Coronawoordenboek

Coronawoordenboek

geplaatst in: Actueel | 6

1,5 metereconomie (de) zie anderhalvemetereconomie

aanhoesten (overgankelijk werkwoord; hoestte aan, h. aangehoest) hoes­ten in de rich­ting van iemand, met name als ma­nier waar­op vi­rus­sen wor­den over­ge­dra­gen

aanniezen (overgankelijk werkwoord; niesde aan, h. aangeniesd) niezen in de rich­ting van iemand, met name als ma­nier waar­op vi­rus­sen wor­den over­ge­dra­gen

aansteken (overgankelijk werkwoord; stak aan, h. aangestoken) besmetten, bv. met een virus: een ander aansteken met corona zonder dat je zelf ziekteverschijnselen hebt

afsluiting (de) lockdown

amateurviroloog (de) leek die de theorieën en aanpak van professionele virologen in twijfel trekt, veelal op basis van zijn onderbuikgevoel

ambulancebus (de) bus waarin meerdere patiënten tegelijk (over een langere afstand) kunnen worden vervoerd onder begeleiding van medisch personeel, synoniem behandelbus, zie ook coronabus

anderhalvemetereconomie (de) economie die helemaal ingericht is op de preventiemaatregelen ter voorkoming van corona; genoemd naar het gebod om in de publieke ruimte, in winkels e.d. ten minste anderhalve meter afstand te houden tot anderen

anderhalvemeterpolitie (de) (schertsend) benaming voor de politie als handhaver van de aan burgers gestelde regel om ten minste anderhalve meter afstand tot elkaar te bewaren

antivirale middelen (de) medicijnen waarmee een virus of virusinfectie kan worden bestreden

antroponose (de) ziekte die van mensen op dieren overgaat; ge­vormd van  anthrōpos (mens) + Grieks nosos [ziek­te]

ARDS (de) verkorting van Acute Respiratory Distress Syndrome, syndroom gekenmerkt door blijvende schade na een longziekte en/of landurige beademing; Engels

asymptomatische besmetting (de) virusbesmetting waarbij de geïnfecteerde geen ziekteverschijnselen vertoont, bijna-synoniem subklinische infectie

balkonnade (de) muziekuitvoering vanaf het balkon of uitzending van een muziekstuk vanaf het balkon, m.n. bedoeld als sociaal bindmiddel tijdens een lockdown; porte-manteauwoord van balkon en serenade (muziekuitvoering)

balkonsolidariteit (de) solidariteit of saamhorigheid van flatbewoners onderling, bv. door vanaf het balkon samen te zingen

balkonzanger (de) min of meer geschoolde zanger die tijdens een lockdownperiode vanaf zijn balkon aria’s e.d. zingt om zijn buurtbewoners te bemoedigen, m.n. in Zuid-Europese steden

beademing (de) 1 toe­die­ning van kunst­ma­ti­ge adem­ha­ling met be­ade­mings­apparatuur: intensieve beademing 2 beademingsapparatuur: aan de beademing liggen/moeten

beademingsapparatuur (de) geheel van toestellen ten behoeve van kunstmatige beademing

beademingsbol (de) voorwerp dat om het hoofd van een kortademige patiënt met longontsteking wordt geplaatst om hem te beademen

behandelbus (de) ambulancebus

beheerste verspreiding (de) verspreiding van een infectieziekte onder de bevolking die beïnvloed wordt door beleid van de overheid en medische autoriteiten, zoals de GGD, met name erop gericht de medische zorg intact te houden, zodat patiënten goed behandeld kunnen worden, met als neveneffect dat er op termijn groepsimmuniteit ontstaat, synoniem gecontroleerde verspreiding

besmetting (de) overdracht van een ziek­te­ver­wek­ker, zoals een bacterie of virus, van een besmet individu op een ander, synoniem infectie

besmettingsangst (de) angst om met een ziekteverwekker, bv. een virus, te worden besmet, synoniem infectievrees

besmettingsbron (de) 1 individu dat besmet is met een virus en dit mogelijk verspreidt besmettingshaard

besmettingscurve (de) 1 grafische weergave van het aantal besmettingen met een infectieziekte 2 (metonymisch) aantal besmette gevallen: een stijgende, dalende besmettingscurve; een afvlakkende besmettingscurve

besmettingsgetal (het) getal dat het gemiddelde aantal individuen noemt dat door een virusdrager wordt besmet: een besmettingsgetal hoger/lager dan 1

besmettingsgevaar (het) gevaar te worden besmet met een ziekteverwekker, bv. een virus, synoniem besmettingsrisicoinfectierisico

besmettingshaard (de) persoon, plaats e.d. van waaruit een reeks besmettingen, bv. met een virus, plaatsvindt en/of waarop een reeks besmettingen is terug te voeren, synoniem infectiehaard

besmettingslijn (de) grafische voorstelling van het aantal besmettingen binnen een populatie: een dalende, stijgende besmettingslijn

besmettingsrisico (het) besmettingsgevaar

besmettingsroute (de) besmettingsweg

besmettingsweg (de) route waar­langs een individu be­smet raakt of is ge­raakt met een in­fec­tie­bron, synoniem besmettingsrouteinfectieroute

buitenschaamte (de) schaamte die iemand ervaart wanneer hij of zij tijdens een (gehele of gedeeltelijke) lockdown buiten is, bv. om de noodzakelijke boodschappen te doen, zie ook straatschaamte

Chinese griep (de) (informeel) dysfemisme voor de door het coronavirus SARS-CoV-2 veroorzaakte infectieziekte COVID-19; ontleend aan Engels Chinese fever en mogelijk geïnspireerd door de naam van de vorige dodelijke pandemie, de Spanish flu (de Spaanse griep)

chloroquine (de) antimalariamiddel dat genoemd wordt als mogelijke therapie tegen de gevolgen van een infectie met het coronavirus SARS-CoV-2

cohortverpleging (de) vorm van verpleging waarbij patiënten die met dezelfde ziekteverwekker geïnfecteerd zijn, zich gezamenlijk op een geïsoleerde locatie bevinden, synoniem isolatieverpleging

