Coronawoordenboek

geplaatst in: Actueel | 15

1,5 metereconomie (de) zie anderhalvemetereconomie

aanhoesten (overgankelijk werkwoord; hoestte aan, h. aangehoest) hoes­ten in de rich­ting van iemand, met name als ma­nier waar­op vi­rus­sen wor­den over­ge­dra­gen

aanniezen (overgankelijk werkwoord; niesde aan, h. aangeniesd) niezen in de rich­ting van iemand, met name als ma­nier waar­op vi­rus­sen wor­den over­ge­dra­gen

aansteken (overgankelijk werkwoord; stak aan, h. aangestoken) besmetten, bv. met een virus: een ander aansteken met corona zonder dat je zelf ziekteverschijnselen hebt

afsluiting (de) lockdown

afstandschaamte (de) schaamte die iemand ervaart wanneer hij of zij tijdens het boodschappendoen vergeet om anderhalve meter afstand te houden ten opzichte van winkelpersoneel en andere klanten

afstandsetentje (het) gelegenheid waarbij mensen virtueel samen aan het eten zijn, bv. door rond etenstijd met elkaar te beeldbellen via FaceTime of Skype dan wel te appen, m.n. in tijden van (zelf)isolatie en quarantaine

afstandshamen (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) een ander luidkeels tot de orde roepen of diens gedrag op de sociale media aan de kaak stellen omdat hij de regel heeft overtreden om ten minste anderhalve meter afstand tot elkaar te bewaren

afvlakken (overgankelijk werkwoord; vlakte af, h. afgevlakt) vlak maken, m.n. in de uitdrukking de curve afvlakken ervoor zorgen dat het aantal met een virus besmette personen, ziekenhuisopnamen of sterftegevallen zo min mogelijk stijgt (wat blijkt uit de grafische weergave daarvan)

agressiviteit (de) (medisch) 1 mate waarin een infectie zich verspreidt of waarin een tumor uitzaait 2 mate waarin een infectieziekte of tumor schadelijk is voor een organisme

amateurviroloog (de) leek die de theorieën en aanpak van professionele virologen in twijfel trekt, veelal op basis van zijn onderbuikgevoel

ambulancebus (de) bus waarin meerdere patiënten tegelijk (over een langere afstand) kunnen worden vervoerd onder begeleiding van medisch personeel, synoniem behandelbus, zie ook coronabus

anderhalvemetereconomie (de) economie die helemaal ingericht is op de preventiemaatregelen ter voorkoming van corona; genoemd naar het gebod om in de publieke ruimte, in winkels e.d. ten minste anderhalve meter afstand te houden tot anderen

anderhalvemeterpolitie (de) (schertsend) benaming voor de politie als handhaver van de aan burgers gestelde regel om ten minste anderhalve meter afstand tot elkaar te bewaren

anderhalvemetersamenleving (de) samenleving die is ingericht op de preventiemaatregelen ter voorkoming van corona, m.n. op de door de overheid ingestelde regel om ten minste anderhalve meter afstand te houden tot anderen

anticoronafeest (het) lockdownparty in tijden van corona

antivirale middelen (de) medicijnen waarmee een virus of virusinfectie kan worden bestreden

antroponose (de) ziekte die van mensen op dieren overgaat; ge­vormd van  anthrōpos (mens) + Grieks nosos [ziek­te]

ARDS (de) verkorting van Acute Respiratory Distress Syndrome, syndroom gekenmerkt door blijvende schade na een longziekte en/of landurige beademing; Engels

asymptomatische besmetting (de) virusbesmetting waarbij de geïnfecteerde geen ziekteverschijnselen vertoont, bijna-synoniem subklinische infectie

balkonnade (de) muziekuitvoering vanaf het balkon of uitzending van een muziekstuk vanaf het balkon, m.n. bedoeld als sociaal bindmiddel tijdens een lockdown; porte-manteauwoord van balkon en serenade (muziekuitvoering)

balkonsolidariteit (de) solidariteit of saamhorigheid van flatbewoners onderling, bv. door vanaf het balkon samen te zingen

balkonzanger (de) min of meer geschoolde zanger die tijdens een lockdownperiode vanaf zijn balkon aria’s e.d. zingt om zijn buurtbewoners te bemoedigen, m.n. in Zuid-Europese steden

beademing (de) 1 toe­die­ning van kunst­ma­ti­ge adem­ha­ling met be­ade­mings­apparatuur: intensieve beademing 2 beademingsapparatuur: aan de beademing liggen/moeten

beademingsapparatuur (de) geheel van toestellen ten behoeve van kunstmatige beademing

beademingsbol (de) voorwerp dat om het hoofd van een kortademige patiënt met longontsteking wordt geplaatst om hem te beademen

behandelbus (de) ambulancebus

beheerste verspreiding (de) verspreiding van een infectieziekte onder de bevolking die beïnvloed wordt door beleid van de overheid en medische autoriteiten, zoals de GGD, met name erop gericht de medische zorg intact te houden, zodat patiënten goed behandeld kunnen worden, met als neveneffect dat er op termijn groepsimmuniteit ontstaat, synoniem gecontroleerde verspreiding

berenjacht (de) sociaal gezelschapsspel tijdens een gedeeltelijke lockdown waarbij mensen teddyberen op plekken zetten (bv. voor het raam) die vanaf de openbare weg te zien zijn, die vervolgens door kinderen moeten worden gespot; genoemd naar het kinderboek Wij gaan op berenjacht (1995)

besmetting (de) overdracht van een ziek­te­ver­wek­ker, zoals een bacterie of virus, van een besmet individu op een ander, synoniem infectie

besmettingsangst (de) angst om met een ziekteverwekker, bv. een virus, te worden besmet, synoniem infectievrees

besmettingsbron (de) 1 individu dat besmet is met een virus en dit mogelijk verspreidt besmettingshaard

besmettingscurve (de) 1 grafische weergave van het aantal besmettingen met een infectieziekte 2 (metonymisch) aantal besmette gevallen: een stijgende, dalende besmettingscurve; een afvlakkende besmettingscurve

besmettingsgetal (het) getal dat het gemiddelde aantal individuen noemt dat door een virusdrager wordt besmet: een besmettingsgetal hoger/lager dan 1

besmettingsgevaar (het) gevaar te worden besmet met een ziekteverwekker, bv. een virus, synoniem besmettingsrisicoinfectierisico

besmettingsgolf (de) groot aantal besmettingen die in een bepaalde periode plaatsvindt: een eerste, tweede besmettingsgolf

besmettingshaard (de) persoon, plaats e.d. van waaruit een reeks besmettingen, bv. met een virus, plaatsvindt en/of waarop een reeks besmettingen is terug te voeren, synoniem infectiehaard

besmettingslijn (de) grafische voorstelling van het aantal besmettingen binnen een populatie: een dalende, stijgende besmettingslijn

besmettingsrisico (het) besmettingsgevaar

besmettingsroute (de) besmettingsweg

besmettingsweg (de) route waar­langs een individu be­smet raakt of is ge­raakt met een in­fec­tie­bron, synoniem besmettingsrouteinfectieroute

betaalhygiëne (de) regels betreffende het betaalverkeer in het be­lang van de volksge­zond­heid, m.n. in tijden van corona

bioresponsteam (het) politieteam bestaande uit mensen die in beschermende kleding en met gezichtsmaskers e.d. optreedt, m.n. in situaties waarin er een verhoogd risico op een (virus)besmetting bestaat

bloedtest (de) bloedonderzoek, in de virologie m.n. serologisch onderzoek naar de aan- of afwezigheid van antistoffen tegen bepaalde virussen

boostbox (de) (in België) doos met groente en fruit die je online kunt kopen en o.a. bij een ziekenhuis of zorginstelling kunt laten bezorgen als steuntje in de rug voor de mensen die daar coronapatiënten (en anderen) verzorgen 

buitenschaamte (de) schaamte die iemand ervaart wanneer hij of zij tijdens een (gehele of gedeeltelijke) lockdown buiten is, bv. om de noodzakelijke boodschappen te doen, zie ook straatschaamte

Chinese griep (de) (informeel) dysfemisme voor de door het coronavirus SARS-CoV-2 veroorzaakte infectieziekte COVID-19; ontleend aan Engels Chinese fever en mogelijk geïnspireerd door de naam van de vorige dodelijke pandemie, de Spanish flu (de Spaanse griep)

chloroquine (de) antimalariamiddel dat genoemd wordt als mogelijke therapie tegen de gevolgen van een infectie met het coronavirus SARS-CoV-2

code rood (de) situatie in ziekenhuizen waarbij de vraag naar spoedeisende hulp dermate groot is dat artsen patiënten die niet-spoedeisende hulp nodig hebben op een later tijdstip laten terugkomen of doorverwijzen

code zwart (de) situatie in ziekenhuizen waarbij de vraag naar spoedeisende hulp dermate groot is dat artsen op grond van overlevingskansen kiezen welke patiënten nog behandeld zullen worden

cohortverpleging (de) vorm van verpleging waarbij patiënten die met dezelfde ziekteverwekker geïnfecteerd zijn, zich gezamenlijk op een geïsoleerde locatie bevinden, synoniem isolatieverpleging

