pleisterpaniek

geplaatst in: Woord van de dag | 0

Pleisterpaniek, je zult er maar last van hebben. Vandaag schrijft Trouw erover: ‘Dochter vlucht weg voor de pleisters op de knieën van haar broertje. Wat doe je tegen irrationele angst?’ En dat allemaal onder de kop ‘Pleisterpaniek bij een achtjarige, hoe serieus is zo’n fobie?’ Waarmee pleisterpaniek meteen debuteert in onze taal. Want op internet was dit woord vóór vandaag niet te vinden.

Pleisterpaniek allitereert mooi. Het woord is echter niets meer dan een gelegenheidssamenstelling. De kans dat het ingeburgerd raakt is dan ook minimaal.

In het artikel wordt de pleisterpaniek een fobie genoemd, maar deze fobie krijgt geen eigen naam. Misschien is die er ook niet: in de bekende lijsten van fobieën is deze fobie niet te vinden. Hebben we te maken met een nog onbeschreven fobie, of moeten we beter zoeken?

Op Engelstalige websites is ook niet veel over deze irrationele angst te vinden. Een handvol keren wordt de angst voor pleisters angiohemophobia genoemd, maar dat woord zou ook gebruikt kunnen worden voor de niet eens zo heel irrationele angst voor gesprongen bloedvaten.

Je zou pleisterpaniek ook pittakionofobie kunnen noemen, een vertaling van het Engelse woord pittakionophobia. Daarmee wordt gewoonlijk de irrationele vrees voor(dingen met) plakkers en stickers (erop) aangeduid, maar mensen die lijden aan pittakionofobie noemen ook hechtpleisters wel als objecten van hun vrees. Pittakionofobie is gevormd met het Griekse woord pittákion (onder meer schrijfplankje), dat ten grondslag ligt aan het Latijnse woord pittacium , dat onder meer stukje linnen met zalf betekent, een pleister dus.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.