Sinds wanneer begaan we kamertjeszonden?

geplaatst in: Etymologie | 0

Het komt niet vaak voor dat een eenwoordige boektitel een soortnaam wordt en in de omgangstaal een eigen bestaan gaat leiden. Kamertjeszonde (1897) van de vandaag op de kop af 92 jaar geleden overleden (toneel)schrijver Herman Heijermans (1864-1924) is hier echter een goed voorbeeld van. Van Dale verklaart het woord als ‘ontucht, met bijgedachte aan benepenheid, alledaagsheid’.

In de tweede helft van de twintigste eeuw – met zijn steeds opener seksuele moraal – heeft het woord nogal wat van zijn actualiteit verloren, maar zelfs nu het woord aan het verouderen is, wordt het nog steeds nu en dan aangetroffen. Zo maakte het woord naar aanleiding van de seksuele escapades van Bill Clinton en Monica Lewinsky in de Nederlandse media nog even een korte revival door. Naar aanleiding hiervan schreef een krant bijvoorbeeld dat het presidentschap en de democratie te gewichtig zijn ‘om door kamertjeszonden te worden lamgelegd en in diskrediet te worden gebracht.’

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.