taalkartel

taalkartel

geplaatst in: Actueel | 2

Zelfs over speelse woordjesverkiezingen van Van Dale en Onze Taal circuleren er tegenwoordig complottheorietjes op het internet. Zo schreef weblog De Dagelijkse Standaard gisteren:

‘Ondanks de taalvernieuwing die het Forum voor Democratie heeft teweeggebracht, halen taalwetenschappers nog altijd hun neus op voor Thierry Baudet en zijn verbale uitspattingen. Zijn vondst ‘partijkartel’ komt niet voor in de Woord van het jaar-verkiezing.’

Wat de Woord van het Jaar-verkiezing van Van Dale betreft kan ik daar kort over zijn: alléén woorden die in 2017 in de media zijn ontstaan (in een bepaalde betekenis), komen voor nominatie in aanmerking. Partijkartel is simpelweg níét in 2017 ontstaan. De vroegste vindplaats in Lexisnexis waarin partijkartel in verband wordt gebracht met Baudet, dateert van eind september 2016. De onvolprezen Trouw-columnist Sylvain Ephimenco citeerde toen de ‘Wilderiaanse taal’ van Baudet bij de presentatie van zijn boek Breek het partijkartel

‘Heeft u ook geen vertrouwen meer in het bestaande partijkartel waarin politici onderling de baantjes verdelen, niet naar de kiezer luisteren en nooit op hun missers worden afgerekend?’

Omdat partijkartel deel uitmaakt van Baudets eigen boektitel, hadden we dat woord trouwens al een paar dagen eerder opgetekend. Overigens mag Thierry Baudet in 2016 wel de popularisator van het idee achter het partijkartel zijn, de geestelijk vader van het wóórd is hij níét. Dat woord partijkartel is minstens tien jaar ouder. VU-politicoloog Andre Krouwel schreef in 2006 al:

‘VVD en CDA hebben gewoon haasje-over gedaan in het Nederlandse politieke spectrum; dat maakt het sinds de jaren negentig eenvoudiger voor de PvdA om met de VVD samen te regeren. De conclusie is dat er in Nederland een partijkartel is ontstaan.’ (Trouw, 8 juli 2006)

Dat taalwetenschappers (en gewone woordenboekmakers, zoals ik) de taal van Thierry negeren, is trouwens onzin. Alleen al op dit weblog is hier, hier en hier aandacht voor Baudet geweest. Bovendien wordt deze aantijging gelogenstraft door het feit dat het woord partijkartel vrijwel meteen nadat het in de jongste verkiezingsstrijd een politiek trendwoord was geworden, in de onlineversie van de Dikke Van Dale werd opgenomen. Daarin wordt het heel neutraal gedefinieerd als:

‘informele samenwerking van de politieke partijen die van oudsher betrokken zijn bij het landsbestuur, waardoor zij, ondanks hun verschillen, in staat zijn belangrijke maatschappelijke functies en posities onderling te verdelen’

Het artikel in De Dagelijkse Standaard eindigt met: ‘van de hoeders van de Nederlandse taal had je toch nét een beetje meer onpartijdigheid verwacht’.

Ja, dat hoor ik wel vaker, trouwens niet alleen vanuit de rechter- maar ook vanuit de linkerflank van het politieke spectrum. Al trek ik me daar – om het maar eens in de taal van het volk te zeggen – geen ene moer van aan.

Ten slotte: taalkartel. Als Thierry het woord taalkartel nou eens ergens in het midden van het jaar prominent in het nieuws had gebracht, dan was dat tenminste een echt 2017-woord geweest dat in beginsel leuk had kunnen meespelen in de ballenbak van de woordjesverkiezingen. Want taalkartel hadden we vóór 2 december 2017 nooit ergens aangetroffen.

 

2 Antwoorden

  1. Joseph Luijten

    Graag wil ik u erop attenderen dat het woord plofklas óók niet in 2017 ontstaan is maar reeds in 2013.
    Heeft De Dagelijkse Standaard toch niet een beetje gelijk?

    Zie: http://www.inl.nl/onderzoek-a-onderwijs/lexicologie-a-lexicografie/neologisme-van-de-week-archief/1001-plofklas

    • Het klopt dat plofklas in 2013 is ontstaan, maar dat woord is dan ook niet genomineerd voor de échte Woord van het Jaar-verkiezing, namelijk die van Van Dale. Het genootschap Onze Taal zal ongetwijfeld zijn eigen redenen hebben gehad om dat oude woord wél te nomineren, maar bij die verkiezing ben ik niet betrokken. Kortom, nee, De Dagelijkse Standaard heeft geen gelijk: er ís geen taalkartel.

Laat een reactie achter