regenboogtaal

regenboogtaal

geplaatst in: Woord van de dag | 1

‘Goedemorgen dames en heren,’  begint Jean Pierre Geelen vanochtend zijn column in De Volkskrant. Om zich meteen te herstellen: ‘O god, daar ga ik al. Opnieuw. Lieve lezer.’

Regenboogtaal luidt te titel van die column en hij (column is vooralsnog een mannelijk woord) gaat natuurlijk over het voornemen van Amsterdam om voortaan ‘inclusieve taal’ te gebruiken, taal waarin geen onderscheid wordt gemaakt tussen mannen en vrouwen. Mannen en vrouwen in Amsterdam worden vanaf nu namelijk niet meer als dames en heren aangesproken, maar als geachte Amsterdammers, lieve mensen, beste grachtengordeldieren.

Die genderneutrale aanspreking lijkt het logische vervolg op de genderneutrale toiletten in ’s lands hoofdstad. Maar of het gaat werken? ‘Niemand uitsluiten. Een mooi streven,’ schrijft Geelen; ‘Maar in de drang naar totale gelijkheid dreigt het gevaar dat verschillen niet mogen bestaan, laat staan benoemd. Dat leidt tot taalkramp.’

Geelen voorziet nog een lange weg: ‘Amsterdammers die met hun kwaal worden doorverwezen naar het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis: de taxichauffeur kent alleen nog het ‘Onze Lieve LBHTIAtotZ-verzorgertehuis’. (…) Aanstaande zondag zal het Urker Mensenkoor tot u zingen: De Mens is mijn herder.’

Herder? Kan dat genderspecifieke woord dan nog wél, Jean Pierre? Of moeten genderspecifieke persoonsaanduidende achtervoegsels als -er, -ster, -icus en -ica, -ing en -inge ook worden vervangen door regenboogwoordenHerdmens in plaats van herder. Bakpersoon in plaats van bakker. Kunstwezen in plaats van kunstenaar of kunstenares.

En hoe zit het eigenlijk met al die andere woorden en namen? Als de regenboogtaal ook buiten de Grachtengordel verplicht wordt, kan Zeeman in de provincie ook wel zijn winkels gaan sluiten, moeten mevrouw en meneer Leenmans uit Deventer op zoek naar een andere naam, raken de kruidenvrouwtjes bij ons in het dorp brodeloos, zijn de roddeltantes uitgepraat, mag de leuke oom geen grappen meer maken en gaat de spermabank tevergeefs op zoek naar spermavaders.

Sterven we uiteindelijk toch nog vanzelf uit.

Eenheidsdrift is doodsdrift, wie zei dat ook alweer?

Vanochtend fantaseerden wij even wat de verplichte invoering van de regenboogtaal aan werk oplevert voor de Dikke Van Dale. Ruim 7000 lemma’s bevatten het woord man of vrouw – al die lemma’s moeten wellicht herschreven worden. Meer dan duizend lemma’s bevatten het woord jongen of meisje, in ruim 500 lemma’s figureert het woord vader, ongeveer duizend artikelen bevatten het woord moeder. En dan hebben we het nog niet gehad over seksebepaalde woorden als matroos, schipper, deerne, cowboy, callgirl.

En heeft de regenboogtaal misschien ook nog consequenties in de dierenwereld. Mag je je labrador nog wel een reu noemen en je poedel een teefje.

Inclusiviteit is prachtig, hoor, daar niet van, wij omarmen iedereen. Maar taal is onderscheidend. Daarom zijn er ook zoveel woorden. Die komen voort uit distinctiedrift (‘distinctiedrift is levensdrift’ staat op het tegeltje boven ons bureau) en het verlangen zo precies mogelijk – dus met exclusieve woorden – de dingen te verwoorden en de mensen te benoemen.

UPDATE: op zaterdag 29 juli schreef ik een stukje over dit onderwerp in Trouw.

 

Een Antwoord

  1. Goed stukje. Ik denk dat er altijd gekeken moet worden naar een tussenweg, waarbij je in ieder geval ervoor zorgt dat mensen zich niet voelen buitengesloten. Het af en toe gebruiken van oeroude genderstereotyperende lemma’s valt prima in historisch perspectief te plaatsen, maar simpel ‘hij’ of ‘zij’ gebruik is gemakkelijk te omzeilen lijkt me.

Laat een reactie achter