Jan Cremer en het wulpse vlees

Jan Cremer en het wulpse vlees

geplaatst in: Erotische literatuur | 0

‘Hoe groter de tieten, hoe feller de hartstocht.’ Met zulke mannenwijsheden op het gebied van seks en erotiek betrad Jan Cremer in de jaren zestig stormenderhand de literaire arena. Niets trok hij zich aan van de heersende conventie om seksuele handelingen verhullend, omzichtig of in elk geval esthetisch verantwoord te beschrijven. In zijn megaseller Ik Jan Cremer (1964) bediende hij zich meteen al van vulgair jargon om seks en het lichamelijke instrumentarium dat daarbij een rol speelt onverbloemd te beschrijven. ‘Ik kom uit de grote woelige stadshooiberg, de zwarte benedenstad met de rooie lampen, de roodverlichte vensters, de jinkel-tinkelmuziek, en de open deuren. Tussen vlees en parfum ben ik opgegroeid, het vlees is niet om bedekt te worden; het moet gebruikt worden.’ Geen wonder dat de personages in al zijn boeken zich geregeld te vleze begeven, al noemt Cremer zelf dat liever naaien of neuken, woorden die in de tijd waarin Cremer opgroeide nog allerminst bon ton waren: ‘Neuken, wat is neuken? Als je het woord alleen al nóemde kreeg je een draai om je oren en betrokken de gezichten. Zo gauw je over neuken sprak kreeg je straf. Neuken was misschien nog wel erger dan doodschieten!’

Jan Cremer is een verteller in hart en nieren en omdat hij ook nog eens ‘sterke verhalen’ vertelt, niet alleen over zijn seksuele escapades, maakten zijn boeken meteen een onuitwisbare indruk op een groot publiek. Met zijn ‘felrealistische’ beschrijvingen zorgde hij er in zijn eentje voor dat massa’s jongeren hun seksuele woordenschat in één klap met tientallen uitdrukkingen konden uitbreiden. Vrijwel zeker heeft Jan Cremer ervoor gezorgd dat in elk geval het woord schuttingwoord kut salonfähig is geworden en nu haast gedachteloos door Jan en alleman wordt gebruikt.

Hyperbool

De stijlfiguur die Cremer het best beheerst, is de hyperbool. ‘Ik heb eens een keer ‘n zwarte kier genaaid in Oran, daar konden we met de héle compagnie tegelijk wel in rondmarcheren, gottegottegot wat een grote flamoes’, schrijft hij in Ik Jan Cremer. En in Made in USA heeft hij het over een ‘lekkere Duitse meid met een paar enorme kanjers van tieten en een Venusheuvel, daar kon de Sneeuwman van de Himalaya niet tegen opklauteren’. In al zijn teksten is Cremer is een macho, die grossiert in apodictische uitspraken over vrouwen: ‘De Hollandse vrouw vind ik fantastisch. Crimineel! Als schilder heb ik natuurlijk voor al te maken met de vrouwelijke anatomie en naast mijn bekende opvatting dat een vrouw goed kontwerk moet hebben, goeie flanken, moet ook het balkon in orde zijn.’ Over esthetiek gesproken: ‘Ik geloof dat het schoonheidsideaal voor alle mannen bestaat uit iets hangende tieten, een tiet moet geleefd hebben zoals al het vlees.’ Twijfelen over zijn mening doet hij niet, waardoor hij nogal eens de neiging heeft te generaliseren: ‘Welke man voelt niet het hart in zijn kruis kloppen bij het zien van een strakgespannen truitje of een diep décolleté waar het wulpse vlees uitgulpt.’ Maar ondanks al die vleselijke verleidingen geldt: ‘eenzaam ben je altijd. Ook al lig je met een lekkere meid in bed, je blijft alleen.’

In oktober verschijnt bij uitgeverij Van Dale mijn literair-erotisch woordenboek met een selectie van de Nederlandse erotische termen en metaforen,  verlucht met duizend en enige veelal aforistische citaten uit de Nederlandse literatuur. Om mijn verzameling van circa 2500 citaten uit te breiden, (her)lees ik de komende weken het werk een aantal Nederlandse en Vlaamse schrijvers. Op deze site doe ik daar verslag van. Nevendoel hiervan is u, lezer, uit te nodigen, uw favoriete erotische citaat of citaten te mailen of te posten: wie weet ontbreekt uw citaat nog in mijn verzameling en misstaat het niet in het literair-erotisch woordenboek. Onder de inzenders verloot ik in oktober drie exemplaren van mijn boek.

Laat een reactie achter