tegenoverheid

geplaatst in: Woord van de dag | 0

Televisierecensente Renate van der Bas bespreekt vandaag in Trouw het debat van afgelopen maandag tussen de twee CDA-kroonprinsen Pieter Omtzigt en Hugo de Jonge. Op een zeker moment werd De Jonge daarin uitgenodigd om over de onbetrouwbare overheid te spreken. Van der Bas:

De Jonge leek even later wel het grote onderwerp van Omtzigt – de onbetrouwbare overheid – gewiekst voor diens neus weg te kapen. Minutenlang bleef hij aan het woord over de fouten in de uitvoering van het rijksbeleid. De tegenoverheid, leek De Jonge het even heel beeldend te noemen, maar dat was niet bewust.

Leek, want we hebben Op1 er nog even op nagekeken, maar De Jonge gebruikte het woord tegenoverheid zelf niet (hij mompelde snel ‘tegenover d’overheid’, waardoor je bijna tegenoverheid kon horen). Had hij dat woord wel gebruikt, dan had hij misschien voormalig staatssecretaris Henk Bleker geciteerd, die het woord in 2005 in een debat introduceerde, waarover destijds alleen een paar regionale kranten hebben geschreven:

We stellen ons op als medeoverheid, niet als tegenoverheid.

Tegenoverheid, het behoort ongetwijfeld tot de familie van de broodnodige woorden die onze taal niettemin ontbeert. Het is een wonderschoon woord, dat je kunt opvatten als samenstelling van tegen en overheid, maar ook als afleiding van tegenover en het achtervoegsel -heid. Daarmee drukt het precies uit wat burgers ervaren als ze met een hardvochtige en weerbarstige overheid te maken hebben: ze ervaren dat de overheid tegenover hen staat.

Nadat Henk Bleker tegenoverheid in de media had geïntroduceerd, zakte dat woord meteen weer weg in de vergetelheid. Alleen op Twitter tref je de hashtag #tegenoverheid een paar keer aan, bv. in een tweet over de Sleepwet.

Nu Hugo de Jonge het woord niet heeft gebruikt – gemiste kans! – maar Renate van der Bas het met haar verbeeldingskracht wel in het hooggebergte van de geest heeft gehoord en het vervolgens heeft opgeschreven in een landelijk dagblad, krijgt het woord misschien een tweede kans. Maar of het woord nu gangbaar zal worden? Laten we hopen dat Pieter Omtzigt dit woord oppikt: tegenoverheid past namelijk veel beter bij hem dan bij Hugo de Jonge.

Definitie

tegenoverheid (de, g.mv.) overheid die door de burger niet wordt ervaren als steun, toeverlaat en bron van bescherming, maar juist als een orgaan dat hem tegenwerkt en dwarszit, bv. door hem niet te helpen als hij hulp nodig heeft of door de wetten naar de letter in plaats van de geest uit te voeren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *