kooprush

kooprush

geplaatst in: Woord van de dag | 0

Het consumentisme viert dezer dagen – in aanloop naar de feestdagen – hoogtij. Zo is het vandaag Black Friday (koopjesvrijdag vertaalt De Telegraaf – een nieuw begrip?). Black Friday is een marketinginstrument dat is komen overwaaien uit de Verenigde Staten en dat sinds een paar jaar ook met succes in Nederland en België wordt toegepast.

Het zal wel komen doordat de consument dit jaar voor het eerst denkt dat de kredietcrisis weer helemaal achter ons ligt. De opluchting daarover zorgt ervoor dat dit jaar ook in onze contreien het koopfeest der commercie hartstochtelijk wordt gevierd.

Tussen twee haakjes: over de etymologie van Black Friday doen allerlei verhalen de ronde: ‘Vaak wordt gedacht dat Black Friday zo heet omdat de winkels uit de rode cijfers raken’, schrijft De Telegraaf vandaag, ‘Maar de naam zou voor het eerst in 1965 zijn opgedoken in Philadelphia om de enorme files aan te duiden van mensen die weer in hun auto stappen na het familiebezoek.’

Het Algemeen Dagblad geeft nog een paar adviezen voor Black Friday. Een daarvan luidt: ‘Kijk voordat je naar de winkel rent eerst even rond in je woonkamer, keuken of kledingkast. Zijn er dingen die je echt nodig hebt? Anders beland je in een ‘kooprush’ en kom je gegarandeerd met spullen thuis die je niet per se nodig hebt.’ Kooprush, dat ook eerder dit jaar al eens in de media figureerde, maakt duidelijk dat het woord waarmee het samengesteld is, rush, er een betekenis bij krijgt: opwelling. Want met de kooprush wordt kennelijk zoiets bedoeld als ‘toestand waarin iemand verkeert die in een opwelling haast dwangmatig allerlei zaken aanschaft’.

Zucht, en dan krijgen we maandag ook nog eens Cyber Monday – nóg meer commerciële nieuwlichterij.

Laat een reactie achter