COLD (de) afkorting van Chronic Obstructive Lung Disease, een longziekte, gekenmerkt door chronische bronchitis en longemfyseem  bv. als gevolg van een longziekte zoals corona (waardoor de afkorting sinds maart 2020 ook wel wordt geherinterpreteerd als Corona Obstructive Lung Disease); Engels

collectieve immuniteit (de) groepsimmuniteit

compassionate use (de) gebruik van een experimenteel geneesmiddel als laatste redmiddel voor een patiënt voor wie geen alternatieve behandelingsmogelijkheden beschikbaar zijn; Engels, letterlijk barmhartig gebruik

contactberoep (het) beroep waarbij je je klant fysiek aanraakt, bv. fysiotherapeut en kapper

contactluw (bijvoeglijk naamwoord) waarbij geen of slechts minimaal (fysiek) contact vereist is: contactluw onderwijs

contactonderzoek (het) onderzoek naar de contacten die een geïnfecteerde persoon heeft gehad in de periode dat hijzelf de infectie vermoedelijk heeft kunnen verspreiden

contacttracering (de) tracering, opsporing van de contacten die een geïnfecteerde persoon heeft gehad in de periode dat hijzelf de infectie vermoedelijk heeft kunnen verspreiden

containment (de) fase van indamming van een zich snel verspreidende infectieziekte of opkomende epidemie; Engels, letterlijk beheersing, insluiting

corexit (de) corona-exit

corona (de) 1 ziekte veroorzaakt door een coronavirus, vaak gepaard gaande met koorts en klachten aan de luchtwegen, m.n. ziekte veroorzaakt door het coronavirus SARS-CoV-2: met corona op bed liggen 2 verkorting van coronavirus: hoe kun je corona verspreiden? 3 verkorting van corona-epidemie: in tijden van corona; Latijn letterlijk krans

corona-akkoord (het) akkoord tussen werkgever(s) en werknemers waarin n.a.v. de coronacrisis en de bestrijding daarvan nadere afspraken zijn vastgelegd m.b.t. werk, arbeidsomstandigheden en/of beloning

corona-angst (de) angst het coronavirus op te lopen en/of er ziek door te worden

corona-apocalyps (de) doemvoorstelling van de rampzalige maatschappelijke en economische gevolgen van een corona-epidemie of -pandemie

corona-app (de) app waarmee de coronabesmettingen in een bepaald gebied (en de ontwikkeling daarvan) gemakkelijk in kaart kunnen worden gebracht

corona-aso (de) coronahufter

coronababy (de) baby die vanaf half december 2020 of begin 2021 geboren is, waarvan de conceptie plaatsvond tijdens de periode dat veel mensen als gevolg van de coronamaatregelen in thuisisolatie zijn gegaan

coronaboete (de) proces-verbaal voor iemand die zonder geldige reden buiten is tijdens een lockdownperiode vanwege corona

coronabond (de) coronaobligatie

coronabrandhaard (de) besmettingshaard van het coronavirus

coronabuddy (de) virusbuddy tijdens een corona-epidemie

coronabus (de) gelegenheidssynoniem van ambulancebus

corona care (de) speciale zorg voor patiënten met de virusinfectie COVID-19; Engels

corona care unit (de) deel van een ziekenhuis waar corona care wordt geboden; Engels

coronachoreografie (de) als een min of meer elegante dansfiguur voorgestelde ontwijkende beweging die mensen maken wanneer ze anderen in de publieke ruimte (bv. op straat of in de supermarkt) passeren in tijden dat er een anderhalvemeterregel geldt

coronacoalitie (de) (in België) coalitie gesloten ter bestrijding van de (economische) gevolgen van de coronacrisis

coronacocooning (de) min of meer gedwongen cocooning als gevolg van de door de overheid ingestelde/opgelegde lockdown bij een uitbraak van corona

coronaconfessie (de) onthulling, veelal enigszins gênant van aard, aangaande iemands gedrag terwijl hij of zij thuiswerkt als gevolg van een corona-epidemie

coronacontainer (de) verblijfscontainer waarin een of meer personen die mogelijk besmet zijn met een coronavirus, tijdelijk in quarantaine kunnen verblijven

coronacrash (de) beurscrash die het gevolg is van de (angst voor een) coronacrisis of -recessie

coronacratie (de) samenleving waarin de overheid er alles aan doet, inclusief het opleggen van dwangmaatregelen aan personen en organisaties, om een corona-epidemie te bestrijden

coronacrimineel (de) 1 iemand die regelgeving rond lockdown en quarantaine tijdens een coronacrisis overtreedt 2 (figuurlijk) handelaar met een laag moreel bewustzijn die de coronacrisis aangrijpt om zijn producten tegen woekerprijzen te verkopen

coronacrisis (de) economische en/of financiële crisis die het gevolg is van een oncontroleerbare corona-uitbraak

coronactief (bijvoeglijk naamwoord) fysiek actief in tijden van corona, m.n. om in conditie te blijven

coronacurve (de) grafische weergave van het verloop van een virusepidemie

coronadate (de) virtuele date tijdens een lockdownperiode vanwege de coronacrisis

coronadienst (de) dienst van een arts of verpleegkundige op een afdeling met coronapatiënten

coronadiploma (het) schooldiploma dat is behaald zonder dat daarvoor eindexamen is gedaan als gevolg van de coronacrisis

coronadiplomatie (de) diplomatie in de vorm van het bieden van medische hulp, kennis en hulpgoederen bij een uitbraak van het coronavirus, m.n. het virus SARS-CoV-2; zie ook mondkapjesdiplomatie en virusdiplomatie

coronadode (de) iemand die gestorven is aan een infectie met een coronavirus, m.n. COVID-19

coronadreiger (de) iemand, al dan niet een drager van het coronavirus, die anderen bewust dreigt te besmetten met het virus, bv. door in hun richting te hoesten of te spugen

coronadreiging (de) dreiging van een (massale) uitbraak van het coronavirus

coronadrive-in (de) locatie waar automobilisten met behulp van een sneltest worden gecontroleerd op ziekte, bv. op corona

corona-epidemie (de) epidemie die veroorzaakt is door een coronavirus, m.n. door het virus SARS-CoV-2

corona-exit (de) het geleidelijk intrekken van coronamaatregelen (zoals een ingestelde lockdown) wanneer vaststaat dat de corona-uitbraak onder controle is, synoniem corexit

coronafeestje (het) lockdownparty in tijden van corona

coronafonds (het) fonds ter financiering van (een deel van) de kosten van de coronacrisis, bv. de meerkosten van de medische zorg als gevolg van de corona-uitbraak: een Europees coronafonds

coronagezant (de) functionaris die door de overheid is aangewezen om namens haar het bedrijfsleven aan te sturen om op korte termijn (hulp)middelen te gaan produceren en te leveren waaraan tijdens een corona-epidemie behoefte bestaat

coronagezin (het) gezin dat gedurende zekere tijd vanwege corona min of meer in thuisquarantaine zit, beschouwd vanuit de specifieke problematiek die samenhangt met het tijdelijk op elkaars lip zitten

coronagriep (de) ziekte als gevolg van infectie met het coronavirus, voorgesteld als een vorm van griep in de aspecifieke betekenis: infectieziekte die gepaard gaat met klachten aan de luchtwegen en koorts

coronahamsteraar (de) iemand die hamstert uit vrees geveld te worden door corona en/of verplicht te worden in zelfisolatie te gaan als gevolg van mogelijke coronasymptomen, dan wel uit vrees dat de supermarkten in een later stadium dichtgaan of geen producten meer zullen kunnen leveren

coronahamsteren (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) hamsteren uit voorzorg dat je geveld wordt door corona of dat je gedwongen wordt in zelfisolatie te gaan als gevolg van mogelijke coronasymptomen

coronahand (de) door veelvuldig wassen schraal geworden hand

coronahinderpremie (de) (in België) bedrag dat bedrijven met een fysieke inrichting, bv. een winkelruimte, ontvangen ter compensatie van de inkomstenderving door de verplichte sluiting op grond van de coronamaatregelen

coronahoester (de) iemand die een ander belaagt door deze bewust in het gezicht te hoesten in tijden van corona

coronahufter (de) bezoeker van een supermarkt of een winkel die zich in tijden van corona niet aan het winkelprotocol houdt en bijvoorbeeld geen anderhalve meter afstand bewaart tot het personeel of andere klanten, synoniem corona-aso, coronale

corona-incident (de) gebeurtenis met een verhoogd risico op een corona-infectie, bv. coronaovertreding

coronakabinet (het) (in België) demissionair kabinet dat speciale volmachten heeft gekregen voor de bestrijding van de (economische) gevolgen van de coronacrisis

coronakiller (de) (informeel) coronavaccin

coronakilo (de) kilo die iemand aankomt wanneer hij ten gevolge van corona langdurig binnen zit en relatief inactief is, synoniem lockdownkilo

coronaklever (de) iemand die in tijden van corona het advies overschrijdt om anderhalve meter afstand tot anderen te bewaren 

coronakoerier (de) koerier die een pakje niet afgeeft, maar voor de deur zet ter voorkoming van een besmetting met het coronavirus

coronakoorts (de) ziekte veroorzaakt door een coronavirus, vaak gepaard gaande met koorts en klachten aan de luchtwegen, m.n. ziekte veroorzaakt door het coronavirus SARS-CoV-2

coronakucher (de) coronahoester

coronalied (het) als bemoediging voor gans het volk bedoeld lied dat tijdens een corona-epidemie wordt opgenomen en uitgebracht door een gelegenheidsformatie van BN’ers, die op deze wijze hun BN’er-schap, zélfs in tijden van corona, pogen te onderstrepen en – volgens hun bespotters – ‘corona het land uit willen zingen’

coronalul (de) coronahufter

coronamaatregel (de) maatregel ter bestrijding van het coronavirus en de uitbraak van de daardoor veroorzaakte ziekte COVID-19

coronamedicijn (het) medicijn ter behandeling van de gezondheidsklachten die het gevolg kunnen zijn van een infectie met het coronavirus

coronamoe (bijvoeglijk naamwoord) meer dan genoeg hebbend van de virusziekte corona en m.n. van de berichtgeving daarover

coronanie (de) masturbatie in tijden van corona, waarin fysiek contact met anderen (buiten de vaste partner met wie je samenleeft) onwenselijk gevonden wordt; porte-manteauwoord van corona en onanie (masturbatie, eigenlijk gezegd van mannen, maar bij uitbreiding ook in het algemeen)

coronaobligatie (de) euro-obligatie uitgegeven ter bestrijding van de coronacrisis, synoniem coronabond

coronaontkenner (de) iemand die de ernst van de door het coronavirus SARS-CoV-2 veroorzaakte virusziekte COVID-19 ontkent; gevormd naar analogie van klimaatontkenner

coronaoverlever (de) iemand die ernstig ziek geworden is als gevolg van een besmetting met het coronavirus, maar uiteindelijk genezen is

