pipoterie

pipoterie

geplaatst in: Woord van de dag | 0

Naar aanleiding van het verschijnen van de nieuwe Maarten! – het egozine rond de persoon Maarten van Rossem – schrijft Sylvain Ephimenco afgelopen zaterdag in Trouw: ‘Een historicus die de rol van mediaclown niet schuwt, is natuurlijk charmant. Maar vergist u zich niet: tussen de vele oneliners en pipoteries van Maarten zitten soms pareltjes die na het proesten tot nadenken kunnen stemmen’ (Trouw, 5-12-2009).

Pipoterie – we troffen het woord nog niet eerder aan in de Nederlandstalige media. Ook op Nederlandstalige websites komt het woord niet voor. Alleen op Franstalige internetpagina’s wordt pipoterie regelmatig aangetroffen. Uit de contexten waarin het op die Franstalige sites wordt gebruikt, kan met enige goede wil worden opgemaakt dat het woord zoiets betekent als ‘grappenmakerij’. In diezelfde betekenis lijkt ook Ephimenco pipoterie te gebruiken. Misschien heeft Ephimenco zich laten inspireren door het Frans, maar het is evenmin uitgesloten dat hij het woord zelf gevormd heeft op basis van pipo met een knipoog naar het in onze taal bekendere woord clownerie. Dat laatste woord betekent letterlijk ‘clownachtige streek’, dus malligheid, dwaasheid, grap, kortom iets wat de lachlust wekt. Een afleiding als pipoterie naar analogie van clownerie ligt wel voor de hand, aangezien pipo in het Nederlands als een synoniem van clown ingeburgerd is (de soortnaam pipo is daarbij gebaseerd op de eigennaam Pipo, de naam van een tv-clown uit de jaren vijftig en zestig).

Pipoterie is vooralsnog een eendagsvlieg, maar het is natuurlijk altijd mogelijk dat andere auteurs het woord oppikken en vervolgens opstoten in de vaart der volkeren. De kans dat dat gebeurt, is overigens vrij klein. Maar als dat gebeurt, zal pipoterie mogelijk net zo ingeburgerd raken als het synoniem clownerie.

Laat een reactie achter