bomenaflaat

bomenaflaat

geplaatst in: Woord van de dag | 0

Oude rooms-katholieke tradities herleven dankzij onze schuldgevoelens over de klimaatverandering. Daar spelen bedrijven handig op in, suggereert Sheila Sitalsing vandaag in haar Volkskrant-column. Die gaat over het plan van Shell de fossiele automobilist voor elke liter brandstof een cent extra te laten betalen, waarmee Shell een programma voor het aanplanten van bomen elders op de wereld wil gaan opzetten om zo de CO2-uitstoot per gereden kilometer te compenseren.

Met zijn centjes koopt de fossiele rijder dus als het ware zijn klimaatschuld af en kan hij zonder schuldgevoel verder rijden. Sitalising noemt deze afkoop van het CO2-schuldgevoel een bomenaflaat, en dat is meteen een nieuw woord.

Zo’n bomenaflaat  is in feite een type CO2-aflaat, een woord dat al in 2008 zijn debuut maakte in onze taal. Voor datzelfde fenomeen wordt trouwens ook weleens met het mooi assonerende woord klimaataflaat gebruikt, waarmee wordt gedoeld op een financiële bijdrage aan enige vorm van klimaatcompensatie om iemands schuldgevoelens te dempen.

Definitie

bomenaflaat (de, bomenaflaten) financiële bijdrage aan de aanplant van bomen om de kli­maat­ef­fec­ten van broei­kas­gas­sen te compenseren,.m.n. ter bestrijding van iemands schuldgevoelens over zijn medeverantwoordelijkheid voor de klimaatverandering

Laat een reactie achter