coronapandemie (de) wereldwijde epidemie die veroorzaakt is door een coronavirus, m.n. door het coronavirus SARS-CoV-2

coronapaniek (de) grootschalige angst onder de populatie van een stad of land voor het coronavirus en/of een corona-uitbraak

coronaparanoia (de) overdreven achterdocht jegens bepaalde mensen van wie je (al dan niet terecht) vreest dat ze je met het coronavirus zouden kunnen besmetten

coronapatiënt (de) iemand die lichte of zware klachten heeft als gevolg van een besmetting met het coronavirus

coronapiek (de) piek in het aantal coronagevallen

coronaprotocol (het) geheel van regels ter voorkoming van besmetting met corona die gelden voor medewerkers en klanten van een bedrijf, winkel of supermarkt

coronaquarantaine (de) quarantaine van mensen die besmet zijn met het coronavirus of ervan verdacht worden daarmee besmet te zijn, synoniem corontaine

coronaracisme (het) racisme en de uitingen daarvan gericht tegen mensen die behoren tot een volk dat of een etnische groep die op grote schaal getroffen is door een uitbraak van het coronavirus en die dientengevolge beschouwd worden als verspreiders daarvan

coronarecessie (de) recessie door de economische schade die het gevolg is van (draconische overheidsmaatregelen in reactie op) een uitbraak van het besmettelijke en in sommige gevallen levensbedreigende coronavirus SARS-CoV-2

coronaregels (de) regels die burgers in acht moeten nemen ter voorkoming van de verspreiding van het coronavirus, zoals hoest- en handhygiëne

coronaregering (de) (in België) demissionaire regering die speciale volmachten heeft gekregen voor de bestrijding van de (economische) gevolgen van de coronacrisis

coronaregime (het) geheel van (leef)regels en restricties die gelden bij een lockdown wegens een corona-uitbraak

coronaregisseur (de) functionaris die bij een supermarkt of winkelcentrum belast is met de controle op de naleving van de coronaregels betreffende het maximum aantal klanten en de onderlinge afstand tussen hen

coronarij (de) rij wachtende mensen die ten opzichte van elkaar een afstand van ten minste anderhalve meter bewaren

coronascheiding (de) echtscheiding die het gevolg is van een langdurige thuisisolatie, als gevolg van veelvuldige conflicten tussen of onderlinge ergernissen van de partners

coronashamen (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) iemand via de sociale media publiekelijk bekritiseren of te schande maken omdat zijn gedrag of denkbeelden mogelijk de verspreiding van corona in de hand werkt; ontleend aan Engels corona shaming

coronaslachtoffer (de) 1 iemand die ernstig ziek is als gevolg van een besmetting met de virusinfectie COVID-19: veel coronaslachtoffers liggen aan de beademing 2 iemand die gestorven is als gevolg van een besmetting met de virusinfectie COVI-19: er vallen honderden coronaslachtoffers te betreuren 3 persoon of organisatie die economische schade lijdt als gevolg van de coronapandemie: KLM is een van de grote coronaslachtoffers op de beurs

coronasolidariteit (de) solidariteit van rijke of niet zwaar door corona getroffen EU-landen met landen die wel zwaar getroffen zijn door de corona-uitbraak of die weinig financiële reserves hebben opgebouwd

coronaspijbelaar (de) leerling die zelf niet besmet is met corona en die zelfs niet verkouden is, maar die de uitbraak van het coronavirus aangrijpt als excuus om te spijbelen

coronaspuger (de) iemand die een ander naar het leven staat door deze bewust in het gezicht te spugen in tijden van corona

coronastatistiek (de) statistiek waarin gegevens over de ontwikkeling van een corona-uitbraak worden bijgehouden

coronastress (de) stress als gevolg van de uitbraak van corona, bv. stress om met het virus besmet te raken of stress in verband met de economische gevolgen van de coronacrisis

coronasymptoom (het) symptoom van corona, m.n. COVID-19, zoals droge hoest, kortademigheid en koorts

coronateller (de) website waarop de aantallen coronabesmettingen, coronapatiënten in ziekenhuizen (en met name op de ic’s) en coronadoden worden bijgehouden

coronatest (de) test om te bepalen of iemand besmet is met het coronavirus

coronatoerisme (het) toerisme naar een plaats waar geen of weinig beperkingen worden gesteld aan het leiden van een normaal leven, inclusief uitgaan en feesten

coronatestkit (de) buis­je waar­in slijm uit de mondholte en neus van een mogelijke coronapatiënt wordt ver­za­meld om vervolgens in een laboratorium te kunnen be­pa­len of deze persoon al dan niet besmet is met corona

coronatriage (de) triage waarbij bepaald wordt of iemand die ziekteverschijnselen vertoont die in beginsel kunnen wijzen op een coronabesmetting, op corona moet worden getest of voor corona moet of mag worden behandeld

coronatrol (de) iemand die nepnieuws of valse berichten over corona via sociale media verspreidt

corona-uitbraak (de) uitbraak van een door een coronavirus veroorzaakte ziekte, m.n. de virusziekte COVID-19

corona-uitvaart (de) uitvaart in tijden van corona waarbij slechts een beperkt aantal mensen aanwezig mag zijn om besmettingen te voorkomen

coronavaccin (het) vaccin tegen corona, synoniem coronakiller

coronavakantie (de) als een vakantie voorgestelde periode dat iemand als gevolg van corona geen contactonderwijs kan volgen en/of niet naar zijn werk kan

coronaverbod (het) door de overheid opgelegd verbod op een bepaalde handeling met het doel een uitbraak van corona terug te dringen

coronaverdacht (bijvoeglijk naamwoord) gezegd van mensen met ziekteverschijnselen die kunnen wijzen op een besmetting met het coronavirus

coronaverveling (de) lockdownverveling in tijden van corona

coronaviering (de) kerkdienst die vanwege een corona-epidemie zonder of met een zeer beperkt aantal gemeenteleden wordt gehouden en die live gestreamd wordt

coronavirus (het) 1 virus uit een geslacht van virussen die uiteenlopende aandoeningen veroorzaken, zoals verkoudheid, SARS, MERS en COVID-19: het nieuwe coronavirus, informele benaming voor SARS-CoV-2 2 (in het bijzonder) het coronavirus dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt: het coronavirus discrimineert niet, uitspraak waarmee wordt aangegeven dat iedereen, jong of oud, man of vrouw, gezond of ongezond, COVID-19 kan krijgen

coronavrij (bijvoeglijk naamwoord) geen virus bevattend of dragend

coronazorgen (de) zorgen die iemand zich maakt over de corona-infectie COVID-19 en de kans dat hij en zijn naasten door deze ziekte of de (economische) gevolgen daarvan getroffen worden

coroneus (bijvoeglijk naamwoord) 1 betrekking hebbend op een door het coronavirus veroorzaakte infectie: een coroneuze hoest 2 lijdend aan corona: coroneuze patiënten veroorzaakt door een corona-epidemie of -pandemie: een coroneuze depressie; gevormd van corona en het achtervoegsel –eus, dat ontleend is aan het Franse achtervoegsel –eux

coronials (de) generatie van personen die rond of in de nasleep van de coronacrisis (2020) geboren zijn; Engels, gevormd naar analogie van millennial

coronomie (de) economie in tijden van corona, gekenmerkt door deels tot stilstand gekomen economische activiteiten; porte-manteauwoord van corona en economie

corontaine (de) quarantaine van mensen die besmet zijn met het coronavirus of ervan verdacht worden daarmee besmet te zijn, synoniem coronaquarantaine; porte-manteauwoord van de eerste letters van corona en de laatste letters van quarantaine

corvideo (de) video die geschikt is om tijdens coronaquarantaine te bekijken

covid (de) (informeel) COVID-19, m.n. in samenstellingen als coviddode en covidpatiënt

covidioot (de) iemand die uit pure domheid niet doet aan sociale onthouding en tevens de regels overtreedt die bedoeld zijn om de verspreiding van corona tegen te houden of te vertragen; ontleend aan Engels covidiot, een porte-manteauwoord van COVID-19 en idiot

COVID-19 (het) 1 door het coronavirus SARS-CoV-2 veroorzaakte virusziekte, o.a. gekenmerkt door (ernstige) klachten aan de luchtwegen en koorts 2 (metonymisch) synoniem van SARS-CoV-2; Engels, verkorting van Corona Virus Disease 2019

COVID-unit (de) deel van een ziekenhuis dat is ingericht voor de behandeling en verpleging van patiënten met COVID-19

cruciale beroepen (de) beroepen die vervuld moeten worden om de vitale processen gaande te houden om een samenleving ook tijdens een crisis te laten functioneren, bv. medische beroepen

curve (de) grafische weergave (lijn) van het verloop van een ontwikkeling, bv. van een virusepidemie, de curve afvlakken (metonymisch) ervoor zorgen dat het aantal met een virus besmette personen, ziekenhuisopnamen of sterftegevallen zo min mogelijk stijgt (wat blijkt uit de grafische weergave daarvan), zie ook –> flatten the curve

