­du­ren­de zekere tijd, m.n. van iemand die een besmettelijke ziekte heeft of ervan verdacht wordt zo’n ziekte te hebben of te kunnen verspreiden: in quarantaine gaan, zitten; Frans, ontleend aan het Venetiaanse woord quarantena (een variant van Italiaans quaranta giorni: veertig dagen), dat in de 14de eeuw diende ter aanduiding van de isolatie van schepen uit verre landen die de haven van Venetië aandeden; Zulke schepen werden – geïnspireerd op de veertigdaagse vastenperiode – veertig dagen geïsoleerd om verspreiding van besmettelijke ziekten te voorkomen

quarantaine- eerste woorddeel in samengestelde werkwoorden ter aanduiding dat een ge­dwon­gen of vrijwillig ver­blijf in afzondering ge­du­ren­de zekere tijd het excuus of de aanleiding is voor het verrichten van de door het tweede woorddeel (het werkwoord) genoemde handeling: quarantainebakken, quarantainekoken, quarantainelezen, quarantainevissen

quarantainebreker (de) iemand die zich niet of niet langer houdt aan quarantaineregels

quarantainebubbel (de) toestand waarbij een persoon of gezien zich zo heeft afgesloten van de buitenwereld, dat er geen fysiek contact met buitenstaanders kan zijn: in een quarantainebubbel leven

quarantaineconcert (het) concert vanuit huis door professionele musici die in quarantaine zitten, bv. tijdens een corona-epidemie,  zie ook balkonconcert, coronaconcert

quarantainehobby (de) hobby die je begint of weer oppakt wanneer je in quarantaine zit, bv. om wat om handen te hebben of om de verveling te verdrijven

quarantainehotel (het) hotel waar personen, m.n. patiënten gezamenlijk in quarantaine worden geplaatst

quarantainekilo (de) -> lockdownkilo

quarantainekitten (de en het) tijdens de coronapandemie aangeschaft kitten, mogelijk om zich tijdens een vervelende quarantaineperiode te laten opvrolijken door de capriolen die kittens plegen uit te halen

quarantainekunst (de) foto van een tableau vivant dat een creatieve nabootsing is van een bekend schilderij, waarbij huis-tuin-en-keukenattributen worden gebruikt om details uit het origineel op verrassende wijze te imiteren

quarantainer (de) omgebouwde container die dient als mobiele ontmoetingsplek waar je – beschermd tegen mogelijke infecties – veilig iemand kan ontmoeten die in quarantaine zit

quarantaineregel (de) elk van de regels waaraan iemand moet voldoen wanneer hij of zij (gedwongen) in quarantaine gaat, zoals gedurende zekere tijd in afzondering gaan, niet reizen, geen contact hebben met mensen die niet in quarantaine zitten

quarantaineren (overgankelijk werkwoord, quarantaineerde, h. gequarantaineerd) in quarantaine plaatsen

quarantaineseks (de) seks terwijl je alleen of met anderen in quarantaine zit, m.n. in het geval men alleen in quarantaine zit masturbatie of mutuele virtuele prikkeling (via beeldbellen), of in het geval men met anderen in quarantaine zit gezamenlijke seks, synoniem lockdownseks

quarantainestapeling (de) het achtereenvolgens besmet raken van leden van een huishouden, een instelling, een studentenhuis e.d. met een ziekte waardoor zij en hun huisgenoten in quarantaine moeten

quarantini (de) alcoholhoudende versnapering, veelal een cocktail, die je thuis in quarantaine drinkt, zie ook locktail; Engels, porte-manteauwoord van quarantine (quarantaine) en martini (vermout die vaak dient als basis van een cocktail)

quarantraining (de) training via videobellen in tijden van corona; porte-manteauwoord van quarantaine en training

quarantuinieren (onovergankelijk werkwoord; quarantuinierde, h. gequarantuinierd) tijdens een quarantaineperiode of een lockdown intensief tuinieren, omdat je daar zeeën van tijd voor hebt; porte-manteauwoord van quarantaine en tuinieren

quarnaval (het) carnaval waarbij de meeste mensen in quarantaine zitten; portemanteauwoord van quarantaine en carnaval

quarrel (de) (studententaal) quarantainescharrel; porte-manteauwoord van quarantaine en scharrel

quatorzaine (de) benaming voor de veertiendaagse periode dat met corona besmette of van een coronabesmetting verdachte personen in zelfisolatie of thuisquarantaine verblijven; Frans, portemanteauwoord van quatorze (veertien) en het laatste deel van quarantaine

R afkorting van reproductiecijfer, -getal, zie R0: de R moet onder de 1 om een epidemie in te dammen

raambezoek (het) raamvisite, zie ook zwaaibezoek

raamdez-vous (het) afspraak waarbij de contactpersonen zich beiden aan een verschillende zijde van een raam bevinden; porte-manteauwoord van raam en rendez-vous (afspraakje, o.a. met een geheime liefde)

raamkamer (de) bezoekruimte in een verzorgingshuis e.d. met een doorzichtige wand waardoor bezoekers en bewoners elkaar kunnen zien zonder het risico van besmetting

raamknuffelen (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) tijdens een raamvisite doen alsof je elkaar omarmt of knuffelt met glas ertussen

raamportret (het) (pers)foto van een persoon die vanwege coronamaatregelen niemand in huis mag of wil ontvangen en daarom van achter het vensterglas gefotografeerd is

raamvisite (de) visite waarbij je bij iemand langsgaat, simpelweg omdat je die persoon niet alleen wilt spreken maar ook even wilt zien, maar met wie je – om besmetting te voorkomen of te vermijden – alleen achter (het venster)glas kunt communiceren door middel van gebaren

raamzwaaien (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) zwaaien naar elkaar met een raam ertussen

reddingsbootethiek (de) experimentele ethiek die je dwingt te kiezen wie in aanmerking komt voor iets dat in beperkte mate beschikbaar is, bijvoorbeeld wie in aanmerking komt voor een medische behandeling of een ic-opname wanneer er onvoldoende ziekenhuiscapaciteit is; ontleend aan Engels lifeboat ethics, een in 1974 door de ecoloog Garrett James Hardin (1915-2003) in verband met het overbevolkingsvraagstuk geïntroduceerde ethiek, gebaseerd op de metafoor van de reddingsboot die bij een scheepsramp onvoldoende plaats biedt voor alle drenkelingen

Red Team (het) groep personen die op eigen initiatief advies geeft over een bepaalde problematiek, bijvoorbeeld de coronapandemie en de daaruit volgende sociale en economische crisis, aan de overheid of aan semi-overheidsorganisaties waarop overheden hun beslissingen baseren; Engels

reisbubbel (de) groep (aaneengrenzende) landen die onderling grensoverschrijdend verkeer toelaten tijdens een pandemie, maar gesloten zijn voor verkeer uit derde landen

remdesivir (de) antiviraal middel dat o.a. wordt gebruikt bij de behandeling van ebola en dat onder meer experimenteel wordt toegepast bij de behandeling van sommige enkelstrengige RNA-virussen, waaronder de coronavirussen; Engels, gevormd van het betekenisloze element rem– + het tussenvoegsel –desi-, dat verwijst naar adenosine, + –vir, dat een verkorting is van virus; het middel heeft een moleculestructuur die lijkt op die van adenosine, een van de bouwstenen van RNA

reproductiecijfer (het) reproductiegetal

reproductiegetal (het) getal dat aangeeft hoeveel mensen gemiddeld worden besmet door iemand die drager is van een virus en in die hoedanigheid het virus kan verspreiden, synoniem reproductiecijfer

reset (de) toestand waarin je, bv. na een crisis, je hele leven of de hele economie opnieuw moet inrichten, afgestemd op nieuwe inzichten; Engels

reuk- en smaakverlies (het) verlies van het vermogen te ruiken en te proeven, vaak genoemd als een van de meest kenmerkende symptomen van corona

ringbestrijding (de) bestrijding van een epidemische infectieziekte door de infectiehaard te isoleren, evenals de kringen van personen rond die infectiehaard

risicocontact (het) iemand met wie je contact hebt (gehad) met een verhoogd risico op het hebben en verspreiden van het coronavirus SARS-CoV-2

RIVM (het) afkorting van Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

RIVM-tombola (de) schertsende of sarcastische benaming voor de dagelijkse rapportage van het RIVM van de nieuwe aantallen coronabesmettingen, coronadoden en ic-opnames in verband met corona

R0 wiskundige term waarmee de mate van besmettelijkheid van een infectieziekte wordt aangegeven, d.w.z. het reproductiecijfer van een infectieziekte; bij een R0 groter dan 1 besmet elke geïnfecteerde meer dan één ander individu en breidt een infectieziekte of epidemie zich uit; bij een R0 kleiner dan 1 besmet elke geïnfecteerde minder dan één ander individu en neemt de infectieziekte of epidemie af in omvang; R0, uitgesproken als R nul, R zero of R naught, is een symbool op basis van het Engelse woord reproduction als in basic reproduction number

rockdown (de) livestream van een (oude) uitvoering van een rocknummer via een videoplatform of een sociaal medium om hiernaar te kijken en te luisteren met anderen die in (zelf)isolatie zitten of op grond van een lockdown hun huis niet mogen verlaten; Engels, porte-manteauwoord van rock (music) en lockdown

rotatieonderwijs (het) onderwijs aan studenten die in coronaveilige studio’s beurtelings in kleine groepen gezamenlijk onlineonderwijs volgen, m.n. bedoeld ter bestrijding van eenzaamheid onder studenten

routekaart (de) zie coronaroutekaart

ruitbezoek (het) raambezoek

salonviroloog (de) amateurviroloog

SARS (de) besmettelijke, ernstige ziekte van de luchtwegen, veroorzaakt door een coronavirus; Engels, afkorting van severe acute respiratory syndrome

SARS-CoV2 (de) internationale benaming voor het coronavirus dat in 2019 in China uitbrak en vervolgens een pandemie veroorzaakte, waarbij patiënten onder meer leden aan (ernstige) klachten aan de luchtwegen, koorts en soms een longontsteking

saturatie (de) mate waarin de hemoglobine in de rode bloedcellen zuurstof bevat, uitgedrukt in een percentage, synoniem zuurstofverzadiging; verkorting van zuurstofsaturatie, waarin saturatie via Frans saturation teruggaat op Latijn saturare (verzadigen)

scenario (het) (in de epidemiologie) elk van de mogelijke manieren waarop een epidemie zich ontwikkelt: een gunstig scenario, een donker, inktzwart scenario

schijnveiligheid (de) schijnbare veiligheid die bepaalde middelen of gedragingen bieden tegen een risico, bv. schijnbare veiligheid die het dragen van mondkapjes biedt in tijden van corona

schijt-aan-coronafeestje (het) feestje georganiseerd en bezocht door mensen die het coronavirus en een lockdown ten gevolge van een grootschalige corona-uitbraak niet serieus willen nemen, zie ook lockdownparty

seksbuddy (het) iemand met wie een single in de anderhalvemetersamenleving op min of meer regelmatige basis seks kan hebben; het woord werd samen met knuffelmaatje geïntroduceerd door het RIVM (op de pagina coronavirus en seksualiteit), maar daar later weer van verwijderd

serologie (de) wetenschap en techniek met betrekking tot de door een besmetting teweeggebrachte veranderingen in het serum, m.n. van antistoffen 

serologische test (de) serologisch onderzoek

serologisch onderzoek (het) onderzoek van het bloedserum naar de aan- of afwezigheid van antistoffen tegen bepaalde virussen, synoniem serologische test

sierveiligheid • (de) zogenaamde, onechte veiligheid die niet-medische mondkapjes van een mooie stof of een mooi model bieden

sigarendoosviroloog (de) amateurviroloog, d.w.z. iemand die als het ware op de achterkant van een sigarendoos uittekent hoe de virusverspreiding verloopt en tevens daarop noteert welke conclusies je daaruit kunt trekken, synoniem bierviltjesviroloog

Skypeborrel (de) gelegenheid waarbij je beeldbelt met anderen om samen een borrel te drinken terwijl ieder zich thuis of althans op een andere plaats bevindt achter de computer, m.n. in tijden van (zelf)isolatie en quarantaine

Skypedaten (onovergankelijk werkwoord) daten waarbij je visueel contact hebt met potentiële partners via de app Skype

Skypediner (het) gelegenheid waarbij mensen samen aan het skypen zijn terwijl ze thuis of althans op een andere plaats dan de anderen aan het eten zijn, m.n. in tijden van (zelf)isolatie en quarantaine

skypen (onovergankelijk werkwoord; skypete, heeft geskypet) internet- en videobellen, m.n. met behulp van de app Skype

skyperitieven • (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) het aperitief nuttigen met anderen met wie je in contact staat via de app Skype; porte-manteauwoord van de merknaam Skype en het werkwoord aperitieven

Skypevisite (de) virtuele visite met behulp van de app Skype, bv. aan iemand die tijdens een virusepidemie in quarantaine zit

smart distancing (de en het) vorm van social distanding waarbij je afhankelijk van de situatie specifieke beschermende maatregelen treft; Engels, letterlijk slim afstand houden

sneltest (de) (medische) test waarvan de uitslag kort op zich laat wachten

snotterschaamte (de) gevoel van schaamte dat iemand ervaart die snottert of een loopneus heeft in het gezelschap van anderen, die weleens zouden kunnen denken dat hij een ziekte heeft waardoor hij anderen zou kunnen besmetten

snuitschaamte (de) het gevoel van schaamte dat iemand die zijn neus snuit heeft, omdat hij denkt dat anderen zouden kunnen denken dat hij een mogelijke verspreider is van corona of een ander besmettelijk virus

social distancing (de en het) het mijden van openbare gelegenheden, bv. tijdens een epidemieof pandemie ter voorkoming van ziekteverspreiding, en het afstand houden van anderen in het algemeen; Engels, letterlijk: afstand houden in het sociale verkeer

sociale afsluiting (de) het isoleren van personen van hun sociale netwerk door middel van een lockdown of (verplichte of vrijwillige) thuisisolatie

sociale afstand (de) synoniem van fysieke afstand van personen ten opzichte van elkaar, bijvoorbeeld wanneer zij zich gezamenlijk in een ruimte bevinden of in de publieke ruimte een gesprek met elkaar voeren 

sociale beperking (de) beperking bij het onderhouden van sociale contacten in defysieke wereld

sociale bubbel (de) beperkte groep mensen met wie je tijdens een lockdown, wanneer het aantal sociale contacten drastisch beperkt moet worden, nog wel contact mag hebben