COLD (de) afkorting van Chronic Obstructive Lung Disease, een longziekte, gekenmerkt door chronische bronchitis en longemfyseem  bv. als gevolg van een longziekte zoals corona (waardoor de afkorting sinds maart 2020 ook wel wordt geherinterpreteerd als Corona Obstructive Lung Disease); Engels

collectieve immuniteit (de) groepsimmuniteit

compassionate use (de) gebruik van een experimenteel geneesmiddel als laatste redmiddel voor een patiënt voor wie geen alternatieve behandelingsmogelijkheden beschikbaar zijn; Engels, letterlijk barmhartig gebruik

contactonderzoek (het) onderzoek naar de contacten die een geïnfecteerde persoon heeft gehad in de periode dat hijzelf de infectie vermoedelijk heeft kunnen verspreiden

containment (de) fase van indamming van een zich snel verspreidende infectieziekte of opkomende epidemie; Engels, letterlijk beheersing, insluiting

corona (de) 1 ziekte veroorzaakt door een coronavirus, vaak gepaard gaande met koorts en klachten aan de luchtwegen, m.n. ziekte veroorzaakt door het coronavirus SARS-CoV-2: met corona op bed liggen 2 verkorting van coronavirus: hoe kun je corona verspreiden? 3 verkorting van corona-epidemie: in tijden van corona; Latijn letterlijk krans

corona-akkoord (het) akkoord tussen werkgever(s) en werknemers waarin n.a.v. de coronacrisis en de bestrijding daarvan nadere afspraken zijn vastgelegd m.b.t. werk, arbeidsomstandigheden en/of beloning

corona-angst (de) angst het coronavirus op te lopen en/of er ziek door te worden

corona-apocalyps (de) doemvoorstelling van de rampzalige maatschappelijke en economische gevolgen van een corona-epidemie of -pandemie

corona-app (de) app waarmee de coronabesmettingen in een bepaald gebied (en de ontwikkeling daarvan) gemakkelijk in kaart kunnen worden gebracht

coronababy (de) baby die vanaf half december 2020 of begin 2021 geboren is, waarvan de conceptie plaatsvond tijdens de periode dat veel mensen als gevolg van de coronamaatregelen in thuisisolatie zijn gegaan

coronaboete (de) proces-verbaal voor iemand die zonder geldige reden buiten is tijdens een lockdownperiode vanwege corona

coronabond (de) coronaobligatie

coronabrandhaard (de) besmettingshaard van het coronavirus

coronabus (de) gelegenheidssynoniem van ambulancebus

corona care (de) speciale zorg voor patiënten met de virusinfectie COVID-19; Engels

corona care unit (de) deel van een ziekenhuis waar corona care wordt geboden; Engels

coronacocooning (de) min of meer gedwongen cocooning als gevolg van de door de overheid ingestelde/opgelegde lockdown bij een uitbraak van corona 

coronacontainer (de) verblijfscontainer waarin een of meer personen die mogelijk besmet zijn met een coronavirus, tijdelijk in quarantaine kunnen verblijven

coronacrash (de) beurscrash die het gevolg is van de (angst voor een) coronacrisis of -recessie

coronacrimineel (de) 1 iemand die regelgeving rond lockdown en quarantaine tijdens een coronacrisis overtreedt 2 (figuurlijk) handelaar met een laag moreel bewustzijn die de coronacrisis aangrijpt om zijn producten tegen woekerprijzen te verkopen

coronacrisis (de) economische en/of financiële crisis die het gevolg is van een oncontroleerbare corona-uitbraak

coronadienst (de) dienst van een arts of verpleegkundige op een afdeling met coronapatiënten

coronadiploma (het) schooldiploma dat is behaald zonder dat daarvoor eindexamen is gedaan als gevolg van de coronacrisis

coronadiplomatie (de) diplomatie in de vorm van het bieden van medische hulp, kennis en hulpgoederen bij een uitbraak van het coronavirus, m.n. het virus SARS-CoV-2; zie ook mondkapjesdiplomatie en virusdiplomatie

coronadode (de) iemand die gestorven is aan een infectie met een coronavirus, m.n. COVID-19

coronadreiger (de) iemand, al dan niet een drager van het coronavirus, die anderen bewust dreigt te besmetten met het virus, bv. door in hun richting te hoesten of te spugen

corona-epidemie (de) epidemie die veroorzaakt is door een coronavirus, m.n. door het virus SARS-CoV-2

coronagezant (de) functionaris die door de overheid is aangewezen om namens haar het bedrijfsleven aan te sturen om op korte termijn (hulp)middelen te gaan produceren en te leveren waaraan tijdens een corona-epidemie behoefte bestaat

coronagezin (het) gezin dat gedurende zekere tijd vanwege corona min of meer in thuisquarantaine zit, beschouwd vanuit de specifieke problematiek die samenhangt met het tijdelijk op elkaars lip zitten

coronagriep (de) ziekte als gevolg van infectie met het coronavirus, voorgesteld als een vorm van griep in de aspecifieke betekenis: infectieziekte die gepaard gaat met klachten aan de luchtwegen en koorts

coronahamsteraar (de) iemand die hamstert uit vrees geveld te worden door corona en/of verplicht te worden in zelfisolatie te gaan als gevolg van mogelijke coronasymptomen, dan wel uit vrees dat de supermarkten in een later stadium dichtgaan of geen producten meer zullen kunnen leveren

coronahamsteren (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) hamsteren uit voorzorg dat je geveld wordt door corona of dat je gedwongen wordt in zelfisolatie te gaan als gevolg van mogelijke coronasymptomen

coronahoester (de) iemand die een ander belaagt door deze bewust in het gezicht te hoesten in tijden van corona

coronahufter (de) bezoeker van een supermarkt of een winkel die zich in tijden van corona niet aan het winkelprotocol houdt en bijvoorbeeld geen anderhalve meter afstand bewaart tot het personeel of andere klanten

coronakabinet (het) (in België) demissionair kabinet dat speciale volmachten heeft gekregen voor de bestrijding van de (economische) gevolgen van de coronacrisis

coronakiller (de) (informeel) coronavaccin

coronakilo (de) kilo die iemand aankomt wanneer hij ten gevolge van corona langdurig binnen zit en relatief inactief is

coronaklever (de) iemand die in tijden van corona het advies overschrijdt om anderhalve meter afstand tot anderen te bewaren 

coronakoerier (de) koerier die een pakje niet afgeeft, maar voor de deur zet ter voorkoming van een besmetting met het coronavirus

coronakoorts (de) ziekte veroorzaakt door een coronavirus, vaak gepaard gaande met koorts en klachten aan de luchtwegen, m.n. ziekte veroorzaakt door het coronavirus SARS-CoV-2

coronakucher (de) coronahoester

coronamaatregel (de) maatregel ter bestrijding van het coronavirus en de uitbraak van de daardoor veroorzaakte ziekte COVID-19

coronamedicijn (het) medicijn ter behandeling van de gezondheidsklachten die het gevolg kunnen zijn van een infectie met het coronavirus

coronamoe (bijvoeglijk naamwoord) meer dan genoeg hebbend van de virusziekte corona en m.n. van de berichtgeving daarover

coronanie (de) masturbatie in tijden van corona, waarin fysiek contact met anderen (buiten de vaste partner met wie je samenleeft) onwenselijk gevonden worden; porte-manteauwoord van corona en onanie (masturbatie, eigenlijk gezegd van mannen, maar bij uitbreiding ook in het algemeen)

coronaobligatie (de) euro-obligatie uitgegeven ter bestrijding van de coronacrisis, synoniem coronabond

coronaontkenner (de) iemand die de ernst van de door het coronavirus SARS-CoV-2 veroorzaakte virusziekte COVID-19 ontkent; gevormd naar analogie van klimaatontkenner

coronapandemie (de) wereldwijde epidemie die veroorzaakt is door een coronavirus, m.n. door het coronavirus SARS-CoV-2

coronapaniek (de) grootschalige angst onder de populatie van een stad of land voor het coronavirus en/of een corona-uitbraak

coronaparanoia (de) overdreven achterdocht jegens bepaalde mensen van wie je (al dan niet terecht) vreest dat ze je met het coronavirus zouden kunnen besmetten

coronapatiënt (de) iemand die lichte of zware klachten heeft als gevolg van een besmetting met het coronavirus

coronapiek (de) piek in het aantal coronagevallen

coronaquarantaine (de) quarantaine van mensen die besmet zijn met het coronavirus of ervan verdacht worden daarmee besmet te zijn, synoniem corontaine

coronaracisme (het) racisme en de uitingen daarvan gericht tegen mensen die behoren tot een volk dat of een etnische groep die op grote schaal getroffen is door een uitbraak van het coronavirus en die dientengevolge beschouwd worden als verspreiders daarvan

coronarecessie (de) recessie door de economische schade die het gevolg is van (draconische overheidsmaatregelen in reactie op) een uitbraak van het besmettelijke en in sommige gevallen levensbedreigende coronavirus SARS-CoV-2

coronaregels (de) regels die burgers in acht moeten nemen ter voorkoming van de verspreiding van het coronavirus, zoals hoest- en handhygiëne

coronascheiding (de) echtscheiding die het gevolg is van een langdurige thuisisolatie, als gevolg van veelvuldige conflicten tussen of onderlinge ergernissen van de partners

coronashamen (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) iemand via de sociale media publiekelijk bekritiseren of te schande maken omdat zijn gedrag of denkbeelden mogelijk de verspreiding van corona in de hand werkt; ontleend aan Engels corona shaming

coronaslachtoffer (de) 1 iemand die ernstig ziek is als gevolg van een besmetting met de virusinfectie COVID-19: veel coronaslachtoffers liggen aan de beademing 2 iemand die gestorven is als gevolg van een besmetting met de virusinfectie COVI-19: er vallen honderden coronaslachtoffers te betreuren 3 persoon of organisatie die economische schade lijdt als gevolg van de coronapandemie: KLM is een van de grote coronaslachtoffers op de beurs

coronaspijbelaar (de) leerling die zelf niet besmet is met corona en die zelfs niet verkouden is, maar die de uitbraak van het coronavirus aangrijpt als excuus om te spijbelen

coronaspuger (de) iemand die een ander naar het leven staat door deze bewust in het gezicht te spugen in tijden van corona

coronastress (de) stress als gevolg de uitbraak van corona, bv. stress om met het virus besmet te raken of stress in verband met de economische gevolgen van de coronacrisis

coronasymptoom (het) symptoom van corona, m.n. COVID-19, zoals droge hoest, kortademigheid en koorts

coronatoerisme (het) toerisme naar een plaats waar geen of weinig beperkingen worden gesteld aan het leiden van een normaal leven, inclusief uitgaan en feesten

coronatest (de) test om te bepalen of iemand besmet is met het coronavirus

coronatestkit (de) buis­je waar­in slijm uit de mondholte en neus van een mogelijke coronapatiënt wordt ver­za­meld om vervolgens in een laboratorium te kunnen be­pa­len of deze persoon al dan niet besmet is met corona

coronatriage (de) triage waarbij bepaald wordt of iemand die ziekteverschijnselen vertoont die in beginsel kunnen wijzen op een coronabesmetting, op corona moet worden getest of voor corona moet of mag worden behandeld

corona-uitbraak (de) uitbraak van een door een coronavirus veroorzaakte ziekte, m.n. de virusziekte COVID-19

coronavaccin (het) vaccin tegen corona, synoniem coronakiller

coronavakantie (de) als een vakantie voorgestelde periode dat iemand als gevolg van corona geen contactonderwijs kan volgen en/of niet naar zijn werk kan

coronaverbod (het) door de overheid opgelegd verbod op een bepaalde handeling met het doel een uitbraak van corona terug te dringen