C-woord (het) (eufemisme) corona

datreleatie (de) relatie waarbij twee of meer personen op regelmatige basis via sociale media, bv. Skype, samen borrelen wanneer ze door omstandigheden (zoals een besmettelijke ziekte) niet in elkaars fysieke aanwezigheid kunnen socializen; gevormd naar analogie van latrelatie op basis van het letterwoord dat: drinking apart together 

dettollen (overgankelijk werkwoord; dettolde, h. gedettold) ontsmetten; genoemd naar het vloeibarezeepmerk Dettol

deurbeleid (het) be­leid met betrekking tot het toe­la­ten van per­so­nen in m.n. winkels, supermarkten en ho­re­ca­ge­le­gen­he­den, onder meer om in tijden van een epidemie te voorkomen dat er te veel mensen in een horecagelegenheid of winkel aanwezig zijn die elkaar zouden kunnen besmetten

dierlijk virus (het) virus dat bij dieren voorkomt, tegenover humaan virus

disselen (overgankelijk, disselde, h. gedisseld) bedonderen, belazeren, vooral in de op Twitter gebezigde combinatie gedisseld worden; eponiem, genoemd naar de RIVM-directeur J. van Dissel, die tijdens de coronacrisis medeverantwoordelijk is voor de informatievoorziening over het verloop van de epidemie en die, zoals iedere autoriteit in crisistijd nu eenmaal overkomt, in verband daarmee door buitenstaanders bekritiseerd wordt

dodelijkheid (de) het dodelijk zijn, bv. van een gif of ziekte, m.n. mate waarin een ziekte de dood tot gevolg heeft, synoniem letaliteit

dodenteller (de) website waarop de aantallen dodelijke slachtoffers van corona worden bijgehouden, zie ook coronateller

drager (de) verkorting van virusdrager

druppelcontact (het) uitwisseling van via hoesten of niezen verspreide vochtdruppeltjes, m.n. als bron van een virusinfectie

druppelinfectie (de) infectie door in­ade­ming van minuscule, door hoes­ten of nie­zen ver­sprei­de drup­pel­tjes die mi­cro-or­ga­nis­men be­vat­ten

eendenbek (de) verkorting van eendenbekmasker

eendenbekmasker (het) snavelvormig chirurgisch mond- en gelaatsmasker 

eenzaamheidsvirus (het) de als een zich verspreidend virus voorgestelde ziekmakende eenzaamheid tijdens een periode van lockdown en (zelf)quarantaine, m.n. onder mensen die alleen wonen; geïntroduceerd door koning Willem-Alexander tijdens zijn speech tot zijn onderdanen op 20 maart 2020

eigen-schuld-dikke-bultziekte (de) ziekte die door sommigen wordt geweten aan (vermeend) laakbaar gedrag (in het verleden) van de patiënt, zoals roken, alcoholgebruik of te veel eten

ellebooggroet (de) groet waarbij je elkaar met de el­le­bo­gen aanraakt, als alternatief voor han­den schud­den of kus­sen, m.n. om be­smet­ting te voor­ko­men

ellebooghoesten (werkwoord, onbepaalde wijs) hoesten in de elleboog (in plaats van met de hand voor de mond) om eventuele verspreiding via de lucht van ziektekiemen te voorkomen of te beperken én om te voorkomen dat het virus via de handen wordt verspreid, synoniem elleboogkuchen

elleboogkuchen (werkwoord, onbepaalde wijs) ellebooghoesten

elleboogniezen (werkwoord, onbepaalde wijs) niezen in de elleboog (in plaats van met de hand voor de neus) om eventuele verspreiding van ziektekiemen via de lucht te voorkomen of te beperken én om te voorkomen dat het virus via de handen wordt verspreid

epidemie (de) be­smet­te­lij­ke ziek­te die zich zeer snel uit­breidt, om na eni­ge tijd weer ge­heel of grotendeels uit een populatie te ver­dwij­nen: wereldwijde epidemie, pandemie; uitgroeien tot een epidemie; ontleend aan het geleerde middeleeuws Latijnse woord epidemia, dat teruggaat op het reeds door Hippocrates gebruikte woord Grieks epidèmios (inheems)

epidemiologie (de) interdisciplinaire tak van wetenschap die zich bezighoudt met de bestudering van het ver­band tus­sen de ver­brei­ding van bepaalde ziek­ten en de fac­to­ren waar­door ze ver­oor­zaakt zou­den kun­nen wor­den

exitstrategie (de) stra­te­gie om de maatregelen ter bestrijding van een epidemie stap voor stap te beëin­di­gen

FaceTimediner (het) gelegenheid waarbij mensen samen aan het facetimen zijn terwijl ze thuis of althans op een andere plaats dan de anderen aan het eten zijn, m.n. in tijden van (zelf)isolatie en quarantaine

facetimen (onovergankelijk werkwoord; facetimede, heeft gefacetimed) in­ter­net­- en videobel­len, m.n. met be­hulp van de app FaceTime

FaceTimevisite (de) virtuele visite met behulp van de app FaceTime, bv.  aan iemand die tijdens een virusepidemie in quarantaine zit

fatsoensrij (de) rij voor een winkel, toonbank of kassa waarin mensen vrijwillig afstand tot elkaar bewaren, m.n. ter voorkoming van een infectie tijdens een grootschalige virusuitbraak

FFP-masker (het) ademhalingsmasker, dat volgens een bepaalde methode is gecertificeerd. op basis van twee criteria, nl. het inwendig lekpercentage en de mate waarin aerosolen worden weggefilterd; FFP1-masker, met aerosolfiltratie van ten minste 80% en een inwendig lekpercentage van maximaal 22%, FFP2-masker, met aerosolfiltratie van ten minste 94% en een inwendig lekpercentage van maximaal 8%, FFP3-masker, met aerosolfiltratie van ten minste 99% en een inwendig lekpercentage van maximaal 2%gedeeltelijk letterwoord van Filtering Facepiece Particles

flatten the curve (uitdrukking) ervoor zorgen dat het aantal met een virus besmette personen, ziekenhuisopnamen of sterftegevallen zo min mogelijk stijgt (wat blijkt uit de grafische weergave daarvan); Engels, letterlijk ‘de curve afvlakken’

fysieke afstand (de) afstand die je houdt ten opzichte van een ander, m.n. om te voorkomen dat een mogelijke virusinfectie wordt overgedragen, synoniem sociale afstand

fysieke distantie (de) zie -> physical distancing

gecontroleerde verspreiding (de) zie -> beheerste verspreiding

gezichthoester (de) iemand die een ander aanhoest, m.n. iemand die een ander opzettelijk in zijn gezicht hoest, bv. een coronahoester

groepsbescherming (de) groepsimmuniteit

groepsimmuniteit (de) im­mu­ni­teit van een groep men­sen of die­ren te­gen een bepaalde in­fec­tie­ziek­te, bv. doordat individuen een infectie hebben doorgemaakt of door vac­ci­na­tie, synoniem collectieve immuniteit, groepsbescherming, kudde-immuniteit

groepsquarantaine (de) vorm van quarantaine waarbij een hele groep mensen die geïnfecteerd zijn met een virus (of ervan verdacht worden te zijn geïnfecteerd) op een bepaalde locatie in quarantaine gaat

hamsteren (werkwoord, hamsterde, heeft gehamsterd) op grote schaal boodschappen inslaan, m.n. uit vrees voor toekomstige schaarste

hamstershamen (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) een ander luidkeels tot de orde roepen of diens gedrag op de sociale media aan de kaak stellen omdat hij hamstert of heeft gehamsterd

hamsterparia (de) iemand die in tijden van schaarste levensmiddelen e.d. hamstert

hamsterschaamte (de) het gevoel dat iemand die in een crisissituatie relatief veel boodschappen doet zich daarvoor schaamt omdat hij denkt dat anderen vermoeden dat hij hamstert

handenschudverbod (het) verbod op handenschudden, als maatregel om verspreiding van ziektekiemen via aanraking te voorkomen

handgel (de) al dan niet alcoholhoudende gel waarmee de handen zonder water kunnen worden gereinigd

handhygiëne (de) hygiënemaatregelen met betrekking tot de handen, m.n. ter voorkoming van de verspreiding van infectieziekten, t.w. het met zeep wassen van de handen, inclusief de polsen, gedurende minimaal 20 seconden, waarna de handen met een wegwerpdoekje worden afgedroogd

hand-op-handcontact (het) contact waarbij mensen elkaars handen aanraken, bv. bij het overhandigen van geld; hand-op-handcontact vermijden

hangouten (onovergankelijk werkwoord; hangoutte, heeft gehangout) in­ter­net­- en videobel­len, m.n. met be­hulp van de Google-app Hangout

hinderpremie (de) (in België) zie -> coronahinderpremie

hoesthygiëne (de) hygiënemaatregelen die burgers in acht moeten nemen bij het hoesten, namelijk hoesten in de elleboog: hand- en hoesthygiëne

hoestschaamte (de) het gevoel dat iemand die hoest zich schaamt voor zijn aanwezigheid in het gezelschap van anderen, die weleens zouden kunnen denken dat hij een ziekte heeft waardoor hij anderen zou kunnen besmetten

hoestscherm (het) kuchscherm

hoestshamen (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) een ander luidkeels tot de orde roepen of diens gedrag op de sociale media aan de kaak stellen omdat hij  hoest of gehoest heeft in de nabijheid van anderen in een openbare gelegenheid of winkel

houd-afstandshesje (het) hesje gedragen door winkelpersoneel in tijden van een epidemie om klanten duidelijk te maken dat ze fysiek afstand moeten houden tot anderen en tot het personeel

huidhonger (de) behoefte aan fysieke aanraking, m.n. bij mensen die langdurig alleen moeten zijn, bv. wanneer ze in hun eentje in quarantaine of zelfisolatie zitten

huisquarantaine (de) thuisquarantaine

humaan virus (het) virus dat bij mensen voorkomt, tegenover dierlijk virus

ic (de) 1 afkorting van intensive care 2 verkorting van ic-afdeling in een ziekenhuis waar patiënten worden behandeld die intensieve zorg nodig hebben

ic-afdeling (de) afdeling in een ziekenhuis waar patiënten worden behandeld die intensieve zorg nodig hebben

ic-arts (de) intensivist

ic-bed (de) bed geschikt voor behandeling van een ic-patiënt

ic-patiënt (de) patiënt die tijdelijk in een ic-bed wordt verpleegd

immuniteit (de) het niet vatbaar zijn voor een bepaalde ziekteverwekker of ziekte: immuniteit opbouwen, verwerven

immuniteitscertificaat (het) van overheidswege uitgegeven document waarop vermeld is dat iemand immuun is voor een bepaalde ziekteverwekker, op grond waarvan tijdens een epidemie werken in bepaalde contactberoepen mogelijk is

importbesmetting (de) introductie of herintroductie van een infectieziekte in een land door een persoon (toerist, zakenreiziger e.d.) die in een ander land met een ziekteverwekker besmet is geraakt 

in control zijn (van de medisch zorg) tijdens een periode van verhoogde vraag naar medische zorg (bv. tijdens een epidemi) de situatie onder controle hebben; ontleend aan Engels to be in control (of the situation) de situatie in de hand hebben 

