wandelvoetbal

wandelvoetbal

geplaatst in: Woord van de dag | 0

Lange tijd werd het woord alleen gebruikt op een misprijzende manier: wandelvoetbal. Zo typeerden journalisten en kwaaie trainers soms het voetbalspel van een ongeïnspireerd lui team: ‘Wat de jongens lieten zien leek op wandelvoetbal. Het kan dan wel vijfde klasse zijn, maar ik verwacht een goede inzet. Dat ze dat niet doen, valt hun te verwijten’, zei een boze trainer in 2003 over zijn ploeg, die ‘het middenveld steeds oversloeg met lange ballen’, waar vervolgens geen spits op af rende. Wandelvoetbal hoorde dus thuis in het rijtje boerenkoolvoetbal, flipperkastvoetbal, campingvoetbal, hotseknotsbegoniavoetbal, kluitjesvoetbal, angsthazenvoetbal, zomeravondvoetbal, betonvoetbal en egeltjesvoetbal – kortom, voetbal dat we liever niet zien.

Daar is recentelijk verandering in gekomen. Begin 2014 werd namelijk de aftrap gegeven voor een nieuwe variant van het voetbal, speciaal voor 60-plussers en met geheel eigen spelregels: het wandelvoetbal. Het woord was geïnspireerd op walking football, dat in 2011 door de Engelse profclub Chesterfield werd bedacht. Het belangrijkste verschil met gewoon voetbal is dat het spel zonder keeper wordt gespeeld en dat de spelers onder geen beding mogen rennen. Zet een speler het toch op een holletje, dan krijgt de tegenpartij een vrije trap. Ook slidings zijn absoluut taboe, net als in de rug duwen en andere vormen van agressief lichamelijk contact, zodat de kans op blessures tot een minimum wordt beperkt. En de bal mag nooit hoger komen dan de gemiddelde heuphoogte van alle spelers. Het spel wordt zes tegen zes of zeven tegen zeven gespeeld, maar officiële regels daarvoor zijn er nog niet.

Het doel van wandelvoetbal is om zestigplussers te laten bewegen. Het wandelvoetbal heeft echter vooral een sociaal doel: ‘Het sociale aspect is enorm belangrijk. Voor de training drinken ze een kop koffie en na afloop eten ze samen een broodje. Bij de club waar ze vaak al jaren lid van zijn. Terwijl ze anders wellicht thuis op de bank zitten’ (De Gelderlander, 8 april 2014).

We kunnen er nu wel lacherig over doen, maar de sport groeit als kool: afgelopen weekend werd in België het wandelvoetbal in het zonnetje gezet tijdens de allereerste interland, de ‘Derby der lage landen’, waarbij profclub KRC Genk tegen RKC Waalwijk speelde. Wie gewonnen heeft, is ons even ontgaan, maar het zal bij wandelvoetbal wel om het spel en niet om de knikkers gaan. Anyway, met het oog op de toenemende vergrijzing gaat deze nieuwe eh sport waarschijnlijk een grootse toekomst tegemoet. We zullen het woord wandelvoetbal dan ook vast nog vaak aantreffen.

Laat een reactie achter