coronaverdacht (bijvoeglijk naamwoord) gezegd van mensen met ziekteverschijnselen die kunnen wijzen op een besmetting met het coronavirus

coronaviering (de) kerkdienst die vanwege een corona-epidemie zonder of met een zeer beperkt aantal gemeenteleden wordt gehouden en die live gestreamd wordt

coronavirus (het) 1 virus uit een geslacht van virussen die uiteenlopende aandoeningen veroorzaken, zoals verkoudheid, SARS, MERS en COVID-19: het nieuwe coronavirus, informele benaming voor SARS-CoV-2 2 (in het bijzonder) het coronavirus dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt: het coronavirus discrimineert niet, uitspraak waarmee wordt aangegeven dat iedereen, jong of oud, man of vrouw, gezond of ongezond, COVID-19 kan krijgen

coroneus (bijvoeglijk naamwoord) 1 betrekking hebbend op een door het coronavirus veroorzaakte infectie: een coroneuze hoest 2 lijdend aan corona: coroneuze patiënten veroorzaakt door een corona-epidemie of -pandemie: een coroneuze depressie; gevormd van corona en het achtervoegsel –eus, dat ontleend is aan het Franse achtervoegsel –eux

coronials (de) generatie van personen die rond of in de nasleep van de coronacrisis (2020) geboren zijn; Engels, gevormd naar analogie van millennial

coronomie (de) economie in tijden van corona, gekenmerkt door deels tot stilstand gekomen economische activiteiten; porte-manteauwoord van corona en economie

corontaine (de) quarantaine van mensen die besmet zijn met het coronavirus of ervan verdacht worden daarmee besmet te zijn, synoniem coronaquarantaine; porte-manteauwoord van de eerste letters van corona en de laatste letters van quarantaine

corvideo (de) video die geschikt is om tijdens coronaquantaine te bekijken

covidioot (de) iemand die uit pure domheid niet doet aan sociale onthouding en tevens de regels overtreedt die bedoeld zijn om de verspreiding van corona tegen te houden of te vertragen; ontleend aan Engels covidiot, een porte-manteauwoord van COVID-19 en idiot

COVID-19 (het) 1 door het coronavirus SARS-CoV-2 veroorzaakte virusziekte, o.a. gekenmerkt door (ernstige) klachten aan de luchtwegen en koorts 2 (metonymisch) synoniem van SARS-CoV-2; Engels, verkorting van Corona Virus Disease 2019

COVID-unit (de) deel van een ziekenhuis dat is ingericht voor de behandeling en verpleging van patiënten met COVID-19

cruciale beroepen (de) beroepen die vervuld moeten worden om de vitale processen gaande te houden om een samenleving ook tijdens een crisis te laten functioneren, bv. medische beroepen

C-woord (het) (eufemisme) corona

datreleatie (de) relatie waarbij twee of meer personen op regelmatige basis via sociale media, bv. Skype, samen borrelen wanneer ze door omstandigheden (zoals een besmettelijke ziekte) niet in elkaars fysieke aanwezigheid kunnen socializen; gevormd naar analogie van latrelatie op basis van het letterwoord dat: drinking apart together 

dettollen (overgankelijk werkwoord; dettolde, h. gedettold) ontsmetten; genoemd naar het vloeibarezeepmerk Dettol

deurbeleid (het) be­leid met betrekking tot het toe­la­ten van per­so­nen in m.n. winkels, supermarkten en ho­re­ca­ge­le­gen­he­den, onder meer om in tijden van een epidemie te voorkomen dat er te veel mensen in een horecagelegenheid of winkel aanwezig zijn die elkaar zouden kunnen besmetten

disselen (overgankelijk, disselde, h. gedisseld) bedonderen, belazeren, vooral in de op Twitter gebezigde combinatie gedisseld worden; eponiem, genoemd naar de RIVM-directeur J. van Dissel, die tijdens de coronacrisis medeverantwoordelijk is voor de informatievoorziening over het verloop van de epidemie en die, zoals iedere autoriteit in crisistijd nu eenmaal overkomt, in verband daarmee door buitenstaanders bekritiseerd wordt

drager (de) verkorting van virusdrager

druppelcontact (het) uitwisseling van via hoesten of niezen verspreide vochtdruppeltjes, m.n. als bron van een virusinfectie

druppelinfectie (de) infectie door in­ade­ming van minuscule, door hoes­ten of nie­zen ver­sprei­de drup­pel­tjes die mi­cro-or­ga­nis­men be­vat­ten

eendenbek (de) verkorting van eendenbekmasker

eendenbekmasker (het) snavelvormig chirurgisch mond- en gelaatsmasker 

eenzaamheidsvirus (het) de als een zich verspreidend virus voorgestelde ziekmakende eenzaamheid tijdens een periode van lockdown en (zelf)quarantaine, m.n. onder mensen die alleen wonen; geïntroduceerd door koning Willem-Alexander tijdens zijn speech tot zijn onderdanen op 20 maart 2020

ellebooggroet (de) groet waarbij je elkaar met de el­le­bo­gen aanraakt, als alternatief voor han­den schud­den of kus­sen, m.n. om be­smet­ting te voor­ko­men

ellebooghoesten (werkwoord, onbepaalde wijs) hoesten in de elleboog (in plaats van met de hand voor de mond) om eventuele verspreiding via de lucht van ziektekiemen te voorkomen of te beperken én om te voorkomen dat het virus via de handen wordt verspreid, synoniem elleboogkuchen

elleboogkuchen (werkwoord, onbepaalde wijs) ellebooghoesten

elleboogniezen (werkwoord, onbepaalde wijs) niezen in de elleboog (in plaats van met de hand voor de neus) om eventuele verspreiding van ziektekiemen via de lucht te voorkomen of te beperken én om te voorkomen dat het virus via de handen wordt verspreid