incubatie (de) ontwikkeling van een infectieziekte vanaf het moment van besmetting tot het optreden van ziekteverschijnselen; ontleend aan Latijns incubātiō, letterlijk: het (uit)broeden van een ei

incubatieperiode (de) periode tussen besmetting met een micro-organisme en het optreden van de eerste ziekteverschijnselen, synoniem incubatietijd

incubatietijd (de) incubatieperiode

indammen (overgankelijk werkwoord; damde in, h. ingedamd) (mbt. een infectieziekte) ervoor zorgen dat de ziekte zich niet of zo min mogelijk verder verspreidt onder de populatie

indammingsfase (de) (medische vakterm) fase bij een uitbraak van een infectieziekte waarin de zorg zich toespitst op het indammen van de verspreiding ervan, bv. door middel van contactonderzoek en isolatie van geïnfecteerden

infectie (de) overdracht van een ziek­te­ver­wek­ker, zoals bacterie of virus, van een besmet individu op een ander, synoniem besmetting

infectiecrisis (de) oncontroleerbare en/of grootschalige virusuitbraak, m.n. crisis die het gevolg is van een (virus)infectie die niet onder controle is

infectiedruk (de) mate waarin een individu wordt blootgesteld aan ziekteverwekkers, zoals virussen, die van invloed is op het risico van daadwerkelijke besmetting: hoge, lage infectiedruk

infectiehaard (de) besmettingshaard

infectielawine (de) plotselinge sterke toename van het aantal individuen dat besmet is met een virus en als gevolg daarvan ziek is geworden, synoniem infectietsunami

infectierisico (het) besmettingsgevaar

infectieroute (de) besmettingsweg

infectietsunami (de) infectielawine

infectievrees (de) besmettingsangst

infectiologie (de) interdisciplinaire tak van wetenschap die zich bezighoudt met de studie van infectieziekten: klinische infectiologie; veterinaire infectiologie

infectioloog (de) wetenschapper die, veelal na eerst afgestudeerd te zijn in geneeskunde of diergeneeskunde, zich gespecialiseerd heeft in de infectiologie 

intelligente lockdown (de) lockdown zoals in Nederland, waarbij de verantwoordelijkheid voor het zich houden aan de regels voor een deel bij de burger wordt gelegd

intensieve zorg (de) 1 voort­du­ren­de be­wa­king van en zorg voor zeer ern­stig zie­ke pa­tiën­ten waar­bij steeds be­paal­de ap­pa­ra­tuur is in­ge­scha­keld, zo­als voor be­ade­ming en hart­be­wa­king, synoniem intensive care, (in België) intensieve zorgen 2 afdeling van een ziekenhuis waar intensieve zorg (1) wordt verleend: op de intensieve zorg liggen

intensievezorgarts (de) intensivist

intensieve zorgen (de) (in België) intensieve zorg

intensive care (de) intensieve zorg; Engels

intensivecarearts (de) intensivist

intensivecarebed (het) ic-bed

intensivist (de) medisch specialist die zich na een specialisatie, bv. tot internist of anesthesioloog, verder heeft gespecialiseerd in de behandeling van patiënten die intensieve zorg op een IC-afdeling nodig hebben, synoniem ic-arts, intensivecarearts, intensievezorgarts

in tijden van corona (uitdrukking) terwijl er corona heerst en daarom in barre omstandigheden, liefde in tijden van corona, waarbij je met elkaar in isolatie zit (wat spanningen kan opleveren) of waarin je apart woont en elkaar niet kunt ontmoeten vanwege besmettingsgevaar; toespeling op de boektitel Liefde in tijden van cholera, de ver­ta­ling van Spaans El amor en los tiempos del cólera, een ro­man van Ga­bri­el García Márquez (1927–2014)

iPad-zuster (de) verpleeghulp of -kundige die in verzorgingshuizen die geen bezoekers meer toelaten, faciliteert dat bewoners via FaceTime en/of Skype contact kunnen houden met hun kinderen en kleinkinderen

isolatie (de) gedwongen of vrijwillige tijdelijke afzondering van anderen: in isolatie gaan, in isolatie liggen, verpleegd worden

isolatiepak (het) pak dat de dra­ger iso­leert, o.a. te­gen infectie met een virus

isolatieverpleging (de) cohortverpleging

Italiaanse toestanden (de) tijdens de corona-uitbraak van begin 2020 de benaming voor de situatie waarin de uitbraak van een virus, m.n. het coronavirus SARS-CoV2- niet onder controle is

kamelenkoorts (de) (informeel) de corona-infectie MERS

kamelenkuch (de) (informeel) de corona-infectie MERS

kot (het) (in België) woning, in de verbinding in uw kot blijven tijdens een virusepidemie die nog niet onder controle is thuisblijven, niet de straat op of de stad in gaan, ontleend aan een oproep op 3 maart 2020 van de Belgische minister van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Asiel en Migratie Maggie De Block ter voorkoming van infecties met het coronavirus ‘Als u ziek bent, blijf in uw kot – ik meen het!’

kuchscherm (het) scherm van (kunst)glas dat voor een kassa e.d. wordt geplaatst om infectie met een virus door aanhoesten te voorkomen, synoniem hoestscherm, kuchschot, zie ook niesscherm

kuchschot (het) kuchscherm

kudde-immuniteit (de) groepsimmuniteit

kweekstokje (het) stokje waarmee een kweekmonster uit de keel of neus van een individu wordt genomen om dit te testen op de aanwezigheid van een ziekteverwekker, in casu het coronavirus SARS-CoV-2

kwetsbare groepen (de) groepen individuen, zoals bejaarden en zieken, die een extra groot risico lopen op complicaties of de dood als gevolg van een infectie

langligger (de) patiënt die lang in het ziekenhuis, m.n. lang op de intensive care ligt of heeft gelegen

LCH (het) afkorting van Landelijk Consortium Hulpmiddelen, Nederlandse organisatie die is belast met de landelijke aanschaf en distributie van medische hulp- en beschermingsmiddelen

leeftijdsquarantaine (de) quarantaine voor mensen op leeftijd, die extra kwetsbaar zijn wanneer ze besmet raken met een virus

letaliteit (de) dodelijkheid; ontleend aan Frans létalité, dat via Latijn letalis [doods-] terug te voeren is op het Latijnse zelfstandig naamwoord letum (vernietiging, dood, m.n. gewelddadige dood)

leunstoeltriage (de) kritische benaming voor het verschijnsel dat allerlei BN’ers in de media hun mening geven over welk type coronapatiënten wel of niet behandeld zouden moeten worden op de ic indien daar een tekort aan ontstaat

lichaamscondoom (het) (schertsend) isolatiepak

lockdown (de) noodmaatregel of noodtoestand waarbij een land, streek, stad of gebouw niet mag worden betreden of verlaten vanwege een gevaar of de dreiging van gevaar, bv. een virusinfectie: in lockdown gaan; Engels

lockdownen (werkwoord) 1 (onovergankelijk; lockdownde, is gelockdownd) in lockdown gaan 2 (overgankelijk; lockdownde, h. gelockdownd) (mbt. een gebouw, stad, land) op grond van een noodmaatregel in lockdown doen gaan

lockdownbuddy (de) iemand met wie je (bv. telefonisch of via Skype) tijdens een lockdown sociale contacten onderhoudt, m.n. om ervoor te zorgen dat je niet vereenzaamt

lockdownfeestje (het) lockdownparty

lockdownkilo (de) coronakilo

lockdownparty (de) party georganiseerd en bezocht door mensen die een lockdown ten gevolge van een grootschalige uitbraak van een virusinfectie niet ernstig nemen, zie ook anticoronafeest, coronafeestje, schijt-aan-coronafeestje; Engels

lockdownpopulisme (het) vorm van populisme waarbij wordt ingespeeld op de angst voor virusverspreiding door een strenge lockdown van het land te eisen

lockdownverveling (de) verveling tijdens een lockdown, m.n. doordat je niet kunt uitgaan e.d.

longvirus (het) virus dat een ziekte aan de luchtwegen kan veroorzaken, zoals het coronavirus 

luchtmuur (de) door een overheidsinstantie ingestelde blokkade om met een vliegtuig naar een bepaalde bestemming te reizen

mantelbellen (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) telefoneren met kwetsbare personen als vorm van mantelzorg, bv. ter bestrijding van eenzaamheid

medische crisis (de) crisissituatie waarbij de volksgezondheid in het geding is, synoniem witte crisis

MERS (de) besmettelijke, ernstige ziekte van de luchtwegen, veroorzaakt door een coronavirus; synoniem kamelenkoorts, kamelenkuch; Engels, afkorting van Middle East respiratory syndrome

microbiologie (de) interdisciplinaire tak van wetenschap die zich bezighoudt met de studie van micro-organismen, zoals bacteriën, virussen en schimmels, en ook wel de daardoor veroorzaakte ziekten: medische, veterinaire microbiologie; klinische microbiologie, tak van de microbiologie die zich bezighoudt met het opsporen, behandelen en voorkomen van ziekten die door micro-organismen worden veroorzaakt

microbioloog (de) wetenschapper die zich gespecialiseerd heeft in de microbiologie: medisch, veterinair microbioloog; klinisch microbioloog

milde klachten (de) ziekteklachten die niet ernstig zijn en waarvoor meestal geen arts geraadpleegd hoeft te worden

mitigatie (de) het zo draaglijk mogelijk maken van een ziekte

mitigatiefase (de) fase waarin de medische zorg zich erop toespitst de ziektelast voor kwetsbare patiënten zo draaglijk mogelijk te maken, volgt op de -> indammingsfase 

mondkapje (het) kap­je dat de lucht filtert en dat voor de mond ge­dra­gen wordt, bv. ter voorkoming van besmetting met een virus; synoniem mondmasker

mondkapjesdiplomatie (de) vorm van diplomatie, gekenmerkt door het leveren van medische hulpmiddelen aan door corona getroffen landen: de Chinese mondkapjesdiplomatie

mondmasker (het) mondkapje

mortaliteit (de) aan­tal sterf­ge­val­len in een bepaalde pe­ri­o­de per 1000 individuen van de ge­mid­del­de be­vol­king in een be­paald land, een be­paal­de streek of stad, synoniem sterftecijfer; een ziekte met een hoge, lage mortaliteit; ontleend aan Frans mortalité, dat via Latijn mortalitas [sterfelijkheid, sterfte] terug te voeren is op het Latijnse werkwoord mori (sterven)

muur van immuniteit (de) metafoor ter aanduiding van de bescherming die groepsimmuniteit biedt aan (kwetsbare) mensen die nog niet besmet zijn met een bepaald virus

nasleepklacht (de) al dan niet ernstige klacht die iemand gedurende enige tijd of soms altijd houdt na herstel van een ziekte, na een operatie of een ic-verblijf

natuurlijke infectie (de) infectie waarbij een ongevaccineerde persoon besmet wordt met een levend virus in plaats van met een vaccin: een natuurlijke infectie doormaken

never waste a good crisis catchphrase of spreekwoord ter aanduiding dat je een crisissituatie moet benutten ter verbetering van de economie, de maatschappij e.d.; Engels, ontleend aan een uitspraak van Winston Churchill: Never let a good crisis go to waste

