bevrijen

bevrijen

geplaatst in: Actueel | 0

‘Eene vrouw ten huwelijk krijgen na om haar te hebben gevrijd. Thans niet gewoon.’ Zo omschreef het Woordenboek der Nederlandsche Taal het werkwoord bevrijen in het jaar 1900. Als het woord ruim een eeuw geleden al ‘niet gewoon’ was, dan moet het nu wel totaal verouderd zijn, zou je denken.

Maar nee, vandaag bezigde FvD-politicus Theo Hiddema het in een nu al omstreden uitspraak in een interview:

 

Weliswaar staat bevrijen niet in de Dikke Van Dale (daar heeft het nooit als lemma in gestaan), maar daaruit kun je niet concluderen dat het woord helemaal nooit wordt gebruikt. Tommy Wieringa schreef een paar jaar geleden: ‘Twee dikke houtduiven bevrijen elkaar op een tak voor het raam.’ En een oude dame uit Breda die vlak na de oorlog getrouwd is met een Pool, vertelde in 2016 nog aan een krant (BN/DeStem): ‘De Polen hebben Breda bevrijd en de meisjes bevreeën.’

Bevrijen is dus een verouderd woord, dat echter zo nu en dan toch nog in hedendaagse teksten opduikt. Daarom kunt je bevrijen het best een archaïsme noemen. Zo’n archaïsme past goed bij de wat oubollige stijl van Hiddema, die zich immers wel vaker van zulke ouderwetse taalvormen bedient: forward to the past. Hiddema had natuurlijk – veel moderner – het hof maken, beminnen of desnoods versieren kunnen gebruiken in plaats van bevrijen. Maar dan had hij zijn op zichzelf niet onaardige woordspeling met het werkwoord bevrijden niet kunnen maken in de passage ‘die willen niet bevrijd worden’. Vandaar dat bevrijen vandaag even terug is van eigenlijk nooit helemaal weggeweest.

 

Laat een reactie achter