epidemie (de) be­smet­te­lij­ke ziek­te die zich zeer snel uit­breidt, om na eni­ge tijd weer ge­heel of grotendeels uit een populatie te ver­dwij­nen: wereldwijde epidemie, pandemie; uitgroeien tot een epidemie; ontleend aan het geleerde middeleeuws Latijnse woord epidemia, dat teruggaat op het reeds door Hippocrates gebruikte woord Grieks epidèmios (inheems)

fatsoensrij (de) rij voor een winkel, toonbank of kassa waarin mensen vrijwillig afstand tot elkaar bewaren, m.n. ter voorkoming van een infectie tijdens een grootschalige virusuitbraak

fysieke distantie (de) zie -> physical distancing

gecontroleerde verspreiding (de) zie -> beheerste verspreiding

groepsimmuniteit (de) im­mu­ni­teit van een groep men­sen of die­ren te­gen een bepaalde in­fec­tie­ziek­te, bv. doordat individuen een infectie hebben doorgemaakt of door vac­ci­na­tie, synoniem collectieve immuniteit, kudde-immuniteit

groepsquarantaine (de) vorm van quarantaine waarbij een hele groep mensen die geïnfecteerd zijn met een virus (of ervan verdacht worden te zijn geïnfecteerd) op een bepaalde locatie in quarantaine gaat

hamsteren (werkwoord, hamsterde, heeft gehamsterd) op grote schaal boodschappen inslaan, m.n. uit vrees voor toekomstige schaarste

hamsterparia (de) iemand die in tijden van schaarste levensmiddelen e.d. hamstert

hamsterschaamte (de) het gevoel dat iemand die in een crisissituatie relatief veel boodschappen doet zich daarvoor schaamt omdat hij denkt dat anderen vermoeden dat hij hamstert

handenschudverbod (het) verbod op handenschudden, als maatregel om verspreiding van ziektekiemen via aanraking te voorkomen

handgel (de) al dan niet alcoholhoudende gel waarmee de handen zonder water kunnen worden gereinigd

handhygiëne (de) hygiënemaatregelen met betrekking tot de handen, m.n. ter voorkoming van de verspreiding van infectieziekten, t.w. het met zeep wassen van de handen, inclusief de polsen, gedurende minimaal 20 seconden, waarna de handen met een wegwerpdoekje worden afgedroogd

hand-op-handcontact (het) contact waarbij mensen elkaars handen aanraken, bv. bij het overhandigen van geld; hand-op-handcontact vermijden

hoesthygiëne (de) hygiënemaatregelen die burgers in acht moeten nemen bij het hoesten, namelijk hoesten in de elleboog: hand- en hoesthygiëne

hoestschaamte (de) het gevoel dat iemand die hoest zich schaamt voor zijn aanwezigheid in het gezelschap van anderen, die weleens zouden kunnen denken dat hij een ziekte heeft waardoor hij anderen zou kunnen besmetten

hoestscherm (het) kuchscherm

houd-afstandshesje (het) hesje gedragen door winkelpersoneel in tijden van een epidemie om klanten duidelijk te maken dat ze fysiek afstand moeten houden tot anderen en tot het personeel

IC (de) 1 afkorting van intensive care 2 afdeling in een ziekenhuis waar patiënten worden behandeld die intensieve zorg nodig hebben

IC-arts (de) intensiefst

importbesmetting (de) introductie of herintroductie van een infectieziekte in een land door een persoon (toerist, zakenreiziger e.d.) die in een ander land met een ziekteverwekker besmet is geraakt 

indammen (overgankelijk werkwoord; damde in, h. ingedamd) (mbt. een infectieziekte) ervoor zorgen dat de ziekte zich niet of zo min mogelijk verder verspreidt onder de populatie

indammingsfase (de) (medische vakterm) fase bij een uitbraak van een infectieziekte waarin de zorg zich toespitst op het indammen van de verspreiding ervan, bv. door middel van contactonderzoek en isolatie van geïnfecteerden

infectie (de) overdracht van een ziek­te­ver­wek­ker, zoals bacterie of virus, van een besmet individu op een ander, synoniem besmetting

infectiecrisis (de) oncontroleerbare en/of grootschalige virusuitbraak, m.n. crisis die het gevolg is van een (virus)infectie die niet onder controle is

infectiedruk (de) mate waarin een individu wordt blootgesteld aan ziekteverwekkers, zoals virussen, die van invloed is op het risico van daadwerkelijke besmetting: hoge, lage infectiedruk

infectiehaard (de) besmettingshaard

infectielawine (de) plotselinge sterke toename van het aantal individuen dat besmet is met een virus en als gevolg daarvan ziek is geworden, synoniem infectietsunami

infectierisico (het) besmettingsgevaar

infectieroute (de) besmettingsweg

infectietsunami (de) infectielawine

infectievrees (de) besmettingsangst

intensieve zorg (de) 1 voort­du­ren­de be­wa­king van en zorg voor zeer ern­stig zie­ke pa­tiën­ten waar­bij steeds be­paal­de ap­pa­ra­tuur is in­ge­scha­keld, zo­als voor be­ade­ming en hart­be­wa­king, synoniem intensive care, (in België) intensieve zorgen 2 afdeling van een ziekenhuis waar intensieve zorg (1) wordt verleend: op de intensieve zorg liggen

intensievezorgarts (de) intensivist

intensieve zorgen (de) (in België) intensieve zorg

intensive care (de) intensieve zorg; Engels

intensivecarearts (de) intensivist

intensivist (de) medisch specialist die zich na een specialisatie, bv. tot internist of anesthesioloog, verder heeft gespecialiseerd in de behandeling van patiënten die intensieve zorg op een IC-afdeling nodig hebben, synoniem IC-arts, intensivecarearts, intensievezorgarts

iPad-zuster (de) verpleeghulp of -kundige die in verzorgingshuizen die geen bezoekers meer toelaten, faciliteert dat bewoners via FaceTime en/of Skype contact kunnen houden met hun kinderen en kleinkinderen

isolatie (de) gedwongen of vrijwillige tijdelijke afzondering van anderen: in isolatie gaan, in isolatie liggen, verpleegd worden

