mouthing

geplaatst in: Woord van de dag | 1

NRC Next schrijft vandaag over een Nederlandse taalwetenschapper, Richard Bank, die mondbewegingen van doofgeboren mensen heeft onderzocht: ‘Doofgeboren mensen versterken hun gebarentaal door met hun mond toch woorden te articuleren.’ Zulke mondvormen of mondbewegingen worden in de taal van de wetenschap mouthings genoemd.

Daar hoort natuurlijk een werkwoord bij en de taalwetenschapper in kwestie vertaalt ‘mondbewegingen maken’ dan ook als mouthen. Mondgebaren maken, zo zou je mouthen in een woordenboek kunnen definiëren. Maar waarschijnlijk heeft de geïnterviewde bezwaren tegen het woord mondgebaar, want hij gebruikt in plaats daarvan steevast de vagere termen mondvorm en mondbeweging. Of mouthen dus. Maar het is zeer de vraag of mouthen überhaupt wel in een Nederlands woordenboek hoort. Dat hybride, van oorsprong Engelstalige woord is vooralsnog ondoorzichtig, in tegenstelling tot de parafrase ‘mondgebaren maken’.

Datzelfde geldt voor mouthing. Dat ‘vreemde’ woord voor mondgebaar is in de internationaal georiënteerde wetenschap weliswaar relevant, maar in de gewone communicatie tussen Nederlandstaligen eigenlijk overbodig. We hebben immers al het woord mondgebaar, al staat dat nog niet in Van Dale.

Als krantenlezers vragen we ons dan ook af waarom een journalist de (vreemdtalige) wetenschappelijke term handhaaft en niet vervangt door een helder Nederlands alternatief. Als studenten leerden wij (vroeger) dat publieksgericht schrijven óók inhoudt dat je kritisch bent op onbekende, moeilijke, vreemde woorden die een geïnterviewde gebruikt en die als het even kan vervangt door omschrijvingen of ‘lekentermen’. Interviewde je bijvoorbeeld voor een publieksblad een arts die het had over osteoporose, dan maakte je daar botontkalking van.

Hoe dan ook, mondgebaar is een woord dat al behoorlijk oud is, maar nooit gangbaar is geworden. Guido Gezelle bijvoorbeeld heeft het in een van zijn gedichten over ‘moeders hand- en mondgebaar’ en in een vertaling van een boek van Desmond Morris wordt grijnzen een mondgebaar genoemd.

Mondgebaar is een samenstelling met gebaar waarin het eerste deel een lichaamsdeel noemt. Daar zijn er meer van, die vaak niet in het woordenboek staan. Zo zijn er behalve hand– en mondgebaren ook arm-, duim-, hoofd-, kin-, lip-, neus-, oog-, pink-, pols-, schouder-, tong-, vinger-, voet- en wenkbrauwgebaren; een vrouw die een man wil verleiden maakt een heupgebaar of borstengebaar en in het voetbalcommentaar is soms sprake van een beengebaar. Misschien moet het woordenboek eerst maar eens aangevuld worden met zulke samenstellingen met gebaar. Dat geeft journalisten ook wat meer zekerheid als ze ‘vreemde’ of wetenschappelijke termen door een gewoon woord willen vervangen.

  1. Richard Bank

    Het vertalen van het begrip ‘mouthing’ naar het Nederlands is niet zo makkelijk. De door u gesuggereerde term ‘mondgebaar’ is problematisch: mondbewegingen (‘mouth actions’ in mijn proefschrift) die gemaakt worden door gebaarders van Nederlandse Gebarentaal (NGT) kunnen grofweg worden ingedeeld in twee groepen. De kleinste groep wordt in het Engels ‘mouth gestures’ genoemd, en bestaat uit taaleigen mondgebaren (die weer in kleinere groepen zijn op te splitsen zoals mondgebaren die onlosmakelijk bij het manuele deel horen, of mondgebaren die de functie van een bijvoeglijk naamwoord hebben). De grootste groep mondbewegingen (‘mouth actions’) bestaat uit Nederlandse woorden, die in de Engelstalige vakliteratuur de laatste jaren meestal ‘mouthings’ worden genoemd. In de Nederlandstalige vakliteratuur worden die mouthings vaak ‘gesproken componenten’ genoemd. Omdat dat echter suggereert dat ze een onderdeel (component) van het NGT-lexicon zijn, iets wat ik in mijn onderzoek tegenspreek, heb ik ze in het interview ‘mouthings’ genoemd, bij gebrek aan een goede vertaling. Maar een mondgebaar is dus iets anders dan mouthing. Mondgebaar is een mooi woord, maar helaas dekt het de lading niet van wat ik wilde zeggen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *