De Volkskrant schrijft vandaag over de gevolgen van werken met passie:
De liefde voor het werk die datzelfde werk ook zo slopend kan maken. ‘Omdat je je werk met zoveel liefde doet, ga je minder goed grenzen bewaken. Want je houdt toch zo van je werk? Als het even niet goed gaat, denk je snel: ik ga nu niet lopen zeiken. Voor mij duizend anderen. Je kunt ook niet denken: ik vind mijn passie eigenlijk niet meer zo leuk. Dan kom je echt met jezelf in conflict.
De krant citeert psychosociaal therapeut Katja Keersmaekers, die dit fenomeen het passieprincipe noemt, een nieuw woord, althans in de media, dat zonder context overigens lastig te definiëren is. Zonder context zou je kunnen denken dat met het passieprincipe wordt bedoeld dat wanneer je met passie werkt, het succes of de werktevredenheid vanzelf komt. Maar het blijkt dus het tegenovergestelde te zijn.
Definitie
passieprincipe (het, g.mv.) verschijnsel dat werk dat met passie wordt verricht slopend kan zijn voor wie dat werk verricht
Geef een reactie