NICE (de) afkorting van Nederlandse Intensive Care Evaluatie, naam van een stichting die informatie over ic-opnames verzamelt en interpreteert

niesschaamte (de) het gevoel dat iemand die niest zich schaamt voor zijn aanwezigheid in het gezelschap van anderen, die weleens zouden kunnen denken dat hij een ziekte heeft waardoor hij anderen zou kunnen besmetten

niesscherm (het) scherm van (kunst)glas dat voor een kassa e.d. wordt geplaatst om infectie met een virus door aanniezen te voorkomen

noodmortuarium (het) als mortuarium ingerichte ruimte, bv. een ijshal, voor het bergen van stoffelijke overschotten wanneer de mortuaria in ziekenhuizen of uitvaartondernemingen deze niet meer kunnen bergen als gevolg van massale sterfte, bv. bij een virusepidemie

NVIC (de) afkorting van Nederlandse Vereniging voor Intensive Care

OMT (het) afkorting van Outbreak Management Team, de naam van het team dat de regering adviseert hoe te handelen tijdens een epidemie; Engels 

onderliggende aandoeningen (de) (in België) onderliggend lijden

onderliggend lijden (het) chronische gezondheidsklachten die geen verband houden met een acute aandoening, maar de behandeling hiervan vaak wel bemoeilijken, zoals diabetes en hart- en vaatziekten

onthamsteren (onovergankelijk werkwoord; onthamsterde, h. onthamsterd) houdbare levensmiddelen die je al heel lang in huis hebt in een maaltijd verwerken

ontstekingsstorm (de) overreactie van het immuunsysteem wanneer een organisme geïnfecteerd wordt met een virus, veelal met orgaanfalen en uiteindelijk de dood tot gevolg

ophokken (overgankelijk werkwoord; hokte op, h. opgehokt) 1 (eigenlijk van landbouwhuisdieren, zoals kippen en varkens) bij een uitbraak van vogel- of varkensgriep e.d. in afgesloten ruimten plaatsen en niet naar buiten laten gaan 2 (figuurlijk, van mensen) in isolatie plaatsen, synoniem (in België) opkotten

ophokplicht (de) (informeel) plicht in (zelf)isolatie te gaan indien er een vermoeden bestaat dat een persoon of gezin geïnfecteerd kan zijn met een besmettelijk virus, zoals het SARS-CoV-2, synoniem (in België) opkotplicht

opiniestoker (de) iemand die de maat­schap­pe­lij­ke me­nings­vor­ming beïn­vloedt door met een omstreden opinie de dis­cus­sie over een netelige maatschappelijk kwestie aan te zwengelen

opkotplicht (de) (in België, informeel) ophokplicht

opkotten (overgankelijk werkwoord; kotte op, h. opgekot) (in België) ophokken (2)

ouderenuurtje (het) uur dat supermarkten uitsluitend toegankelijk zijn voor ouderen

overlijdenspiek (de) 1 piek gevormd in een grafiek door het hoogste aantal overlijdensgevallen, bijvoorbeeld beschouwd als markering van het hoogtepunt van een epidemie 2 piek gevormd in een grafiek waarin het aantal overlijdensgevallen ingedeeld wordt naar bijvoorbeeld leeftijd: de overlijdenspiek ligt in de leeftijdsgroep van 80 tot 84 jaar

oversterfte (de ) sterf­te­cijfer in een bepaalde periode, bv. tijdens een epidemie, dat bo­ven het sta­tis­tisch nor­ma­le ni­veau ligt

pandemie (de) zich over een groot deel van het aard­op­per­vlak, m.n. een con­ti­nent of al­le con­ti­nen­ten, ver­brei­den­de ziek­te, synoniem: wereldwijde epidemie; ontleend aan Frans pandémie, dat teruggaat op het Griekse woord pandèm(i)os, van pan [ge­heel] + dèmos [volk]

pandemierooster (het) werkrooster dat medici en verpleegkundigen hanteren tijdens een epidemie of pandemie, bv. 3 dagen 12 uur werken afgewisseld door 1 dag vrij

paniekhamsteren (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) hamsteren uit paniek of vrees dat producten uitverkocht raken of je zelf niet meer in staat bent te gaan winkelen, bv. coronahamsteren

paniekwinkelen (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) winkelen waarbij je blindelings producten koopt omdat je denkt dat ze binnenkort uitverkocht zullen zijn of dat de winkel gesloten zal worden

pathogeen (bijvoeglijk naamwoord) ziekmakend

pathogeen (het) ziekteverwekkende stof of ziekteverwekkend organisme, bv. bacterie of parasiet

PCR-techniek (de) techniek om via polymerasekettingreactie een hoeveelheid DNA, bv. van een virus, te reproduceren om de aanwezigheid van het virus aan te tonen; samengesteld met de Engelse afkorting PCR, Polymerase Chain Reaction (polymerasekettingreactie)

physical distancing (de en het) het bewust fysiek afstand houden tot anderen, m.n. ter voorkoming van een virusbesmetting; Engels

pics (het) afkorting van postintensivecaresyndroom

postintensivecaresyndroom (het) combinatie van fysieke, cognitieve en mentale problemen die mensen overhouden aan een (langdurig) verblijf op de intensive care, afkorting pics

postsymptomatische besmettelijkheid (de) verschijnsel dat een besmettingsbron een infectieziekte zoals corona kan overdragen op een ander nádat hij of zij de ziekte heeft doorgemaakt

postsymptomatische overdracht (het) overdracht van een virusinfectie door een virusdrager nádat hij of zij de ziekte heeft doorgemaakt

presymptomatische besmettelijkheid (de) verschijnsel dat een besmettingsbron een infectieziekte zoals corona kan overdragen op een ander vóórdat hij of zij zelf ziekteverschijnselen vertoont 

presymptomatische overdracht (het) overdracht van een virusinfectie door een virusdrager die zelf (nog) geen ziekteverschijnselen vertoont

qaly (de) letterwoord van quality-adjusted life year, door een medische be­han­de­ling toe­ge­voegd le­vens­jaar, ge­cor­ri­geerd voor de kwa­li­teit van dat le­vens­jaar (m.n. ge­re­la­teerd aan de kos­ten van die be­han­de­ling); Engels

quarantaine (de) ge­dwon­gen of vrijwillig ver­blijf in afzondering ge­du­ren­de zekere tijd, m.n. van iemand die een besmettelijke ziekte heeft of ervan verdacht wordt zo’n ziekte te hebben of te kunnen verspreiden: in quarantaine gaan; Frans, ontleend aan het Venetiaanse woord quarantena (een variant van Italiaans quaranta giorni: veertig dagen), dat in de 14de eeuw diende ter aanduiding van de isolatie van schepen uit verre landen die de haven van Venetië aandeden; Zulke schepen werden – geïnspireerd op de veertigdaagse vastenperiode – veertig dagen geïsoleerd om verspreiding van besmettelijke ziekten te voorkomen

quarantainehotel (het) hotel waar personen, m.n. patiënten gezamenlijk in quarantaine worden geplaatst

quarantaineren (overgankelijk werkwoord, quarantaineerde, h. gequarantaineerd) in quarantaine plaatsen

quarantainetent (de) tent geplaatst om iemand die in quarantaine verpleegd moet worden

quaranteen (de) tiener die quarantaine moet verblijven; porte-manteauwoord van quarantaine en Engels teen (verkorting van teenager in de betekenis tiener)

quarantent (de) (informeel) quarantainetent; porte-manteauwoord van quarantaine en tent

quarantie (de) als (school)vakantie ervaren periode van quarantaine; porte-manteauwoord van quarantaine en vakantie

quarantainezorg (de) zorg voor patiënten die in quarantaine moeten verblijven

quarantinderen (onovergankelijk werkwoord; quarantinderde, h. gequarantinderd) tinderen terwijl je in quarantaine zit en dus geen fysieke ontmoetingen kunt arrangeren; porte-manteauwoord van quarantaine + tinderen

raambezoek (het) raamvisite, zie ook zwaaibezoek

raamvisite (de) visite waarbij je bij iemand langsgaat, simpelweg omdat je die persoon niet alleen wilt spreken maar ook even wilt zien, maar met wie je – om besmetting te voorkomen of te vermijden – alleen achter (het venster)glas kunt communiceren door middel van gebaren

raamzwaaien (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) zwaaien naar elkaar met een raam ertussen

reddingsbootethiek (de) experimentele ethiek die je dwingt te kiezen wie in aanmerking komt voor iets dat in beperkte mate beschikbaar is, bijvoorbeeld wie in aanmerking komt voor een medische behandeling of een ic-opname wanneer er onvoldoende ziekenhuiscapaciteit is; ontleend aan Engels lifeboat ethics, een in 1974 door de ecoloog Garrett James Hardin (19015-2003) in verband met het overbevolkingsvraagstuk geïntroduceerde ethiek, gebaseerd op de metafoor van de reddingsboot die bij een scheepsramp onvoldoende plaats biedt voor alle drenkelingen

reproductiecijfer (het) reproductiegetal

reproductiegetal (het) getal dat aangeeft hoeveel mensen gemiddeld worden besmet door iemand die drager is van een virus en in die hoedanigheid het virus kan verspreiden

reset (de) toestand waarin je, bv. na een crisis, je hele leven of de hele economie opnieuw moet inrichten, afgestemd op nieuwe inzichten; Engels

ringbestrijding (de) bestrijding van een epidemische infectieziekte door de infectiehaard te isoleren, evenals de kringen van personen rond die infectiehaard

risicocontact (het) iemand met wie je contact hebt (gehad) met een verhoogd risico op het hebben en verspreiden van het coronavirus SARS-CoV-2

