stoepgetuige

stoepgetuige

geplaatst in: Woord van de dag | 0

Wim Boevink schrijft vandaag in Trouw over het hoofd op de stoep. Woensdagochtend stond het er zomaar voor een shishalounge in Amsterdam: het afgehakte hoofd van een kleine krabbelaar in het criminele circuit. Internationale kranten schreven dat het door de politie was aangetroffen, maar Boevink dat was niet het geval: het hoofd was gevonden door willekeurige voorbijgangers die natuurlijk niet live getuige hadden willen zijn van zoveel gruwelijks. In hun eigen land. In hun eigen stad. In hun eigen straat. Voor hun eigen deur.

Boevink bedacht een woord voor die argeloze burgers, die het hoofd hadden aangetroffen en die dat beeld waarschijnlijk nooit meer kwijt zouden raken: stoepgetuige. Hij eindigde er zijn dagelijkse column mee.

Het is een woord voor iemand die van zeer nabij getuige van iets is geweest van iets vreselijks: een ooggetuige van iets dat zich in zijn onmiddellijke omgeving heeft afgespeeld. Door het woord stoep krijgt het woord stoepgetuige – dat op een merkwaardige manier assoneert met bloedgetuige – bijna iets intiems.

Het woord is splinternieuw, althans in de media van de afgelopen 25 jaar is het niet te vinden en op internet evenmin. Het woord werd op Twitter maar één keer genoemd: ‘stoepgetuige zijn is slechts bijzaak, maar wat een mooi slotwoord’.

Omdat het woord onopgemerkt is gebleven, zal het wel niks worden met dit woord. En hopelijk wordt het ook niets met het bijbehorende fenomeen. Tenzij de horror naar ons toe komt, want dan worden we allemaal stoepgetuigen. Waarschijnlijk zonder ons zo te noemen.

Laat een reactie achter