isolatiepak (het) pak dat de dra­ger iso­leert, o.a. te­gen infectie met een virus

isolatieverpleging (de) cohortverpleging

Italiaanse toestanden (de) tijdens de corona-uitbraak van begin 2020 de benaming voor de situatie waarin de uitbraak van een virus, m.n. het coronavirus SARS-CoV2- niet onder controle is

kuchscherm (het) scherm van (kunst)glas dat voor een kassa e.d. wordt geplaatst om infectie met een virus door aanhoesten te voorkomen, synoniem hoestscherm, kuchschot, zie ook niesscherm

kuchschot (het) kuchscherm

kudde-immuniteit (de) groepsimmuniteit

kweekstokje (het) stokje waarmee een kweekmonster uit de keel of neus van een individu wordt genomen om dit te testen op de aanwezigheid van een ziekteverwekker, in casu het coronavirus SARS-CoV-2

kwetsbare groepen (de) groepen individuen, zoals bejaarden en zieken, die een extra groot risico lopen op complicaties of de dood als gevolg van een infectie

leeftijdsquarantaine (de) quarantaine voor mensen op leeftijd, die extra kwetsbaar zijn wanneer ze besmet raken met een virus

lichaamscondoom (het) (schertsend) isolatiepak

lockdown (de) noodmaatregel of noodtoestand waarbij een land, streek, stad of gebouw niet mag worden betreden of verlaten vanwege een gevaar of de dreiging van gevaar, bv. een virusinfectie: in lockdown gaan; Engels

lockdownen (werkwoord) 1 (onovergankelijk; lockdownde, is gelockdownd) in lockdown gaan 2 (overgankelijk; lockdownde, h. gelockdownd) (mbt. een gebouw, stad, land) op grond van een noodmaatregel in lockdown doen gaan

lockdownkilo (de) coronakilo

lockdownparty (de) party georganiseerd en bezocht door mensen die een lockdown ten gevolge van een grootschalige uitbraak van een virusinfectie niet ernstig nemen; Engels

lockdownpopulisme (het) vorm van populisme waarbij wordt ingespeeld op de angst voor virusverspreiding door een strenge lockdown van het land te eisen

longvirus (het) virus dat een ziekte aan de luchtwegen kan veroorzaken, zoals het coronavirus 

luchtmuur (de) door een overheidsinstantie ingestelde blokkade om met een vliegtuig naar een bepaalde bestemming te reizen

medische crisis (de) crisissituatie waarbij de volksgezondheid in het geding is, synoniem witte crisis

milde klachten (de) ziekteklachten die niet ernstig zijn en waarvoor meestal geen arts geraadpleegd hoeft te worden

mitigatie (de) het zo draaglijk mogelijk maken van een ziekte

mitigatiefase (de) fase waarin de medische zorg zich erop toespitst de ziektelast voor kwetsbare patiënten zo draaglijk mogelijk te maken, volgt op de -> indammingsfase 

mondkapje (het) kap­je dat de lucht filtert en dat voor de mond ge­dra­gen wordt, bv. ter voorkoming van besmetting met een virus; synoniem mondmasker

mondkapjesdiplomatie (de) vorm van diplomatie, gekenmerkt door het leveren van medische hulpmiddelen aan door corona getroffen landen: de Chinese mondkapjesdiplomatie

mondmasker (het) mondkapje

muur van immuniteit (de) metafoor ter aanduiding van de bescherming die groepsimmuniteit biedt aan (kwetsbare) mensen die nog niet besmet zijn met een bepaald virus

natuurlijke infectie (de) infectie waarbij een ongevaccineerde persoon besmet wordt met een levend virus in plaats van met een vaccin: een natuurlijke infectie doormaken

never waste a good crisis catchphrase of spreekwoord ter aanduiding dat je een crisissituatie moet benutten ter verbetering van de economie, de maatschappij e.d.; Engels, ontleend aan een uitspraak van Winston Churchill: Never let a good crisis go to waste

niesschaamte (de) het gevoel dat iemand die niest zich schaamt voor zijn aanwezigheid in het gezelschap van anderen, die weleens zouden kunnen denken dat hij een ziekte heeft waardoor hij anderen zou kunnen besmetten

niesscherm (het) scherm van (kunst)glas dat voor een kassa e.d. wordt geplaatst om infectie met een virus door aanniezen te voorkomen, 

onderliggend lijden (het) chronische gezondheidsklachten die geen verband houden met een acute aandoening, maar de behandeling hiervan vaak wel bemoeilijken, zoals diabetes en hart- en vaatziekten

onthamsteren (werkwoord) houdbare levensmiddelen die je al heel lang in huis hebt in een maaltijd verwerken

ophokken (hokte op, h. opgehokt) 1 (eigenlijk van landbouwhuisdieren, zoals kippen en varkens) bij een uitbraak van vogel- of varkensgriep e.d. in afgesloten ruimten plaatsen en niet naar buiten laten gaan 2 (figuurlijk, van mensen) in isolatie plaatsen

ouderenuurtje (het) uur dat supermarkten uitsluitend toegankelijk zijn voor ouderen

pandemie (de) zich over een groot deel van het aard­op­per­vlak, m.n. een con­ti­nent of al­le con­ti­nen­ten, ver­brei­den­de ziek­te, synoniem: wereldwijde epidemie; ontleend aan Frans pandémie, dat teruggaat op het Griekse woord pandèm(i)os, van pan [ge­heel] + dèmos [volk]

pandemierooster (het) werkrooster dat medici en verpleegkundigen hanteren tijdens een epidemie of pandemie, bv. 3 dagen 12 uur werken afgewisseld door 1 dag vrij

paniekhamsteren (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) hamsteren uit paniek of vrees dat producten uitverkocht raken of je zelf niet meer in staat bent te gaan winkelen, bv. coronahamsteren

paniekwinkelen (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) winkelen waarbij je blindelings producten koopt omdat je denkt dat ze binnenkort uitverkocht zullen zijn of dat de winkel gesloten zal worden

