haatlozing

geplaatst in: Woord van de dag | 0

Afgelopen zaterdag maakte het woord haatlozing zijn mediadebuut. In haar column in het Algemeen Dagblad schreef Saskia Noort over de tsunami van haatberichten die ze op Twitter over zich uitgestort kreeg nadat ze een week eerder een kritische column had geschreven over het Nederlandse asielbeleid inzake de vluchtelingen in Moria. Noort schrijft:

Een vrouw met een mening, daar moet een haatbukkake overheen. Dank Stella Bergsma, voor deze uitdrukking, want een bukkake, dat was het. Haatlozing na haatlozing (copyright Stella Bergsma) werd over me uitgerukt door anoniemen.

Het woord haatlozing stelt het ongebreideld plaatsen van anonieme haatberichten op sociale media (het uitstorten van kritiek) voor als een handeling met een seksuele component, want haatlozing is gebaseerd op de (vrijwel onbekende) collocatie haat lozen (haat verspreiden), maar rijmt natuurlijk niet voor niets op zaadlozing. Haatlozing suggereert dan ook dat haters op Twitter ‘erop klaarkomen’ als ze iemand kunnen affakkelen.

De associatie van iets lelijks, iets uitermate agressiefs en destructiefs (haatberichten verspreiden) met iets seksueels dat in zijn biologische essentie niet agressief maar juist creatief is (een zaadlozing heeft vanuit sociobiologisch oogpunt immers als functie de menselijke soort in stand te houden) heeft iets ongemakkelijks, maar is niettemin treffend gevonden.

Noort geeft de credits voor haatlozing aan Bergsma, die het woord inderdaad sinds 2013 op Twitter verspreidt. Toch is zij niet degene die het woord op Twitter introduceerde. Haatlozing maakte op dat sociale medium namelijk al in 2011 zijn debuut, in een tweet van een zekere Tips:

Haatbukkake, dat min of meer een synoniem is van haatlozing, is van later datum, maar is als metafoor misschien nog wel treffender dan haatlozing: in haatbukkake wordt het massaal uitstorten van kritiek over iemand vergeleken met een bukkake: het massaal uitstorten van zaad over een persoon. Het woord maakte zijn debuut op 5 mei 2017 in een tekst van Annabel Nanninga in NRC Handelsblad:

Ik weet hoe het is om aan de ontvangende kant van de haatbukkake (googel dat maar) te staan. En het heeft me nooit een minuut slaap gekost.

Het woord kreeg vervolgens in augustus van dat jaar een zetje in een artikel van Stella Bergsma in Knack:

Nu het vrouwenvoetbal op is, zit ik veel op Twitter. Niet echt van harte, want tegenwoordig kun je nog maar weinig zeggen zonder een nare tweet of een doodsbedreiging te krijgen. Tjonge, wat een haatbukkake krijg je soms over je heen op dat medium, zeg.

Ten opzichte van haatlozing is haatbukkake minder gangbaar geworden. Haatbukkake is daarom vooralsnog een perifeer synoniem van haatlozing.

Definitie

haatbukkake (de, -s) haatlozing

haatlozing (de, -en) het ongebreideld plaatsen van (anonieme) haatberichten op sociale media, voorgesteld als een agressieve vorm van (mannelijke) lustbevrediging, synoniem haatbukkake

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.