RIVM (het) afkorting van Rijks­in­sti­tuut voor Volks­ge­zond­heid en Mi­li­eu

R0 wiskundige term waarmee de mate van besmettelijkheid van een infectieziekte wordt aangegeven, d.w.z. het reproductiecijfer van een infectieziekte; bij een R0  groter dan 1 besmet elke geïnfecteerde meer dan één ander individu en breidt een infectieziekte of epidemie zich uit;  bij een R0 kleiner dan 1 besmet elke geïnfecteerde meer dan één ander individu en neemt de infectieziekte of epidemie af in omvang; R0, uitgesproken als R nul, R zero of R naught, is een symbool op basis van het Engelse woord reproduction als in basic reproduction number

SARS (de) besmettelijke, ernstige ziekte van de luchtwegen, veroorzaakt door een coronavirus; Engels, afkorting van severe acute respiratory syndrome

SARS-CoV-2 (de) internationale benaming voor het coronavirus dat in 2019 in China uitbrak en vervolgens een pandemie veroorzaakte, waarbij patiënten onder meer lijden aan (ernstige) klachten aan de luchtwegen, koorts en soms een longontsteking

schijnveiligheid (de) schijnbare veiligheid die bepaalde middelen of gedragingen bieden tegen een risico, bv. schijnbare veiligheid die het dragen van mondkapjes bieden in tijden van corona

schijt-aan-coronafeestje (het) feestje georganiseerd en bezocht door mensen die het coronavirus en een lockdown ten gevolge van een grootschalige corona-uitbraak niet serieus willen nemen, zie ook lockdownparty

serologie (de) we­ten­schap en tech­niek met betrekking tot de door een besmetting te­weeg­ge­brach­te ver­an­de­rin­gen in het se­rum, m.n. van an­ti­stof­fen

serologisch onderzoek (het) onderzoek van het bloedserum naar de aan- of afwezigheid van antistoffen tegen bepaalde virussen, synoniem serologische test

serologische test (de) serologisch onderzoek

Skypeborrel (de) gelegenheid waarbij je beeldbelt met anderen om samen een borrel te drinken terwijl ieder zich thuis of althans op een andere plaats bevindt achter de computer, m.n. in tijden van (zelf)isolatie en quarantaine

Skypedaten (onovergankelijk werkwoord) daten waarbij je visueel contact hebt met potentiële partners via de app Skype

Skypediner (het) gelegenheid waarbij mensen samen aan het skypen zijn terwijl ze thuis of althans op een andere plaats dan de anderen aan het eten zijn, m.n. in tijden van (zelf)isolatie en quarantaine

skypen (onovergankelijk werkwoord; skypete, heeft geskypet) in­ter­net­- en videobel­len, m.n. met be­hulp van de app Skype

Skypevisite (de) virtuele visite met behulp van de app Skype, bv.  aan iemand die tijdens een virusepidemie in quarantaine zit

sneltest (de) (me­di­sche) test waar­van de uit­slag kort op zich laat wach­ten

snotterschaamte (de) het gevoel dat iemand met een loop- of snotneus zich schaamt voor zijn aanwezigheid in het gezelschap van anderen, die weleens zouden kunnen denken dat hij een ziekte heeft waardoor hij anderen zou kunnen besmetten

social distancing (de en het) het mijden van openbare gelegenheden, bv. tijdens een epidemie of pandemie ter voorkoming van ziekteverspreiding, en het afstand houden van anderen in het algemeen; Engels, letterlijk: afstand houden in het sociale verkeer

sociale afstand (de) synoniem van -> fysieke afstand

sociale distantie (de) zie -> social distancing

sociale onthouding (de) het (tijdelijk) tot een minimum beperken van sociale contacten in de fysieke wereld, bv. tijdens een epidemie ter voorkoming van nieuwe besmettingen

spatbril (de) kunststof bril om de ogen te be­scher­men te­gen spet­ters en spat­ten, bv. ter voorkoming van besmetting bij de behandeling van patiënten met een zeer besmettelijke ziekte

spatmasker (het) masker om het gezicht te be­scher­men te­gen spet­ters en spat­ten, bv. ter voorkoming van besmetting bij de behandeling van patiënten met een zeer besmettelijke ziekte

spoedbed (het) ziekenhuisbed dat gereserveerd is voor spoedgevallen

spoedtent (de) triagetent

sterftecijfer (het) aan­tal sterf­ge­val­len in een bepaalde pe­ri­o­de per 1000 individuen van de ge­mid­del­de be­vol­king in een be­paald land, een be­paal­de streek of stad

sterfterisico (het) risico dat iemand loopt om bij een bepaalde handeling (bv. een militaire actie) of ten gevolge van een bepaalde ziekte dood te gaan

straatschaamte (de) schaamte die iemand ervaart wanneer hij of zij tijdens een (gehele of gedeeltelijke) lockdown op straat is, bv. om de noodzakelijke boodschappen te doen, zie ook buitenschaamte

subklinische besmetting (de) virusbesmetting waarbij de geïnfecteerde bijna geen ziekteverschijnselen vertoont, bijna-synoniem asymptomatische besmetting

superbesmetter (de) superverspreider

superverspreider (de) iemand die (als een van de eersten) besmet is met een virus en vervolgens veel anderen infecteert, synoniem superbesmetter

targeted lockdown (de) zie -> intelligente lockdown; Engels

thuisblijfplicht (de) plicht om thuis in quarantaine te blijven, ter voorkoming van de verspreiding van een infectieziekte

thuisdode (de) iemand die thuis gestorven is, m.n. die thuis aan een besmettelijke infectieziekte overleden is en niet wordt meegeteld in de sterftecijferstatistieken van de desbetreffende ziekte

thuisisolatie (de) vorm van isolatie waarbij iemand die een besmettelijke virusinfectie heeft tijdelijk in zijn eigen huis in afzondering verblijft

thuisjuf (de) moeder die in tijden van (corona)quarantaine haar kinderen onderwijst

thuisquarantaine (de) vorm van quarantaine die inhoudt dat je gedurende een bepaalde periode je huis niet mag verlaten

TOGS-regeling (de) (in Nederland) financiële regeling voor ondernemers die door de maatregelen tegen het coronavirus getroffen zijn; gedeeltelijke afkorting van Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren

toogviroloog (de) leek die als dilettant op het gebied van de virologie nepinformatie verspreidt over een virus, de overdracht daarvan en/of de behandeling ervan

triagetent (de) tent geplaatst bij een ziekenhuis waarin tijdens een epidemie beoordeeld wordt bij welke patiënten ziekenhuisopname noodzakelijk is en bij welke niet, onder meer bedoeld om de risico’s te verkleinen om een infectieziekte ongecontroleerd in een ziekenhuis te introduceren

twitterviroloog (de) leek die op Twitter kritisch schrijft over de maatregelen die echte virologen hebben geadviseerd ter bestrijding van een infectieziekte zoals COVID-19

vaccinologie (de) interdisciplinaire tak van wetenschap die zich bezighoudt met de studie, ontwikkeling en toepassing van vaccins: veterinaire vaccinologie

vaccinoloog (de) wetenschapper die, veelal na eerst afgestudeerd te zijn in geneeskunde of diergeneeskunde, zich gespecialiseerd heeft in de vaccinologie 

verdubbelingstijd (de) tijd waarin iets verdubbelt of twee keer zo groot wordt, m.n. in de epidemiologie: het aantal dagen waarin het aantal besmette mensen zich verdubbelt

virofobie (de) beklemmende of verlammende vrees voor besmetting met een virus

virologie (de) interdisciplinaire tak van wetenschap die zich bezighoudt met de studie van virussen en virusziekten van mensen en dieren en ook wel planten: medische virologie

viroloog (de) wetenschapper die, veelal na eerst afgestudeerd te zijn in geneeskunde of diergeneeskunde, zich gespecialiseerd heeft in de virologie 

virus (het) submicroscopische ziekteverwekker die bestaat uit nucleïnezuur (DNA of RNA) in een mantel van eiwit die zich alleen kan vermenigvuldigen in een levende cel van een gastheer (een levend organisme): een virus bestrijden; een virus laten rondwaren; een virus laten uitdoven

virusangst (de) angst voor besmetting met een virus, synoniem virusvrees

virusbuddy (de) lockdownbuddy tijdens een virusepidemie

virusdiplomatie (de) diplomatie in de vorm van het bieden van medische hulp en hulpgoederen bij een virusuitbraak, het delen van medische kennis; zie ook coronadiplomatie en mondkapjesdiplomatie 

virusstad (de) stad van waaruit zich een virusepidemie (over de wereld) heeft verspreid, zoals de Chinese stad Wuhan

virusuitbraak (de) uitbraak van een virusziekte

virusvluchteling (de) iemand die een stad of gebied waar een virusepidemie heerst ontvlucht, bijvoorbeeld naar een tweede huisje in een dunbevolkt gebied

virusvrees (de) virusangst

virusvrij (bijvoeglijk naamwoord) geen virus dragend; waarin of waarop geen virus is aangetroffen

vitale processen (de) processen die een samenleving draaiende houden in tijden van crisis

vleermuisvirus (het) dierlijk virus dat vleermuizen als gastheer gebruikt en in uitzonderlijke gevallen, al dan niet in gemuteerde vorm,  kan overspringen naar andere gewervelde dieren, waaronder de mens

voetgroet (de) begroeting waarbij men elkaar met de voeten aanraakt, ter voorkoming van huid-huidcontact, m.n. om verspreiding van een virus te voorkomen

voetkus (de) voetgroet

vuur bestrijden met een blinddoek om door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geïntroduceerde metafoor ter uitdrukking dat er een grootschalige virusinfectie of een pandemie bestreden moet worden terwijl je de aard van de virusverspreiding noch de mensen die het virus verspreiden goed in kaart hebt

V&VN (de) afkorting van Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland, in 2006 opgerichte beroepsvereniging 

wandelschaamte (de) schaamte die iemand voelt wanneer hij of zij tijdens een intelligente lockdown toch een wandelingetje gaat maken, m.n. als blijkt dat meer mensen dat doen en het daardoor druk is op de wandelpaden 

wc-papierschaamte (de) 1 schaamte die een campingtoerist ervaart als hij of zij met een rol toiletpapier naar het sanitair gaat 2 schaamte die een supermarktbezoeker ervaart als hij wc-papier hamstert

weigerklant (de) klant van een supermarkt die weigert zich te houden aan het winkelprotocol

whatsaperitieven (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) het aperitief nuttigen met anderen met wie je in contact staat in een Whatsappgroep; porte-manteauwoord van de merknaam Whatsapp en het werkwoord aperitieven

Whatsappetentje (het) gelegenheid waarbij mensen samen in een (groep- of gezin)app berichten en foto’s uitwisselen terwijl ze ieder voor zich thuis of althans op een andere plaats dan de andere deelnemers aan het eten zijn, m.n. in tijden van (zelf)isolatie en quarantaine

wildedierenvirus (het) dierlijk virus dat niet-gedomesticeerde dieren (bv. palmrollers of vleermuizen) als gastheer gebruikt en in uitzonderlijke gevallen, al dan niet in gemuteerde vorm,  kan overspringen naar andere gewervelde dieren, waaronder de mens

winkelprotocol (het) geheel van regels die gelden voor medewerkers en klanten van een winkel of supermarkt, bv. tijdens een virusuitbraak ter voorkoming van besmettingen

winkelschaamte (de) schaamte die iemand ervaart die tijdens een lockdown naar de winkel gaat om boodschappen te doen

witte crisis (de) crisissituatie waarbij de volksgezondheid in het geding is, synoniem medische crisis

wuhanshake (de) begroeting waarbij twee mensen elkaar eerst met de binnenkant van hun (geschoeide) voet aantikken, waarna ze datzelfde gebaar met de linkervoeten maken; samengesteld van de naam van de Chinese stad Wuhan, waar eind 2019 de besmettelijke virusziekte COVID-19 uitbrak, waardoor een alternatief voor handenschudden noodzakelijk werd, + het laatste deel van Engels handshake (handdruk)

wuhanvirus (het) informele benaming voor het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2; samengesteld van de naam van de Chinese stad Wuhan, waar eind 2019 de besmettelijke virusziekte COVID-19 uitbrak

wuifbezoek(het) zwaaibezoek

zelfisolatie (de) vrijwillige isolatie: in zelfisolatie gaan

zelfquarantaine (de) vrijwillige quarantaine: in zelfquarantaine gaan

ziektepiramide (de) voorstelling van een virusuitbraak als een piramide, met aan de basis een groot aantal ziektegevallen gekenmerkt door een  asymptomatisch of uiterst mild ziekteverloop en aan de top een relatief klein aantal ziektegevallen gekenmerkt door ernstige klachten en een behoefte aan intensieve zorg

zijlijnviroloog (de) iemand, deskundige of leek, die vanaf de zijlijn kritiek levert op de virologen op wier gezag de overheid maatregelen neemt bij een virusepidemie 

zoomen (onovergankelijk werkwoord; zoomde, heeft gezoomd) in­ter­net­- en videobel­len, m.n. met be­hulp van de app Zoom

zoönose (de) ziekte die van dieren op mensen is overgegaan; ge­vormd van zōion  (levend wezen, dier) + Grieks nosos [ziek­te]

zorgapplaus (het) applaus van veel mensen op allerlei plaatsen voor alle mensen die werken in de zorg, m.n. als uiting van waardering voor al het werk dat mensen verrichten die  in de zorg werkzaam zijn

zorgheld (de) iemand die onder moeilijke omstandigheden, m.n. de uitbraak van het coronavirus, werkzaam is in de zorg

zwaaibezoek (het) bezoek aan de woning van iemand die vanwege de coronacrisis geen fysiek bezoek mag ontvangen, waarbij je het contact beperkt door enige tijd naar elkaar te zwaaien voor het raam , zie ook raambezoek

zwarte fase (de) (medisch) fase waarin in de spoedeisende zorg ‘code zwart’ van toepassing is

Vond u dit artikel interessant? Sponsor de Taalbank dan veilig via Ideal of Paypal!







Totaal

15 Responses

  1. Robbo Mic

    Nog een paar anderen die ik tegenkwam in het wild: coronaverveling, coronatest, coronalockdown, lockdownfeestje, coronalezen, coronabingo, corona-vluchtelingen, coronatijden, corona-verslaggeving, coronaregering, coron

  2. Dirk Brans

    Ik vind “corontaine” een leuk woord. Het is een samenvoeging van corona en quarantaine. In quarantaine gaan omwille van het corona-virus.

  3. Marina Kapteyn

    Super! Ik heb het gedeeld via Twitter en mijn Facebookpagina. Ik liep er vanmorgen ook zelf over na te denken hoe leuk het zo zijn om al die coronawoorden eens te verzamelen en te delen.
    Top gedaan, Ton!

    Mijn bijdrage:
    coronakapsel: (ongewenst) kapsel waarmee je rondloopt nu kappersbezoek niet mogelijk is: te lang haar, niet meer in model.

    Marina Kapteyn, Alphatekst
    p.s. staat coronawoord al in het woordenboek?

  4. Edwin

    Hallo, interessant.
    Bestaat er ook zo’n overzicht in andere talen? Ik denk in eerste instantie aan Frans, Engels en Duits?
    Zou handig zijn.

  5. Ewoud Sanders

    Dag Ton, ik heb de afgelopen dagen al verschillende FaceTime-etentjes achter de rug en er staan er nog een paar in de agenda. Ook wel WhatsApp-etentje genoemd. Dan wel afstandsetentje. Het idee zal duidelijk zijn: samen eten met beeld erbij, ieder in zijn of haar eigen woning.

  6. Chris Lochy

    Beste heer den Boon,

    Ik heb de volgende woorden nog genoteerd: hinderpremie (voor getroffen bedrijven), noodmortuarium, contactluw (onderwijs), huidhonger (de nood om te willen omhelzen), coronarij, ontstekingsstorm, corona-drive-in.

  7. Joost Verheyen

    Berentocht
    Berenzoektocht

    Een verademing voor de jonge generatie in deze barre tijden

  8. Yde Linsen

    Geachte heer Den Boon,

    Bij ‘coronanie’ past het werkwoord ‘coronaneren’.

  9. Joost B

    Het woord ”berenjacht” heeft een nieuwe betekenis gekregen. Mensen worden opgeroepen om hun teddyberen voor het raam, zichtbaar vanaf de straat, neer te zetten. Zo kunnen kinderen, die niet naar school kunnen, in hun eigen buurt op speurtocht (”berenjacht”) en zoveel mogelijk beren ontdekken.

    [https://nos.nl/artikel/2328591-nederland-op-teddyberenjacht-welkome-afleiding-voor-kinderen.html Nederland op teddyberenjacht: ‘Welkome afleiding voor kinderen’] NOS.nl d.d. 27 maart 2020
    [https://www.facebook.com/groups/BerenjachtNL/about/ ”Berenjacht in NL”]

  10. Oene van der Wal

    Ik kwam ook ‘coronanationalisme’ tegen in een artikel van Ko Colijn in NRC:

    Er zijn veel verschillen tussen oude wereldwijde crises en de huidige coronacrisis. Maar hopelijk is er een overeenkomst: dat zij de toch al zo rusteloze geopolitiek tot enige bezinning brengt. In het huidige tijdperk van great power competition, de concurrentiestrijd tussen grote machtsblokken als China, de VS en Rusland, is er amper ruimte voor samenwerking en vliegt het ‘coronationalisme’ je om de oren.

    Dat zie je op elk niveau. Mondiaal, waar de pax americana een pijnlijke aftocht blaast onder leiding van een chaotische president Trump die zich Xi en Poetin niet van het lijf kan houden. Een trapje lager binnen de westerse wereld, waar de NAVO, het Noord-Atlantisch bondgenootschap – om maar een voorbeeld van multilaterale kracht te noemen – droomt van vervlogen leiderschap en kracht. Maar ook intra-Europees, waar het in de coronacrisis ‘eigen-land-eerst’ was en solidariteit of een zogenoemde ‘transferunie’ nog ver aan de horizon liggen.

  11. Chris Lochy

    Beste heer den Boon,

    De volgende woorden heb ik nog gehoord of gelezen: boostbox (De zogenaamde ‘boostboxen’ zijn een initiatief van de Gentse start-up Kadonation. Ze moeten een gezonde boost, een opkikker dus, geven aan het zorgpersoneel. Iedereen in ons land heeft de mogelijkheid om hulpverleners een boostbox te schenken.), bioresponsteam (De Antwerpse politie heeft sinds kort een bioresponsteam. Dat team kwam er omdat verschillende situaties een verhoogd risico op Covid-19-besmetting inhouden, zoals mensen die spuwen of hoesten naar de politie. Het team is speciaal opgeleid voor risicovolle situaties.), corona-incident (vb spuwen naar de politie), coronaovertreding (zich niet houden aan de opgelegde maatregelen).

    Terloops wil ik nog meegeven dat naar aanleiding van de coronacrisis ook veel specialisten aan het woord komen. Die specialisaties zijn niet voor iedereen even duidelijk. De volgende heb ik genoteerd: vaccinoloog, epidemioloog, viroloog, infectioloog en microbioloog.

  12. Yves

    Na klerelijer, tyfuslijer etc. hoort coronalijer er nu toch ook wel bij?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *