kabouterplopbaard

geplaatst in: Woord van de dag | 0

Beroepsmatig kijken wij nu en dan naar voetbal op tv. En dus ook naar voetbalprogramma’s. Zo zaten we vorige week weg te suffen bij Voetbal Inside toen we opeens Johan Derksen hoorden praten over Nacer Barazite, de aanvaller van FC Utrecht. Die had op grond van zijn geloof geweigerd een vrouwelijke journalist een hand te geven, naar aanleiding waarvan Derksen hem begon af te branden. Daarbij viel het woord kabouterplopbaard. Nacer draagt namelijk een baard zonder snor. Vroeger noemden wij dat, afhankelijk van onze stemming, een professorbarabasbaard, een chriettitulaarbaard of gewoon een kabouterbaard. Die woorden – ook kabouterbaard – zijn kennelijk nooit ingeburgerd geraakt.

Maar goed, Derksen noemde de baard van Bazarite dus een kabouterplopbaard. Nu hadden we dat woord in huiselijke kring al weleens gehoord, maar het leek ons eigenlijk typisch thuistaal. Nu we het opnieuw checken in de corpora krijgen we echter een interessant beeld te zien: in de corpora met teksten die gepubliceerd zijn in kranten en tijdschriften., komt het woord niet of nauwelijks voor. In teksten op internet blijkt het daarentegen een doodnormaal woord te zijn. Zeker als je alle (foute) spellingvarianten – Kabouter Plop Baard, Kabouter Plopbaard, KabouterPlop baard – meetelt.

Dit resultaat maakt duidelijk dat je bij het beoordelen van de gangbaarheid van woorden en uitdrukkingen een omvangrijk, uit zeer diverse bronnen samengesteld corpus moet gebruiken. Dat wisten we al. Voor dit specifieke geval geldt bovendien dat je bij woorden waarvan de kans groot is dat ze op allerlei manieren gespeld worden, ook die foute spellingen bij het beoordelen van de woordfrequentie moet meetellen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.