spierwild

spierwild

geplaatst in: Woord van de dag | 0

Judocoach Maarten Arens, die dit weekend met zijn team in Parijs moet aantreden op een groot judotoernooi, is enigszins beducht voor de Aziatische tegenstanders. Vooral de Japanners zijn sterker dan ooit, zegt hij vandaag in het Algemeen Dagblad. Hoe dat komt? ‘Japan heeft in Londen heel slechte Olympische Spelen beleefd. Mede daarom zijn ze nu spierwild.’

Spierwild. Het woord is niet nieuw, maar wel ongebruikelijk en je treft het vrijwel nooit in een krant aan. En als het daarin opduikt, dan wordt het de laatste tijd bijna steevast opgetekend uit de mond van judoka’s. Zo vertelde een judoka in 2000 over Nakamura, de wereldkampioen van 1993: ‘Hij werd door zijn coach terug de mat op gestuurd, het werd een soort erekwestie. Ik was spierwild, ik vond het prachtig, dat is de ware sportbeleving.’ En in 2006 zei judoka Elco van der Geest over een wedstrijd in een nieuwe gewichtsklasse: ‘ Ik was er mentaal helemaal klaar voor, ik was spierwild’ (beide citaten uit Trouw).

Dat wil niet zeggen dat spierwild alleen maar in judokringen wordt gebruikt. We herinneren ons het woord eens te hebben gelezen tijdens het carnaval van 1982. Een kroegbaas had besloten zijn café tijdens het carnaval te sluiten, want hij vond vier dagen tappen gewoon te zwaar: ‘Eén dag gaat nog wel, maar van een marathon van vier dagen word ik spierwild,’ zei hij tegen het Limburgs Dagblad. En in 1953 gebruikte een krant spierwild attributief in een bericht over Hollywood: ‘Het wordt zoetjesaan moeilijk voor Hollywood om spierwilde, beverfde inboorlingen te vinden, op wie naar hartenlust kan worden geschoten zonder dat er lastige menselijke gevoelens bij te pas behoeven te komen.’

Het enige alom bekende bijvoeglijke naamwoord met spier als eerste deel is spierwit. ‘Helemaal wit’ betekent dat woord. Het is oorspronkelijk gevormd met spier in de betekenis ‘het witte vlees van hoenderachtige vogels’.

Omdat spier in de betekenis wit hoendervlees niet meer courant is, is de kans groot dat dit element van spierwit nu als intensifier, als versterkend element, wordt opgevat, vergelijkbaar met spijker (in spijkerhard) en kei (in keigaaf). Met zo’n versterkend element kun je als taalgebruiker in principe naar believen adjectieven vormen. Dat zou kunnen verklaren waarom ook woorden als spierzwart, spiergeel, spiergeil en spierwarm (dichter Paul Snoek schreef ooit over het ‘spierwarm gevoel van zwarte aarde’) blijken te bestaan.

Als spierwild op deze manier gevormd is, is het ongetwijfeld het bekendste bijvoeglijk naamwoord met spier als louter versterkend eerste lid. Het moet dan zoiets betekenen als ‘heel wild’ en dan vooral wild in de betekenis ‘belust’, zoals in de uitdrukking ‘ergens wild op zijn’ (er dol of belust op zijn, het graag willen hebben).

Let op! Spierwild moet qua bouw niet worden verward met de woorden spierhard en spierstijf, waarin spier geen versterkend element is, maar verwijst naar het bekende lichaamsdeel. Couperus schreef bijvoorbeeld ruim 100 jaar geleden al: ‘Wie twintig jaar is, en zijn borst breed voelt en zijn armen spierhard (…) [kan] (…) ervan door (…) gaan naar de verre streken, waar de fortuin je wacht te midden van alle de wellusten, die de goden voor het geluk der menschen schiepen’. Overigens zijn er op internet ook nu nog hier en daar ‘hotties’ te vinden die ‘van spierharde armen’ houden. Spierstijf (‘spierstijve benen’), ten slotte, is simpelweg afgeleid van spierstijfheid.

Laat een reactie achter