In zijn dagelijkse economierubriek in de Volkskrant schrijft Peter de Waard vandaag over wat hij de ergerniseconomie noemt. Daarmee refereert hij aan een onderzoek van twee economen van Stanford University. Die hebben geconstateerd dat ‘tijdrovende, niet-productieve bezigheden die het gevolg zijn van het moderne communicatietijdperk’. Dan heb jet het over het herstellen van een verkeerde boeking, het signaleren van een fout op een rekening, het wegwerken van spam, het beantwoorden van robottelefoontjes (robocalls). Al met al kosten die activiteiten – inclusief wachttijd – naar schatting alleen al in Amerika het astronomische bedrag van 165 miljard dollar. Een wat misschien nog erger is: door AI zullen de kosten (en gederfde inkomsten door tijdverlies) als gevolg van zulke ergeniswekkende handelingen alleen maar toenemen. Mogelijk, concluderen de onderzoekers, ‘zal de ‘ergerniseconomie’ de snelst groeiende sector worden’.
Ergerniseconomie is een vertaling van de Engelse term annoyance economy, een in 2023 gelanceerde term voor de ‘economic annoyance index’. Stanford-econoom Neale Mahoney en politicoloog Chad Maisel hebben die term nu omarmd voor dat deel van de economie dat ‘besteed’ wordt aan ergerniswekkende handelingen en frustrerende, complexe processen, zoals ingewikkelde omboekingen en afzeggingen van abonnementen. Soms is het afzeggen van een abonnement bijvoorbeeld zo ingewikkeld dat iemand het opzeggen maar opgeeft. De Amerikaanse onderzoekers hebben onderzocht dat sommige bedrijven zelfs moedwillig eenvoudige processen moeilijk maken, bijvoorbeeld door ingewikkelde telefoonmenu’s.
Definitie
ergerniseconomie (de. g.mv.) deel van de economische activiteit in een land dat besteed wordt aan ergerniswekkende en frustrerende activiteiten, zoals het invullen van omslachtige vragenlijsten of het in de wachtrij staan voor het maken van een afspraak
Geef een reactie