PCR-techniek (de) techniek om via polymerasekettingreactie een hoeveelheid DNA, bv. van een virus, te reproduceren om de aanwezigheid van het virus aan te tonen; samengesteld met de Engelse afkorting PCR, Polymerase Chain Reaction (polymerasekettingreactie)

physical distancing (de en het) het bewust fysiek afstand houden tot anderen, m.n. ter voorkoming van een virusbesmetting; Engels

postsymptomatische besmettelijkheid (de) verschijnsel dat een besmettingsbron een infectieziekte zoals corona kan overdragen op een ander nádat hij of zij de ziekte heeft doorgemaakt

presymptomatische besmettelijkheid (de) verschijnsel dat een besmettingsbron een infectieziekte zoals corona kan overdragen op een ander vóórdat hij of zij zelf ziekteverschijnselen vertoont 

qaly (de) letterwoord van quality-adjusted life year, door een medisceh be­han­de­ling toe­ge­voegd le­vens­jaar, ge­cor­ri­geerd voor de kwa­li­teit van dat le­vens­jaar (m.n. ge­re­la­teerd aan de kos­ten van die be­han­de­ling); Engels

quarantaine (de) ge­dwon­gen of vrijwillig ver­blijf in afzondering ge­du­ren­de zekere tijd, m.n. van iemand die een besmettelijke ziekte heeft of ervan verdacht wordt zo’n ziekte te hebben of te kunnen verspreiden: in quarantaine gaan; Frans, ontleend aan het Venetiaanse woord quarantena (een variant van Italiaans quaranta giorni: veertig dagen), dat in de 14de eeuw diende ter aanduiding van de isolatie van schepen uit verre landen die de haven van Venetië aandeden; Zulke schepen werden – geïnspireerd op de veertigdaagse vastenperiode – veertig dagen geïsoleerd om verspreiding van besmettelijke ziekten te voorkomen

quarantinderen (onovergankelijk werklwoord; quarantinderde, h. gequarantinderd) tinderen terwijl je in quarantaine zit en dus geen fysieke ontmoetingen kunt arrangeren; porte-manteauwoord van quarantaine + tinderen

raambezoek (het) raamvisite, zie ook zwaaibezoek

raamvisite (de) visite waarbij je bij iemand langsgaat, simpelweg omdat je die persoon niet alleen wilt spreken maar ook even wilt zien, maar met wie je – om besmetting te voorkomen of te vermijden – alleen achter (het venster)glas kunt communiceren door middel van gebaren

raamzwaaien (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) zwaaien naar elkaar met een raam ertussen

reset (de) toestand waarin je, bv. na een crisis, je hele leven of de hele economie opnieuw moet inrichten, afgestemd op nieuwe inzichten; Engels

ringbestrijding (de) bestrijding van een epidemische infectieziekte door de infectiehaard te isoleren, evenals de kringen van personen rond die infectiehaard

risicocontact (het) iemand met wie je contact hebt (gehad) met een verhoogd risico op het hebben en verspreiden van het coronavirus SARS-CoV-2

SARS (de) besmettelijke, ernstige ziekte van de luchtwegen, veroorzaakt door een coronavirus; Engels, afkorting van severe acute respiratory syndrome

SARS-CoV-2 (de) internationale benaming voor het coronavirus dat in 2019 in China uitbrak en vervolgens een pandemie veroorzaakte, waarbij patiënten onder meer lijden aan (ernstige) klachten aan de luchtwegen, koorts en soms een longontsteking

schijt-aan-coronafeestje (het) feestje georganiseerd en bezocht door mensen die het coronavirus en een lockdown ten gevolge van een grootschalige corona-uitbraak niet serieus willen nemen, zie ook lockdownparty

Skypevisite (de) virtuele visite met behulp van de app Skype, bv.  aan iemand die tijdens een virusepidemie in quarantaine zit

snotterschaamte (de) het gevoel dat iemand met een loop- of snotneus zich schaamt voor zijn aanwezigheid in het gezelschap van anderen, die weleens zouden kunnen denken dat hij een ziekte heeft waardoor hij anderen zou kunnen besmetten

social distancing (de en het) het mijden van openbare gelegenheden, bv. tijdens een epidemie of pandemie ter voorkoming van ziekteverspreiding, en het afstand houden van anderen in het algemeen; Engels, letterlijk: afstand houden in het sociale verkeer

sociale distantie (de) zie -> social distancing

sociale onthouding (de) het (tijdelijk) tot een minimum beperken van sociale contacten in de fysieke wereld, bv. tijdens een epidemie ter voorkoming van nieuwe besmettingen

spoedbed (het) ziekenhuisbed dat gereserveerd is voor spoedgevallen

spoedtent (de) triagetent

straatschaamte (de) schaamte die iemand ervaart wanneer hij of zij tijdens een (gehele of gedeeltelijke) lockdown op straat is, bv. om de noodzakelijke boodschappen te doen, zie ook buitenschaamte

subklinische besmetting (de) virusbesmetting waarbij de geïnfecteerde bijna geen ziekteverschijnselen vertoont, bijna-synoniem asymptomatische besmetting

superbesmetter (de) superverspreider

superverspreider (de) iemand die (als een van de eersten) besmet is met een virus en vervolgens veel anderen infecteert, synoniem superbesmetter

thuisblijfplicht (de) plicht om thuis in quarantaine te blijven, ter voorkoming van de verspreiding van een infectieziekte

thuisisolatie (de) vorm van isolatie waarbij iemand die een besmettelijke virusinfectie heeft tijdelijk in zijn eigen huis in afzondering verblijft

thuisquarantaine (de) vorm van quarantaine die inhoudt dat je gedurende een bepaalde periode je huis niet mag verlaten

