bodemlozeputsyndroom

geplaatst in: Woord van de dag | 0

In Het Financieele Dagblad schrijft columnist en filosoof Sebastien Valkenberg vandaag over jeugdhulpverlening:

Nu al heeft één op de zeven kinderen behoefte aan jeugdhulp. Het resulteerde in een industrie die lijdt aan het bodemloze putsyndroom. Onlangs demonstreerden duizenden jeugdzorgmedewerkers op het Malieveld, onder meer voor extra geld. Nóg meer.

De correcte spelling is bodemlozeputsyndroom – één woord dus – maar is het ook een begrip?

Via Google blijkt dat de taalvorm vaker voorkomt, in allerlei spellingen. Uit de contexten blijkt dat het woord vooral in de jeugdzorg wordt aangetroffen, vooral kinderen die in hun jeugd te weinig aandacht hebben gehad of kinderen met een hechtingsstoornis zouden eraan lijden: je kunt ze in hun latere leven nog zoveel aandacht geven, genoeg is het nooit.

Valkenberg gebruikt het woord bodemlozeputsyndroom trouwens n een iets economische betekenis. Hij wekt de indruk dat de jeugdhulp niet alleen een vraagmarkt is, maar ook een aanbodmarkt: er is ‘een uitdijend aanbod’ aan hulpverleners, zelfs voor kinderen die even niet lekker in hun vel zitten. Hij typeert dat als hulpinflatie, trouwens ook een interessant onbekend woord.

Definitie

bodemlozeputsyndroom (het, g.mv. 1 verschijnsel dat iemand die als kind te weinig aandacht heeft gekregen in zijn latere leven enorm veel aandacht opeist, waardoor hij een enorm beslag legt op de (jeugd)hulpverlening

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.