crybully

crybully

geplaatst in: Woord van de dag | 14

Vorige week schreef Trouw over een betrekkelijk nieuw fenomeen: crybully’s.

Op de sociale media kennen we de cry-bully. Wat is dat? Het gaat om een bully – een bullebak, iemand die krenkt en kwetst. Zolang de cry-bully niet wordt tegengesproken, gaat hij of zij met dat krenken door. Krijgt de cry-bully tegengas, dan gedraagt de cry-bully zich opeens als slachtoffer. Eerst krenken en kwetsen, dan kermen en klagen.

Aanleiding voor het artikel was een incident met Denk-parlementariër Özturk, die vorige week in de Kamer een Koerdisch-Nederlandse collega van de SP betichtte van terroristische sympathieën en daar door de onvolprezen voorzitter van de Tweede Kamer op werd aangesproken, waarna hij huilie-huilie ging doen bij zijn achterban omdat hij vond dat zij hem monddood had gemaakt.

Een crybully dus. Maar de auteur van het artikel vond eigenlijk wel dat er een Nederlands woord voor moest komen:

Dankzij zo’n woord als cry-bully, kun je dit soort gedrag benoemen. En als je het kunt benoemen, ga je het herkennen. En als je het herkent, kun je het ontmaskeren: weer zo’n cry-bully, kun je zeggen tegen iemand die krenkt en kermt. We moeten er alleen nog een Nederlands woord voor bedenken.

Wijzelf hadden er al over nagedacht en waren tot huilebak gekomen, een samentrekking van huiler en bullebak, die echter verwarring kan oproepen me huilebalk. Vandaag komt een ingezondenbrievenschrijver met een ander voorstel:

Naar aanleiding van Hans de Bruijn in L&G (15 juni), een suggestie. Een Nederlands woord voor cry-bully: huilmuil.

Eigenlijk is huilmuil al bezet. Van Dale omschrijft huilmuil als een niet-algemene term voor ‘iemand die veel huilt’. Het bullebakkerige aspect ontbreekt. Misschien zijn er nog andere suggesties, anders is te verwachten dat het woord crybully toch weleens ingeburgerd kan raken in onze taal, al was het maar omdat het toch handig is zo’n huilbullebak te kunnen benoemen.

Definitie

crybully (de, crybully’s) iemand die voortdurend anderen kwetst en beledigt, maar zichzelf als slachtoffer profileert als hijzelf op z’n plek wordt gezet of tegengas krijgt, Engels

Vond u dit artikel interessant? Sponsor de Taalbank dan veilig via Ideal of Paypal!







Totaal

14 Antwoorden

  1. Irma Hertogs

    Een bullebakjanker

  2. Ik meen in een “bullekermer” de bullebak en de huilebalk te verenigen.

  3. Huilbullebak is OK voor mij; is duidelijk en schept geen verwarring.

  4. Wim van Kuijk

    Bullebalk?
    Machobaby?
    Krenkermer?

  5. Huil-hufter klinkt goed maar omdat het pesten vooraf gaat aan de doorzichtige slachtofferrol is treiter-sukkel misschien beter.
    Omdat als het komt tot de slachtofferrol was het treiteren nogal klungelig dus gaat het eigenlijk om een treiter-klungel?

  6. Emiel Bootsma

    Een crybully is eigenlijk een hypocriete pester. Alleen zou ‘hypopester’ ook een andere betekenis kunnen hebben vanwege het in andere samenstellingen bekende voorvoegsel ‘hypo’.
    Het gebruik van het woord ‘pester’ in een een nieuwe samenstelling lijkt me echter wel wenselijk. Het dekt de landing ook beter dan ‘bullebak’, omdat die niet per definitie hoeft te pesten.
    Daarom als eerste optie: ‘huilpester’.
    Huilen heeft echter een relatief neutrale betekenis. Iemand van wie we het op de een of andere manier niet logisch vinden dat hij zijn tranen laat vloeien, noemen we eerder een janker dan een huiler.
    Daarom als tweede en in mijn ogen betere optie: ‘jankpester’. Dat staat ook dichter bij het Engelse ‘crybaby’, waarop ‘crybully’ duidelijk is gebaseerd.

  7. Gé van Gasteren

    Als “bullebak” voor “bully” gebruikt wordt (bij mij betekent het toch wat anders, maar goed, de gelijkenis op “bully” kan wel helpen bij de acceptatie) lijkt me “huilbullebak” uitstekend passen voor “crybully”.
    Het heeft het voordeel dat het een additie gebruikt, zodat het meteen duidelijk is dat het een soort bullebak is. Dat is niet het geval bij “huilmuil”.

    Als alternatief kan wat mij betreft heel goed de combinatie “bullie” en “huilbullie”. Het is dan wel een import-woord, maar met Nederlandse uitspraak – een compromis met wellicht viraal-potentiaal 🙂

  8. A.F.Th. Bergman

    Brullebak!

  9. Ingeborg Breuers

    “jankpester” – heeft mijn voorkeur bij de bovengenoemde suggesties (kan zelf geen nieuwe suggestie bedenken).

    – janken klinkt negatiever dan huilen en “pester” komt meer overeen met het gedrag van de persoon, die
    medemensen voortdurend krengt.

  10. Een stankerjanker: Sta niet van stank (vieze, “slechte” geur en janker van zgn. zielige huilerd)

  11. Een stankerjanker: Stanker van stank (vieze, “slechte” geur) en janker van zgn. zielige huilerd.

  12. krenkermer vind ik goed gevonden; geeft ook aan dat er eerst gekrenkt en daarna gekermd wordt…

  13. Jankjenner (van janken + jennen). Allitereert ook lekker.

  14. J. van Helfteren

    in eerste instantie dacht ik aan huilhufter, maar ik zag dat de heer Eland dat al gesuggereerd had met de nodige scepsis.
    Daarom denk ik dat “brulpieper” een beter voorstel is.
    Met vriendelijke groet,
    José van Helfteren

Laat een reactie achter