coronahamsteren

coronahamsteren

geplaatst in: Woord van de dag | 0

Als het nieuws vrijwel alleen nog maar over het coronavirus COVID-19 gaat (en de gevolgen daarvan, zoals een scherpe daling van de beurskoersen), ligt het voor de hand dat de meeste nieuwe woorden coronagerelateerd zijn. Zo maakte afgelopen woensdag het woord coronahamsteren zijn entree in onze taal in een artikel in Het Parool. Gisterochtend stond het woord in De Volkskrant en vanochtend berichten de kranten dat er inderdaad flink gehamsterd wordt.

In coronahamsteren noemt het eerste deel van het werkwoord de aanleiding voor het hamsteren: de uitbraak van corona en de vrees dat de mensen in quarantaine moeten en/of dat het land (en dus ook de distributie van goederen) krakend tot stilstand komt. In dat opzicht is coronahamsteren uniek. Niet eerder troffen we een vergelijkbare samenstelling met hamsteren aan.

Hoewel, in feite vermeldt het eerste deel van het niet geheel onbekende woord winterhamsteren eveneens de reden van het hamsteren: je bereidt je voor op de winter door uit voorzorg wat extra levensmiddelen in huis te halen, zodat je een barre winterperiode door kunt komen zonder naar de winkel te hoeven. Misschien moeten we coronahamsteren daarom op een vergelijkbare manier interpreteren: hamsteren uit voorzorg dat je geveld wordt corona of door coronaklachten waardoor je tot zelfisolatie genoopt wordt.

Definitie

coronahamsteren (werkwoord, alleen onbepaalde wijs) hamsteren uit voorzorg dat je geveld wordt door corona of dat je gedwongen wordt in zelfisolatie te gaan als gevolg van mogelijke coronasymptomen

Laat een reactie achter