sociale distantie (de) zie social distancing

sociale onthouding (de) het (tijdelijk) tot een minimum beperken van sociale contacten in de fysieke wereld, bv. tijdens een epidemie ter voorkoming van nieuwe besmettingen

sociale recessie (de) afname van de intermenselijke relaties en de vormen van sociale hechting in een samenleving gedurende een (langere) lockdownperiode of een toestand waarin mensen, bijvoorbeeld om gezondheidsredenen, verplicht zijn afstand tot elkaar te bewaren

sociale restrictie (de) sociale beperking

spatbril (de) kunststof bril om de ogen te beschermen tegen spetters en spatten, bv. ter voorkoming van besmetting bij de behandeling van patiënten met een zeer besmettelijke ziekte

spatmasker (het) masker om het gezicht te beschermen tegen spetters en spatten, bv. ter voorkoming van besmetting bij de behandeling van patiënten met een zeer besmettelijke ziekte

spatscherm (het) scherm voor een balie, kassa e.d. ter voorkoming van besmettingen via transmissie van (besmettelijke) vochtdruppels

spoedbed (het) ziekenhuisbed dat gereserveerd is voor spoedgevallen

spoedtent (de) triagetent

sportbubbel (de) (in België) beperkte groep mensen met wie je tijdens een lockdown contact mag hebben om samen te sporten

sterftecijfer (het) aantal sterfgevallen in een bepaalde periode per 1000 individuen van de gemiddelde bevolking in een bepaald land, een bepaalde streek of stad

sterfterisico (het) risico dat iemand loopt om bij een bepaalde handeling (bv. een militaire actie) of ten gevolge van een bepaalde ziekte dood te gaan

stickerstoel • (de) stoel in een theater, in het openbaar vervoer waarop een sticker is geplakt om duidelijk te maken dat je er niet mag zitten in verband met het risico op besmetting

stockdown • (de) toestand van langdurig dalende aandelenkoersen tijdens of als gevolg van een lockdown; Engels, porte-manteauwoord van stock (aandeel) en lockdown

stoepbezoek (het) bezoek aan iemand die bij een virusepidemie tot de kwetsbare groepen behoort en/of die in (zelf)isolatie zit, waarbij je niet het huis betreedt, maar op het trottoir blijft staan of zitten, synoniem stoepvisite, zie ook balkonbezoek, raambezoek

stoepverjaardag (de) verjaardag in tijden van corona die gevierd wordt doordat het bezoek individueel of in zeer kleine groepjes naar de jarige jet of job komt om haar of hem voor haar of zijn huis, op het trottoir, te feliciteren

stoepvisite (de) stoepbezoek

stoplichtapp (de) app die mensen die – door middel van een sneltest – bewezen coronavrij zijn groen licht geeft voor deelname aan het maatschappelijk leven biedt, terwijl besmettelingen daarvan tijdelijk uitgesloten zijn (waarbij de coronamelder rood licht geeft)

straatbingo (het) bingo waarbij de spelers mensen zijn die elkaar tijdens een lockdown of een periode van (thuis)quarantaine alleen van een afstand mogen zien en spreken en daarom vanuit hun (voor)tuin of een plekje voor hun huis aan het spel deelnemen

straatschaamte (de) schaamte die iemand ervaart wanneer hij of zij tijdens een (gehele of gedeeltelijke) lockdown op straat is, bv. om de noodzakelijke boodschappen te doen, zie ook buitenschaamte

strandpas (de) pasje dat de houder het recht geeft zich op een bepaalde tijd naar het strand te begeven en zich daar te bevinden, door de autoriteiten verstrekt ter voorkoming van opeenhopingen van strandgasten die elkaar zouden kunnen besmetten met een virus

subklinische besmetting (de) virusbesmetting waarbij de geïnfecteerde bijna geen ziekteverschijnselen vertoont, bijna-synoniem asymptomatische besmetting

superbesmetter (de) superverspreider

supermarktangst (de) angst om naar de supermarkt te gaan, m.n. vanwege het risico op besmetting tijdens een virusepidemie

superverspreider (de) iemand die (als een van de eersten) besmet is met een virus en vervolgens veel anderen infecteert, synoniem superbesmetter

swab (de) met een wattenstaafje in de neus en keel afgenomen (corona)test: een swab afnemen; Engels

swabstick (het) lang wattenstaafje waarmee testmateriaal uit de mond, keel of neusholte van een individu wordt verzameld ten behoeve van een (DNA-)test, bv. om een virusbesmetting (bv. besmetting met corona) aan te tonen, synoniem kweekstok, zie ook keelwat

tafelviroloog (de) viroloog die geregeld aanschuift aan tafel bij een praatprogramma om de virologische toestand in de wereld tevbespreken

talkshowviroloog • (de) tv-viroloogvtante

Sjaan en ome Han  prototype van de autochtoon-Nederlandse man en vrouw uit de volksbuurten, die weliswaar geen vaste verhouding met elkaar hebben, maar bij feesten en partijen soms wel fysiek contact met elkaar hebben (door elkaar te omarmen of met elkaar de polonaise te lopen) en/of een gelegenheidsduo vormen; de term is bedacht door de Nederlandse staatsman Mark Rutte

targeted lockdown (de) zie -> intelligente lockdown; Engels

terrasdirigent (de, -en) horecamedewerker die belast is met de ontvangst van gasten op een terras en die hen na het checkgesprek naar hun tafel begeleidt

testcapaciteit (de) capaciteit om te testen, m.n. tijdens een virusuitbraak om te testen wie een besmetting kan overdragen (DNA-test) dan wel wie al een besmetting heeft doorgemaakt en op grond daarvan mogelijk immuniteit heeft (serologische test)

testen, testen, testen mantra waarmee het belang van coronatests wordt benadrukt 

testen, traceren, thuisblijven motto dat de handelingen benoemt die een voorwaarde zijn voor het beperken van een virusuitbraak

testsamenleving (de) samenleving waarin alleen gezonde, niet-besmettelijke personen, die hun gezondheid met een recente negatieve (virus)test kunnen aantonen, aan bepaalde activiteiten kunnen deelnemen

testschroom (de) schroom, aarzeling die mensen ervaren om zich te laten testen op een bepaalde ziekte

teststraat (de) drive-in- of drive-thrulocatie waar testmateriaal kan worden afgenomen van (mogelijk met het coronavirus besmette) mensen die daarvoor hun auto niet uit hoeven te komen

thuisblijfplicht (de) plicht om thuis in quarantaine te blijven, ter voorkoming van de verspreiding van een infectieziekte

thuisbubbel (de) de (sociale) omgeving van het huisgezin zonder contacten buitenshuis, synoniem huisbubbel

thuisdode (de) iemand die thuis gestorven is, m.n. die thuis aan een besmettelijke infectieziekte overleden is en niet wordt meegeteld in de sterftecijferstatistieken van de desbetreffende ziekte

thuisisolatie (de) vorm van isolatie waarbij iemand die een virusinfectie heeft opgelopen tijdelijk in zijn eigen huis in afzondering verblijft

thuisjuf (de) moeder die in tijden van (corona)quarantaine haar kinderen onderwijst

thuisquarantaine (de) vorm van quarantaine die inhoudt dat je gedurende een bepaalde periode je huis niet mag verlaten

thuistoost (de) het uitbrengen van een toost op iemand (bv. de koning) door een groep mensen die allemaal thuis zijn en eventueel met elkaar verbonden zijn via een videoverbinding

thuiszitter (de) iemand die (noodgedwongen) het huis niet verlaat, bijvoorbeeld tijdens een lockdown

thuizenaar (de) iemand die alleen thuis zit; gevormd als porte-manteauwoord van thuis en kluizenaar

toerismecorridor (de, -s) naam voor regio’s of landen waartussen toeristisch verkeer toegestaan is tijdens een pandemie, terwijl elders voor grote delen van de wereld een lockdown en reisbeperkingen gelden, synoniem coronacorridor

