aaibaarheidsfactor?

aaibaarheidsfactor?

geplaatst in: Uitdrukkingen | 0

In 1969 verscheen De aaibaarheidsfactor van schrijver-essayist Rudy Kousbroek (1 november 1929- 4 april 2010). Daarin heeft hij het onder meer over dieren die aantrekkelijk zijn vanwege het aangename gevoel dat het strelen ervan oplevert. Tot de ‘aaibare’ dieren rekent Kousbroek onder meer poezen. Daarentegen zijn dieren met een ‘aaibaarheidsfactor gelijk nul’, zoals Kousbroek het uitdrukt, ‘beesten die weliswaar theoretisch aaibaar zijn, maar zonder dat dit voor aaier of geaaide de bron is van enige sensatie’. Tot die laatste categorie horen bijvoorbeeld slangen, spinnen en niet te vergeten wandelende takken.

Al snel maakte het woord aaibaarheidsfactor zich los uit de dierenwereld en werd populair bij het beschrijven van personen en zaken. Zo worden tegenwoordig ook baby’tjes, pluchen beertjes en strakke angorawollen damestruitjes om hun ‘hoge aaibaarheidsfactor’ geprezen. Het gebruik van aaibaarheidsfactor maakte in de jaren tachtig zo’n hoge vlucht, dat het woord in 1992 in de Dikke Van Dale werd opgenomen.

Laat een reactie achter