TOGS-regeling (de) financiële regeling voor ondernemers die door de maatregelen tegen het coronavirus getroffen zijn; gedeeltelijke afkorting van Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren

toogviroloog (de) leek die als dilettant op het gebied van de virologie nepinformatie verspreidt over een virus, de overdracht daarvan en/of de behandeling ervan

triagetent (de) tent geplaatst bij een ziekenhuis waarin tijdens een epidemie beoordeeld wordt bij welke patiënten ziekenhuisopname noodzakelijk is en bij welke niet, onder meer bedoeld om de risico’s te verkleinen om een infectieziekte ongecontroleerd in een ziekenhuis te introduceren

twitterviroloog (de) leek die op Twitter kritisch schrijft over de maatregelen die echte virologen hebben geadviseerd ter bestrijding van een infectieziekte zoals COVID-19

virusangst (de) angst voor besmetting met een virus, synoniem virusvrees

virusdiplomatie (de) diplomatie in de vorm van het bieden van medische hulp en hulpgoederen bij een virusuitbraak, het delen van medische kennis; zie ook coronadiplomatie en mondkapjesdiplomatie 

virusstad (de) stad van waaruit zich een virusepidemie (over de wereld) heeft verspreid, zoals de Chinese stad Wuhan

virusuitbraak (de) uitbraak van een virusziekte

virusvrees (de) virusangst

virusvrij (bijvoeglijk naamwoord) geen virus dragend; waarin of waarop geen virus is aangetroffen

vitale processen (de) processen die een samenleving draaiende houden in tijden van crisis

voetgroet (de) begroeting waarbij men elkaar met de voeten aanraakt, ter voorkoming van huid-huidcontact, m.n. om verspreiding van een virus te voorkomen

voetkus (de) voetgroet

vuur bestrijden met een blinddoek om door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) geïntroduceerde metafoor ter uitdrukking dat er een grootschalige virusinfectie of een pandemie bestreden moet worden terwijl je de aard van de virusverspreiding noch de mensen die het virus verspreiden goed in kaart hebt

wandelschaamte (de) schaamte die iemand voelt wanneer hij of zij tijdens een intelligente lockdown toch een wandelingetje gaat maken, m.n. als blijkt dat meer mensen dat doen en het daardoor druk is op de wandelpaden 

wc-papierschaamte (de) 1 schaamte die een campingtoerist ervaart als hij of zij met een rol toiletpapier naar het sanitair gaat 2 schaamte die een supermarktbezoeker ervaart als hij wc-papier hamstert

weigerklant (de) klant van een supermarkt die weigert zich te houden aan het winkelprotocol

winkelprotocol (het) geheel van regels die gelden voor medewerkers en klanten van een winkel of supermarkt, bv. tijdens een virusuitbraak ter voorkoming van besmettingen

winkelschaamte (de) schaamte die iemand ervaart die tijdens een lockdown naar de winkel gaat om boodschappen te doen

witte crisis (de) crisissituatie waarbij de volksgezondheid in het geding is, synoniem medische crisis

wuhanshake (de) begroeting waarbij twee mensen elkaar eerst met de binnenkant van hun (geschoeide) voet aantikken, waarna ze datzelfde gebaar met de linkervoeten maken; samengesteld van de naam van de Chinese stad Wuhan, waar eind 2019 de besmettelijke virusziekte COVID-19 uitbrak, waardoor een alternatief voor handenschudden noodzakelijk werd, + het laatste deel van Engels handshake (handdruk)

wuhanvirus (het) informele benaming voor het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2; samengesteld van de naam van de Chinese stad Wuhan, waar eind 2019 de besmettelijke virusziekte COVID-19 uitbrak

zelfisolatie (de) vrijwillige isolatie: in zelfisolatie gaan

zelfquarantaine (de) vrijwillige quarantaine: in zelfquarantaine gaan

ziektepiramide (de) voorstelling van een virusuitbraak als een piramide, met aan de basis een groot aantal ziektegevallen gekenmerkt door een  asymptomatisch of uiterst mild ziekteverloop en aan de top een relatief klein aantal ziektegevallen gekenmerkt door ernstige klachten en een behoefte aan intensieve zorg

zoönose (de) ziekte die van dieren op mensen is overgegaan; ge­vormd van zōion  (levend wezen, dier) + Grieks nosos [ziek­te]

zorgapplaus (het) applaus van veel mensen op allerlei plaatsen voor alle mensen die werken in de zorg, m.n. als uiting van waardering voor al het werk dat mensen verrichten die  in de zorg werkzaam zijn

zorgheld (de) iemand die onder moeilijke omstandigheden, m.n. de uitbraak van het coronavirus, werkzaam is in de zorg

zwaaibezoek (het) bezoek aan de woning van iemand die vanwege de coronacrisis geen fysiek bezoek mag ontvangen, waarbij je het contact beperkt door enige tijd naar elkaar te zwaaien voor het raam , zie ook raambezoek

Vond u dit artikel interessant? Sponsor de Taalbank dan veilig via Ideal of Paypal!







Totaal

6 Antwoorden

  1. Nog een paar anderen die ik tegenkwam in het wild: coronaverveling, coronatest, coronalockdown, lockdownfeestje, coronalezen, coronabingo, corona-vluchtelingen, coronatijden, corona-verslaggeving, coronaregering, coron

  2. Nog een aanvulling: spuugschot

  3. Ik vind “corontaine” een leuk woord. Het is een samenvoeging van corona en quarantaine. In quarantaine gaan omwille van het corona-virus.

  4. Voorstel: voeg ‘coronageneratie’ toe.

  5. Super! Ik heb het gedeeld via Twitter en mijn Facebookpagina. Ik liep er vanmorgen ook zelf over na te denken hoe leuk het zo zijn om al die coronawoorden eens te verzamelen en te delen.
    Top gedaan, Ton!

    Mijn bijdrage:
    coronakapsel: (ongewenst) kapsel waarmee je rondloopt nu kappersbezoek niet mogelijk is: te lang haar, niet meer in model.

    Marina Kapteyn, Alphatekst
    p.s. staat coronawoord al in het woordenboek?

  6. Hallo, interessant.
    Bestaat er ook zo’n overzicht in andere talen? Ik denk in eerste instantie aan Frans, Engels en Duits?
    Zou handig zijn.

Laat een reactie achter