TOGS-regeling (de) (in Nederland) financiële regeling voor ondernemers die door de maatregelen tegen het coronavirus getroffen zijn; gedeeltelijke afkorting van Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren

toogviroloog (de) leek die als dilettant op het gebied van de virologie nepinformatie verspreidt over een virus, de overdracht daarvan en/of de behandeling ervan

TOZO-regeling (de) (in Nederland) financiële regeling voor zelfstandigen zonder personeel; gedeeltelijke afkorting van Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers

traceerapp (de) app waarmee de bewe gingen van goederen en de gangen van personen kunnen worden gevolgd, in de epidemiologie gebruikt voor contactonderzoek van (mogelijke) virusdragers ter voorkoming dat een virus zich onbeheerst verspreidt, synoniem track-and-trace-app, vind-en-volgapp

trachea (de) luchtpijp; Latijn

track-and-trace-app (de) traceerapp transfertafel • (de) tafel waarop je iets neerlegt om het contactloos te kunnen door geven

transitiestrategie (de) strategie met betrekking tot de overgang naar een nieuwe situatie, bv. naar een duurzame maatschappij of een samenleving die na een crisis niet langer in een lockdown verkeert

triage (de) afweging of iemand al dan niet met spoed gezien moet worden door een arts; Frans, afgeleid van het werkwoord trier (graan e.d. schiften, meer in het algemeen: selecteren). De oorsprong van triage in zijn medische betekenis ligt op het slagveld: tijdens de Napoleontische veldtochten ging de Franse legerarts Dominique Jean Larrey het woord triage gebruiken in de betekenis van schifting of selectie van gewonde militairen op het slagveld. In zijn visie moesten gewonde militairen – ongeacht hun rang – in drie categorieën worden verdeeld: gewonden die op het slagveld behandeld konden worden, gewonden die naar het hospitaal moesten en gewonden voor wie de behandeling geen zin meer had

triagetent (de) tent geplaatst bij een ziekenhuis waarin tijdens een epidemie beoordeeld wordt bij welke patiënten ziekenhuisopname noodzakelijk is en bij welke niet, onder meer bedoeld om de risico’s te verkleinen om een infectieziekte ongecontroleerd in een ziekenhuis te introduceren

triageren • (overgankelijk werkwoord; triageerde, h. getriageerd) lekenterm voor triëren

triëren • (overgankelijk werkwoord; trieerde, h. getrieerd) triage toepassen

tuinvisite (de) visite bij iemand die tijdens een virusepidemie in isolatie zit of die tot een kwetsbare groep behoort, waarbij je in de tuin blijft en voldoende afstand tot elkaar bewaart en eventueel zelf meegebrachte consumpties nuttigt

tv-viroloog (de) viroloog met een vlotte babbel die popualair is bij praatprogamma’s en vaak wordt uitgenodigd om het overheidsbeleid inzake de bestrijding van een virusepidemie toe te lichten of te bekritiseren, synoniem talkshowviroloog

tweede golf (de) tweede besmettingsgolf met een virus

tweedegolfangst (de) angst voor de gevolgen van een tweede besmettingsgolf met een virus

twitterviroloog (de) leek die op Twitter kritisch schrijft over de maatregelen die echte virologen hebben geadviseerd ter bestrijding van een infectieziekte zoals COVID-19

uitbraakteam (het) team bestaande uit virologen, epidemiologen en andere wetenschappers, dat bij een grootschalige ziekte-uitbraak of pandemie adviezen uitbrengt aan de overheid over de maatregelen ter bestrijding daarvan

uitdoven (onovergankelijk werkwoord; doofde uit, is uitgedoofd) (van een epidemie) geleidelijk verdwijnen doordat het aantal besmette mensen afneemt

unlocken (overgankelijk werkwoord, unlockte, heeft geünlockt) een lockdown afschalen of beëindigen; ontleend aan Engels to unlock

unlockproblematiek (de) problematiek in verband met het beëindigen van een lockdown of het afbouwen van preventieve maatregelen tegen verspreiding van een virus

vaccin (het) immuniteit opwekkend preparaat dat afkomstig is van of gebaseerd is op (delen van) het micro-organisme (bv. een virus) waartegen het beschermt

vaccinado (de) pensionado die zich heeft laten vaccineren tegen een of meerdere infectieziekten en daarom onbevreesd aan het maatschappelijk leven kan deelnemen, tgov. vaccinono; gevormd als porte-manteauwoord van vaccin + pensionado

vaccinatie (de) inenting met een vaccin 

vaccinatieprivilege (het) voorrecht verleend aan mensen die zich tegen corona hebben laten vaccineren, waardoor zij – anders dan anderen – volledig deel kunnen nemen aan het maatschappelijk leven

vaccinatiewedloop (de) het geheel van pogingen van elkaar concurrerende farma- en biotechbedrijven om een vaccin te ontwikkelen tegen het coronavirus, met als doel als eerste een werkzaam en op grote schaal te produceren vaccin te kunnen exploiteren

vaccindiplomatie (de) diplomatie waarbij het ter beschikking stellen of leveren van vaccins (of kennis daarover) wordt gebruikt om de geopolitieke invloed van een land te vergroten

vaccinnationalisme (het) bevoordeling van de eigen natie bij de ontwikkeling en aanschaf van vaccins

vaccinono (de, -‘s) pensionado die weigert zich te laten vaccineren tegen infectieziekten, tgov. vaccinado; gevormd als porte-manteauwoord van vaccin + nono (weigeraar)

vaccinologie (de) interdisciplinaire tak van wetenschap die zich bezighoudt met de studie, ontwikkeling en toepassing van vaccins: veterinaire vaccinologie

vaccinoloog (de) wetenschapper die, veelal na eerst afgestudeerd te zijn in geneeskunde of diergeneeskunde, zich gespecialiseerd heeft in de vaccinologie

vaccinvriezer (de) vriezer waarin vaccins onder extreem lage temperaturen kunnen worden bewaard

vaccinwatcher (de) iemand die de vorderingen op het gebied van vaccinontwikkeling bij verschillende farmabedrijven bijhoudt

vaccinwedloop (de) sterke concurrentiestrijd tussen farmabedrijven om als eerste een goed vaccin op de markt te brengen

vaccinweigeraar (de) iemand die weigert zich te laten vaccineren tegen infectieziekten, zoals corona

venstervisite (de) raamvisite

verdubbelingstijd • (de) tijd waarin iets verdubbelt of twee keer zo groot wordt, m.n. in de epidemiologie: het aantal dagen waarin het aantal besmette mensen zich verdubbelt

versoepelbrigade (de) de gezamenlijke personen die, tegen de consensus in, de maatregelen voor het indijken van covid willen versoepelen

verspreiding • (de) zie virusverspreiding 

video– eerste deel van afleidingen als de volgende, ter aanduiding dat je het door het tweede deel genoemde ieder apart maar toch samen doet omdat je met elkaar verbonden bent via een videoapp, zoals Skype, synoniem beeld: videobordelen, videodiner

videobellen (overgankelijk werkwoord, videobelde, heeft gevideobeld) 1 telefoneren met een beeldtelefoon • 2 internetbellen met een of meer anderen met behulp van een app (bv. Skype) waardoor je je gesprekspartner(s) tevens kunt zien op het computerscherm

vijftigminmaatschappij (de) maatschappij die economisch gezien draait op mensen tot vijftig jaar omdat bij een (dreigende) virusepidemie kwetsbare vijftigplussers verplicht in isolatie moeten gaan om te voorkomen dat de zorg overbelast raakt

vind-en-volgapp (de) traceerapp; vertaling van Engels track and trace app

virale lading/virale last (de) zie viral load

viral load (de) hoeveelheid virus in het bloed per ml; Engels, letterlijk virale lading

virocratie (de) staatsvorm waarbij het beleid geheel bepaald wordt door en gericht is op de controle over een virus, dat bij een grootschalige uitbraak de maatschappij kan ontwrichten

virofobie (de) beklemmende of verlammende vrees voor besmetting met een virus

virologie (de) interdisciplinaire tak van wetenschap die zich bezighoudt met de studie van virussen en virusziekten van mensen en dieren en ook wel planten: medische virologie

viroloog (de) wetenschapper die, veelal na eerst afgestudeerd te zijn in geneeskunde of diergeneeskunde, zich gespecialiseerd heeft in de virologie; 17 miljoen virologen, schertsnaam voor de Nederlandse bevolking, waarvan elk lid verstand van virologie lijkt te hebben

virorunner • (de) student die als vrijwilliger in een academisch ziekenhuis, m.n. het Erasmus Medisch Centrum (EMC), swabs (met een wattenstaafje in de neus en keel afgenomen (corona)tests, in een buisje), van de verschillende afdelingen naar het lab brengt, ter ontlasting van het zorgpersoneel

virus (het) submicroscopische ziekteverwekker die bestaat uit nucleïnezuur (DNA of RNA) in een mantel van eiwit die zich alleen kan vermenigvuldigen in een levende cel van een gastheer (een levend organisme): een virus bestrijden; een virus laten rondgaan, -waren; een virus laten uitdoven

virusangst • (de) angst voor besmetting met een virus, synoniem virusvrees

virusblind (bijvoeglijk naamwoord) geen oog hebbend voor de gevolgen en gevaren die een virusbesmetting kan hebben en dientengevolge de maatregelen ter voorkoming van de virusoverdracht veronachtzamend

virusbuddy (de) lockdownbuddy tijdens een virusepidemie

viruscirculatie (de) verspreiding van een virus onder een populatie

virusdictatuur (de) coronadictatuur

virusdiplomatie (de) diplomatie in de vorm van het bieden van medische hulp en hulpgoederen bij een virusuitbraak, het delen van medische kennis; zie ook coronadiplomatie en mondkapjesdiplomatie

virusdreiging (de) risico dat iemand met een virus besmet wordt

virusgekkie (de) viruswappie

viruspolitie (de) deel van de politie belast met het toezicht op de naleving van de maatregelen ter bestrijding van een viruspandemie, zie ook anderhalvemeteragent, coronaboa, lockdownagent

viruspreventie (de) geheel van maatregelen ter voorkoming van de overdracht van of een infectie met een virus

virusschaamte (de) gevoel van schaamte dat iemand heeft die een virusbesmetting heeft opgelopen, veroorzaakt doordat hij of zij veronderstelt dat anderen zullen denken dat hij of zij daar zelf mede schuldig aan is door risicogedrag zoals winkelen, uitgaan of bij anderen op visite gaan

virusstad (de) stad van waaruit zich een virusepidemie (over de wereld) heeft verspreid, zoals de Chinese stad Wuhan

virusuitbraak (de) uitbraak van een virusziekte

virusverspreiding (de) overdracht van een virus, een virusinfectie e.d., m.n. door direct contact met een geïnfecteerd individu, via druppels in de lucht door hoesten of niezen, door contact met lichaamsvloeistoffen of door aanraking van voorwerpen die besmet zijn door een geïnfecteerd individu

virusvluchteling (de) iemand die een stad of gebied ontvlucht waar een virusepidemie heerst, bijvoorbeeld naar een tweede huisje in een dunbevolkt gebied

virusvrees (de) virusangst

virusvrij (bijvoeglijk naamwoord) geen virus dragend; waarin of waarop geen virus is aangetroffen

Viruswaanzin (de) naam van een Nederlandse beweging van mensen onder leiding van dansleraar Willem Engel, die een alternatieve waarheid over het coronavirus verspreidt en de overheidsmaatregelen daartegen waanzinnig vindt en daarom acties voert tegen coronamaatregelen; later in 2020 veranderde de beweging haar naam in Viruswaarheid

viruswaanzinnige (de, -n) iemand die protesteert tegen de corona- en lockdownmaatregelen, omdat hij of zij deze waanzinnig vindt; zo genoemd naar de oorspronkelijke naam Viruswaanzin van de beweging Viruswaarheid

Viruswaarheid (de) alternatieve naam voor de beweging Viruswaanzin, door de aanhangers daarvan bedacht toen bleek dat Viruswaanzin geen handige naam was, omdat hij leidde tot ongunstig klinkende afleidingen als viruswaanzinnige

viruswappie (de) scheldwoord voor iemand die de ernst van corona en/of de coronapandemie ontkent en/of probeert een alternatieve waarheid daarover te verspreiden via de (sociale) media, m.n. scheldwoord voor iemand die bizarre ideeën over het virus heeft en bijvoorbeeld vermoedt dat de viruspandemie onderdeel is van een complot, synoniem virusgekkie

viruswolk (de) het geheel van virussen dat zich op en (door uitademing) direct om een individu bevindt, voorgesteld als een wolk 

vitaaltje (het) iemand die een vitaal beroep beoefent, tegenover niet-vitaaltje

vitale beroepen (de) beroepen die vervuld moeten worden om de vitale processen gaande te houden om een samenleving ook tijdens een crisis te laten functioneren, bv. medische beroepen, beroepen in de zorg, het transport, de schoonmaakbranche, de winkelbevoorrading

vitale processen (de) processen die een samenleving draaiende houden in tijden van crisis

vleermuisvirus (het) dierlijk virus dat vleermuizen als gastheer gebruikt en in uitzonderlijke gevallen, al dan niet in gemuteerde vorm, kan overspringen naar andere gewervelde dieren, waaronder de mens

vliegaso (de, -’s) iemand die zich asociaal gedraagt in het luchtverkeer, m.n. passagier die asociaal gedrag vertoont in het vliegtuig, bv. door zich niet aan de vereiste veiligheidsmaatregelen te houden.

voetgroet (de) begroeting waarbij men elkaar met de voeten aanraakt, ter voor koming van huid-huidcontact, m.n. om verspreiding van een virus te voorkomen

voetkus (de) voetgroet

volgelaatsmasker (het) beschermend masker dat mond, neus en ogen afdekt, tegenover halfgelaatsmasker

voordeurbezoek (het) bezoek waarbij de gast buiten bij de voordeur blijft staan, m.n. om tijdens een virusepidemie het risico op besmetting te beperken, synoniem voordeurvisite 

voordeurvisite (de) voordeurbezoek

voucherdwang (de) (morele) dwang om een (corona)voucher te accepteren wanneer je reis als gevolg van de coronacrisis niet kan doorgaan

vouchervakantie (de) 1 vakantie die je thuis doorbrengt omdat je reis naar een ver oord gecanceld is als gevolg van de coronamaatregelen, zoals de gesloten grenzen en het stilgelegde vliegverkeer, en waarvoor de reisorganisatie of vliegmaatschappij je een voucher heeft verstrekt, zodat je tijdens je thuisvakantie nog wel kunt dromen van de reeds betaalde reis die je in het postcoronium gaat maken 2 vakantie die je geheel of gedeeltelijk betaalt met een voucher die je hebt gekregen van de reisorganisatie waarbij je een reis geboekt had die niet door kon gaan (bv. als gevolg van een lockdown), al dan niet naar een andere bestemming met aanvullende vouchervoorwaarden

vuur bestrijden met een blinddoek om door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geïntroduceerde metafoor ter uitdrukking dat er een grootschalige virusinfectie of een pandemie bestreden moet worden terwijl je de aard van de virusverspreiding noch de mensen die het virus verspreiden goed in kaart hebt

V&VN (de) afkorting van Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland, in 2006 opgerichte beroepsvereniging

wachtstip (de) stip waarop winkelklanten en bezoekers van een instantie kunnen wachten op ten minste anderhalve meter van de personen die voor, naast en achter hen staan

wachtvak (het) vak waarin winkelklanten en bezoekers van een instantie kunnen wachten op ten minste anderhalve meter van de personen die voor, naast en achter hen staan

wandelschaamte (de) schaamte die iemand voelt wanneer hij of zij tijdens een intelligente lockdown toch een wandelingetje gaat maken, m.n. als blijkt dat meer mensen dat doen en het daardoor druk is op de wandelpaden

wc-papierschaamte (de) 1 schaamte die een campingtoerist ervaart als hij of zij met een rol toiletpapier naar het sanitair gaat 2 schaamte die een supermarktbezoeker ervaart als hij wc-papier hamstert

wegkijkseks (de) seks waarbij de partners zoveel mogelijk van elkaar wegkijken ter voorkoming van een virusbesmetting, bv. doggystyle (‘op z’n hondjes’) of standje omgekeerde cowgirl (vrouw on top met hoofd gericht naar ’s mans voeten)

weigerklant (de) klant van een supermarkt die weigert zich te houden aan het winkelprotocol

whatsaperitieven (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) het aperitief nuttigen met anderen met wie je in contact staat in een WhatsAppgroep; vergelijk beeldborrelen; porte-manteauwoord van de merknaam WhatsApp en het werkwoord aperitieven

WhatsAppetentje • (het) gelegenheid waarbij mensen samen in een (groeps- of gezins)app berichten en foto’s uitwisselen terwijl ze ieder voor zich thuis of althans op een andere plaats dan de andere deelnemers aan het eten zijn, m.n. in tijden van (zelf)isolatie en quarantaine

wildedierenvirus (het) dierlijk virus dat niet-gedomesticeerde dieren (bv. palmrollers of vleermuizen) als gastheer gebruikt en in uitzonderlijke gevallen, al dan niet in gemuteerde vorm, kan overspringen naar andere gewervelde dieren, waaronder de mens gelden voor medewerkers en klanten van een winkel of supermarkt, bv. tijdens een virusuitbraak ter voorkoming van besmettingen

winkelschaamte • (de) schaamte die iemand ervaart die tijdens een lockdown naar de winkel gaat om boodschappen te doen

witte crisis (de) crisissituatie waarbij de volksgezondheid in het geding is, synoniem medische crisis 

wittejassensamenleving (de) esculapocratie

Woningsdag (de) (in Nederland) Koningsdag tijdens een lockdown, waarbij de feestelijkheden voornamelijk thuis plaatsvinden; porte-manteauwoord van woning en Koningsdag

wraakwinkelen (onovergankelijk werkwoord; wraakwinkelde, heeft gewraakwinkeld) winkelen na een lockdown, waarbij je extra dure aanschaffen doet uit wraak op het (corona)virus

wuhanshake (de) begroeting waarbij twee mensen elkaar eerst met de binnenkant van hun (geschoeide) rechtervoet aantikken, waarna ze datzelfde gebaar met de linkervoeten maken; samengesteld van de naam van de Chinese stad Wuhan, waar eind 2019 de besmettelijke virusziekte COVID-19 uitbrak, waardoor een alternatief voor handenschudden noodzakelijk werd, + het laatste deel van Engels handshake (handdruk)

wuhanvirus (het) informele benaming voor het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2; samengesteld van de naam van de Chinese stad Wuhan, waar eind 2019 de besmettelijke virusziekte COVID-19 uitbrak

wuifbezoek (het) zwaaibezoek

wuifcontact (het) zwaaicontact

XL-teststraat (de) testlocatie waar op grote schaal virustests kunnen worden afgenomen, gebaseerd op het symbool XL voor extra large (extra groot)

zeepzuil (de, -en) zuil met een zeepdispenser op handhoogte bij de ingang van winkels, openbare gebouwen e.d., bedoeld om bezoekers de gelegenheid te geven hun handen te reinigen om op die manier verspreiding van virussen en micro-organismen te voorkomen

zelfısolatie • (de) vrijwillige isolatie: in zelfisolatie gaan

zelfquarantaine (de) vrijwillige quarantaine: in zelfquarantaine gaan

zelfsurveillance • (de) toezicht op, bewaking van de eigen gezondheid door het bijhouden van gegevens over de eigen gezondheid (hoesten, koorts) in een app: digitale zelfsurveillance

ziektepiramide (de) voorstelling van een virusuitbraak als een piramide, met aan de basis een groot aantal ziektegevallen gekenmerkt door een asymptomatisch of uiterst mild ziekteverloop en aan de top een relatief klein aantal ziektegevallen gekenmerkt door ernstige klachten en een behoefte aan intensieve zorg

zijlijnviroloog (de) iemand, deskundige of leek, die vanaf de zijlijn kritiek levert op de virologen op wier gezag de overheid maatregelen neemt bij een virusepidemie

Zoomborrel (de) gelegenheid waarbij je met behulp van de app Zoom beeldbelt met anderen om samen een borrel te drinken terwijl ieder zich thuis of althans op een andere plaats bevindt achter de computer, m.n. in tijden van (zelf)isolatie en quarantaine, synoniem zorrel; zie ook Skypeborrel

zoomen (onovergankelijk werkwoord; zoomde, heeft gezoomd) internet- en videobellen, m.n. met behulp van de app Zoom

Zoommoe (bijvoeglijk naamwoord) 1 fysiek vermoeid van langdurig vergaderen met behulp van de app Zoom 2 (figuurlijk) meer dan genoeg hebbend van digitaal vergaderen

zoönose (de) ziekte die van dieren op  mensen is overgegaan; gevormd van Grieks zōion (levend wezen, dier) + Grieks nosos [ziekte]

zorgapplaus (het) applaus van veel mensen op allerlei plaatsen voor alle mensen die werken in de zorg, m.n. als uiting van waardering voor al het werk dat mensen verrichten die in de zorg werkzaam zijn

zorgheld (de) iemand die onder moeilijke omstandigheden, m.n. de uitbraak van het coronavirus, werkzaam is in de zorg

zorrel (de) Zoomborrel; porte-manteauwoord van Zoomen + borrel

zuurstofverzadiging (de) zie saturatie

zwaaibezoek (het) bezoek aan de woning van iemand die vanwege de coronacrisis geen fysiek bezoek mag ontvangen, waarbij je het contact beperkt door enige tijd naar elkaar te zwaaien voor het raam, synoniem zwaaivisite, zie ook raambezoek

zwaaicontact (het) uit naar elkaar zwaaien bestaande vorm van visueel contact tussen mensen die vanwege het risico op besmetting alleen van een afstand of met een raam ertussen in elkaars blikveld mogen komen, synoniem wuifcontact

zwaaivisite (de) zwaaibezoek

zwarte fase (de) (medisch) fase waarin in de spoedeisende zorg ‘code zwart’ van toepassing is

zwerfkapje (het) na gebruik achteloos op straat of elders in de publieke ruimte weggeworpen mondkapje, beschouwd als zwerfvuil

ZWiC-fonds (het) fonds ter ondersteuning van zorgverleners die tijdens de coronapandemie arbeidsongeschikt zijn geraakt envoor nabestaanden van door corona overleden zorgmedewerkers; gedeeltelijke afkorting van Zorg na Werk in Coronazorg

 

Vond u dit artikel interessant? Sponsor de Taalbank dan veilig via Ideal of Paypal!







Totaal

41 Responses

  1. Robbo Mic

    Nog een paar anderen die ik tegenkwam in het wild: coronaverveling, coronatest, coronalockdown, lockdownfeestje, coronalezen, coronabingo, corona-vluchtelingen, coronatijden, corona-verslaggeving, coronaregering, coron

    • Karel Thieme

      Goedemorgen, schoon/veilig leidingwater is niet meer vanzelfsprekend. In verband met zorgen over Corona en het versterken van het immuunsysteem filteren/zuiveren steeds meer mensen thuis hun leidingwater. Het woord ‘waterzuiveraar’ geeft 45.000 results op Google. Het klinkt ook heel Nederlands.

      Is het tijd om dit woord in de Dikke van Dale op te nemen?

  2. Dirk Brans

    Ik vind “corontaine” een leuk woord. Het is een samenvoeging van corona en quarantaine. In quarantaine gaan omwille van het corona-virus.

  3. Marina Kapteyn

    Super! Ik heb het gedeeld via Twitter en mijn Facebookpagina. Ik liep er vanmorgen ook zelf over na te denken hoe leuk het zo zijn om al die coronawoorden eens te verzamelen en te delen.
    Top gedaan, Ton!

    Mijn bijdrage:
    coronakapsel: (ongewenst) kapsel waarmee je rondloopt nu kappersbezoek niet mogelijk is: te lang haar, niet meer in model.

    Marina Kapteyn, Alphatekst
    p.s. staat coronawoord al in het woordenboek?

  4. Edwin

    Hallo, interessant.
    Bestaat er ook zo’n overzicht in andere talen? Ik denk in eerste instantie aan Frans, Engels en Duits?
    Zou handig zijn.

  5. Ewoud Sanders

    Dag Ton, ik heb de afgelopen dagen al verschillende FaceTime-etentjes achter de rug en er staan er nog een paar in de agenda. Ook wel WhatsApp-etentje genoemd. Dan wel afstandsetentje. Het idee zal duidelijk zijn: samen eten met beeld erbij, ieder in zijn of haar eigen woning.

  6. Chris Lochy

    Beste heer den Boon,

    Ik heb de volgende woorden nog genoteerd: hinderpremie (voor getroffen bedrijven), noodmortuarium, contactluw (onderwijs), huidhonger (de nood om te willen omhelzen), coronarij, ontstekingsstorm, corona-drive-in.

  7. Joost Verheyen

    Berentocht
    Berenzoektocht

    Een verademing voor de jonge generatie in deze barre tijden

  8. Yde Linsen

    Geachte heer Den Boon,

    Bij ‘coronanie’ past het werkwoord ‘coronaneren’.

  9. Joost B

    Het woord ”berenjacht” heeft een nieuwe betekenis gekregen. Mensen worden opgeroepen om hun teddyberen voor het raam, zichtbaar vanaf de straat, neer te zetten. Zo kunnen kinderen, die niet naar school kunnen, in hun eigen buurt op speurtocht (”berenjacht”) en zoveel mogelijk beren ontdekken.

    [https://nos.nl/artikel/2328591-nederland-op-teddyberenjacht-welkome-afleiding-voor-kinderen.html Nederland op teddyberenjacht: ‘Welkome afleiding voor kinderen’] NOS.nl d.d. 27 maart 2020
    [https://www.facebook.com/groups/BerenjachtNL/about/ ”Berenjacht in NL”]

  10. Oene van der Wal

    Ik kwam ook ‘coronanationalisme’ tegen in een artikel van Ko Colijn in NRC:

    Er zijn veel verschillen tussen oude wereldwijde crises en de huidige coronacrisis. Maar hopelijk is er een overeenkomst: dat zij de toch al zo rusteloze geopolitiek tot enige bezinning brengt. In het huidige tijdperk van great power competition, de concurrentiestrijd tussen grote machtsblokken als China, de VS en Rusland, is er amper ruimte voor samenwerking en vliegt het ‘coronationalisme’ je om de oren.

    Dat zie je op elk niveau. Mondiaal, waar de pax americana een pijnlijke aftocht blaast onder leiding van een chaotische president Trump die zich Xi en Poetin niet van het lijf kan houden. Een trapje lager binnen de westerse wereld, waar de NAVO, het Noord-Atlantisch bondgenootschap – om maar een voorbeeld van multilaterale kracht te noemen – droomt van vervlogen leiderschap en kracht. Maar ook intra-Europees, waar het in de coronacrisis ‘eigen-land-eerst’ was en solidariteit of een zogenoemde ‘transferunie’ nog ver aan de horizon liggen.

  11. Chris Lochy

    Beste heer den Boon,

    De volgende woorden heb ik nog gehoord of gelezen: boostbox (De zogenaamde ‘boostboxen’ zijn een initiatief van de Gentse start-up Kadonation. Ze moeten een gezonde boost, een opkikker dus, geven aan het zorgpersoneel. Iedereen in ons land heeft de mogelijkheid om hulpverleners een boostbox te schenken.), bioresponsteam (De Antwerpse politie heeft sinds kort een bioresponsteam. Dat team kwam er omdat verschillende situaties een verhoogd risico op Covid-19-besmetting inhouden, zoals mensen die spuwen of hoesten naar de politie. Het team is speciaal opgeleid voor risicovolle situaties.), corona-incident (vb spuwen naar de politie), coronaovertreding (zich niet houden aan de opgelegde maatregelen).

    Terloops wil ik nog meegeven dat naar aanleiding van de coronacrisis ook veel specialisten aan het woord komen. Die specialisaties zijn niet voor iedereen even duidelijk. De volgende heb ik genoteerd: vaccinoloog, epidemioloog, viroloog, infectioloog en microbioloog.

  12. Yves

    Na klerelijer, tyfuslijer etc. hoort coronalijer er nu toch ook wel bij?

  13. Chris Lochy

    Beste heer den Boon,

    Nog een paar aanvullingen: coronabeslisser en coronabestrijding. De immunoloog mag er ook wel bij.

  14. Chris Boogert

    Beste Ton,
    Ome heen hoor ik nu van drive-in verjaardagen. Men gaat om de beurt, in ieder geval met anderhalve meter afstand, bij een jarige langs, geeft kado af en krijgt iets lekkers mee.

  15. Chris Lochy

    Beste heer den Boon,

    Nog een kleine aanvulling: coronahulp, coronasporten, preteaching (van nieuwe leerstof) en quarantainecollege (zie neerlandistiek.nl).

  16. Jan De Ridder

    Dit paasweekend heb ik via https://vrttaal.net/nieuws/coronawoorden-in-het-frans het zelfstandig naamwoord ‘skyperitief’ en het werkwoord ‘skyperitieven’ leren kennen. Op de daaraan gekoppelde podcast bespreekt de Vlaamse VRT-journalist Ivan De Vadder met een Waalse collega een beperkt aantal Nederlandstalige coronawoorden in het Frans. Het woord ‘skyperitief’ wordt in de bewuste podcast besproken vanaf ongeveer 13:30 op de tijdbalk, het gehanteerde Frans is niet al te moeilijk. Het woord doet me denken aan ‘whatsaperitieven’ (alleen vermeld als werkwoord) in het Coronawoordenboek.
    Rond 12:55 op de tijdbalk wordt naast ‘hinderpremie’ ook de Belgisch-Nederlandse ‘compensatiepremie’ genoemd, maar die had ik al eerder gemeld.

  17. Chris Lochy

    Beste heer den Boon,

    Mijn zoon heeft mij net het porte-manteauwoord balkonversatie doorgestuurd.

  18. Jan De Ridder

    Correcties:
    – ARDS (de) -> (het) [genus volgens de Dikke Van Dale Online]
    – c-crisis: corona crisis -> coronacrisis [foute spatie]
    – coronaconcert: (de) -> (het) [vergelijk met het genus van ‘balconcert’ en ‘quarantaineconcert’]
    – coronagetuigenis (de) -> (het en de) [volgens het genus van ‘getuigenis’ in de Dikke Van Dale Online]
    – corona-incident: (de) -> (het) [volgens het genus van ‘incident’ in de Dikke Van Dale Online]
    – coronalening: lening dat een bank verschaft -> lening die een bank verschaft [bij een de-woord als ‘lening’ hoort het betrekkelijk voornaamwoord ‘die’, niet ‘dat’]
    – coronaslachtoffer (de) -> (het) [volgens het genus van ‘slachtoffer’ in de Dikke Van Dale Online]
    – essentiële verplaatsing: die noodzakelijk is oom in leven of aan het werk te blijven -> die noodzakelijk is om in leven of aan het werk te blijven [tikfout]
    – hoestwolk: bij het hoesten uitstoten hoeveelheid lucht -> bij het hoesten uitgestoten hoeveelheid lucht
    – ic-bed (de) -> (het) [volgens het genus van ‘bed’ in de Dikke Van Dale Online]
    – in control zijn: (van de medisch zorg) -> (van de medische zorg) [slot-e van verbogen vorm vergeten]
    – intensivist: IC-afdeling -> ic-afdeling [zoals in het Coronawoordenboek]; ic-arts: in zijn geheel te cursiveren
    – MERS (de) -> (het) [genus volgens de Dikke Van Dale Online]
    – nieswolk: bij het niezen uitstoten hoeveelheid lucht -> bij het niezen uitgestoten hoeveelheid lucht
    – postintensivecaresyndroom: pics -> PICS [zoals nu in het Coronawoordenboek]

  19. Jan De Ridder

    In deze coronatijden worden we met een heleboel Engelse woorden om de oren geslagen. Maar hebben we daar geen Nederlandse woorden voor? Ruud Hendrickx promoot bijvoorbeeld ‘anderhalvemeteren’ voor ‘social distancing’. En voor ‘preteaching’ (dat nu vooral in Vlaanderen opgang maakt) ziet hij ‘aanlooplessen’ of ‘aanloopleren’ wel zitten. Zie https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/04/20/coronawoordenschat-aanlooplessen/.

      • Jan De Ridder

        Maar mensen blijken niet altijd consequent. In het gesprek met Ruud Hendrickx dat je via de door mij vermelde link kunt beluisteren, eindigt de presentator met een ‘elleboogshake’ (nog niet in het Coronawoordenboek) terwijl een ‘ellebooggroet’ toch veel Nederlandser klinkt.

  20. Peter

    Corona-kampioen = het sportteam dat bovenaan de ranglijst stond van een niet uitgespeelde competitie vanwege corona en daardoor een echt kampioenschap is misgelopen.

  21. Theun Prins

    Geweldig initiatief dit woordenboek, bravo.

    Vouchervakantie: Een vakantie die al wel betaald is en waarbij je overgeleverd bent aan de (aanvullende) voucher-voorwaarden.

  22. Theun Prins

    Plexiglassamenleving

    Zoals in: De plexiglassamenleving geeft je de ruimte (??!!??)

  23. Chris Lochy

    coronaspeurder : Het gaat om zogenaamde contacttracers, die nagaan met wie besmette personen contact hebben gehad. Vervolgens zoeken ze die contactpersonen op en vragen hen zich te laten testen. Wie positief test, moet twee weken in quaran­taine blijven.

  24. Gerald

    Geweldig initiatief!
    Ik mis nog coronabondje. Een afdpraak tussen twee of meer landen om onderling reizigers toe te laten zonder quarantaine

  25. Jurgen Hillaert

    Ik zou ‘t woord ‘tralie-terras’ willen voordragen voor ‘t corona-woordenboek.

    Ik gebruik dit woord in mijn a.s. column in de Rijnpost, omdat in Veenendaal al terrassen omheind zijn met dranghekken en omheiningen, waardoor de terrassen inmiddels meer ogen als een kooi of gevangenis.

  26. Ron

    Cononapondjes. In deze tijden waarin je thuis blijft en de hele dag door blijft eten uit verveling. Deze coronapondjes moeten er weer af als de sportscholen weer open gaan op 1 juli.

  27. Anny

    Tsjonge, dat het er zóveel zijn!!! Wel leuk voor de taal natuurlijk.

  28. Steven

    Wat een geweldige lijst elk denkbaar corona woord staat er tussen.

    Aanvulling: Spatscherm-zoen: Een zien tussen twee personen met een gelaatmasker ertussen. Dus lip op plastic op plastic op lip. Heb ik al een paar keer gezien in het theater.

  29. Martijn

    CCP-virus hoor ik ook wel eens. CCP = Communistische Partij van China, die verantwoordelijk wordt gehouden voor de verspreiding van het virus door het lange tijd onder de pet gehouden te hebben.

  30. Door

    Vandaag voor het eerst gelezen in de Volkskrant: vaccinwatcher. (Artikel van Maarten Keulemans over coronavaccin, p.2/3 za 5 september.)

  31. Chris Lochy

    Ik stel vast dat het woord “knuffelmaatje” is opgenomen, maar het in België gangbare woord “knuffelcontact” nog niet.

Laat een reactie achter op Warre Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *